Wat hebben bewoners zelf nog over hun wijk te zeggen? Hoe bouw je nieuwe woningen zonder gemeenschappen te vernietigen? Deze vragen staan centraal in ons onderzoek naar de ingrijpende veranderingen in de Utrechtse wijk Overvecht.
Word daarnaast lid van Momus (vanaf €3 per maand) om al ons werk te steunen.
Via onze Woonproof nieuwsbrief blijf je op de hoogte én kun je meedenken over dit onderzoek op basis van vragen die we via deze nieuwsbrief delen.
• Ontvang je al één of meer van onze nieuwsbrieven? Verander je voorkeuren via de knop in de Momus-nieuwsbrieven die je al ontvangt en vink de Woonproof nieuwsbrief aan.
• Ontvang je nog geen enkele nieuwsbrief van Momus? Schrijf je hier in en vink de Woonproof nieuwsbrief aan.
Heb jij tips of ideeën voor dit dossier? Laat het ons weten.
Naar het tipformulier
Naast het steunen en volgen van dit zorgdossier kun je ook Momus zelf steunen als lid vanaf 3 euro per maand, of via een eenmalige donatie naar keuze. Je blijft op de hoogte en denkt mee over al ons werk via onze nieuwsbrieven of social media+Vind ons op Instagram, LinkedIn, Facebook, Youtube en TikTok. Stuur ons algemene tips, ideeën of vragen als tekst via dit formulier, of als audiobericht via onze online open microfoon.
‘Van wie is de wijk?’ is een tweedelige podcastserie over wat grootschalige nieuwbouwplannen betekenen voor de wijk Utrecht Overvecht en hun ontmoetingsplekken.
In deze tweede aflevering (luister eerst aflevering 1 hier) gaan Merel de Buck en Jeske Jongerius langs bij buurthuizen De Jager en Burezina. Buurthuizen in Overvecht zijn steeds vaker een toevluchtsoord voor mensen zonder vangnet. Maar ze zijn ook de plek waar spanningen verzachten en waar demonstraties worden voorbereid. Welke rol krijgen buurthuizen nu de wijk ingrijpend verandert?
Reageren? merel@momusmedia.nl of jeske@momusmedia.nl
Deze podcast aflevering verscheen ook op De Nuk (De Nieuwe Utrechtse Krant).
Lees meer over ons onderzoek in ons dossier Van wie is de wijk.
Momus steunen? Momusmedia.nl/doneer
Deze podcast kwam tot stand met steun van het Mediafonds provincie Utrecht en het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Sounddesign en eindmixage: Mathijs Duringhof.
Naar aflevering 1Als wij aandacht nodig hadden, dan plakten we een poster op de deur. Ja, dan zag je iedereen die binnenkwam, zag dat al. En dat kan nu gewoon helemaal niet. Dan zou je dus in alle portieken iets moeten doen en iemand anders scheurt dat er weer af. Ik bedoel, zo gaat dat.Ja, je organiseren zonder buurthuis is heel moeilijk.
Momus: Dit is de stem van Anne van Weerden, een bewoonster van de Utrechtse wijk Overvecht die in verzet komt tegen de toekomstplannen voor haar wijk. De gemeente Utrecht gaat in Overvecht 5.000 nieuwe woningen bouwen, vooral voor mensen met meer geld dan de huidige bewoners.
Momus: Bewoners mochten meepraten over de plannen, maar voelen zich niet goed gehoord. Herkenbaar, volgens Politiek Filosoof Catherine Koekoek.
Het gaat heel vaak nu over ongehoorde stemmen in de democratie. Maar je maakt ook heel erg ongehoorde stemmen als je niet infrastructuur bouwt, als je niet plekken bouwt waar mensen hun stem kunnen uiten. Dat gaat niet zomaar.
Momus: Wij — Merel de Buck en Jeske Jongerius van Momus — doen onderzoek naar wat bewoners van Overvecht te zeggen hebben over hun wijk. Een wijk die er over een paar jaar heel anders uitziet.
Momus: De gedachte achter de wijkvernieuwing is: rijkere bewoners maken de wijk beter. Het aantrekken van rijkere nieuwkomers in armere wijken gebeurt in steden overal ter wereld.
Uit de praktijk blijkt dat dit vaak leidt tot de verdringing van de mensen die er al wonen. De woningen worden te duur voor hen, en hun ontmoetingsplekken en winkels staan op het spel.
Momus: Wijkbewoners uit Overvecht vrezen dat de geplande nieuwbouw woningen voor hen niet te betalen zijn. Bovendien ontdekten we in de vorige aflevering dat sommige plekken waar Overvechters elkaar nu ontmoeten gaan verdwijnen. Denk aan openbare parkeerplaatsen.
Ik ben daar zelf ook soms, soms zit ik daar tot 2 uur, 3 uur s’nachts. Wij maken geen lawaai. […] Gewoon hun eigen plek hebben waar ze hunzelf kunnen zijn. Kunnen uitpraten hoe hun dag was
Momus: En zowel Anne als Sami – degene die je net hoorde spreken – benadrukken hoe belangrijk buurthuizen zijn voor de wijkbewoners. Maar die zijn er steeds minder.
Het was gewoon een volwaardig buurthuis geworden. En toen was de renovatie afgelopen. En toen hebben ze het weggehaald, ondanks onze protesten.
Momus: De gemeente Utrecht belooft verdringing van de huidige bewoners in Overvecht actief tegen te gaan, zo staat in het woonbeleid. Dat zou betekenen dat Overvechters zich thuis blijven voelen in de wijk en dat de plekken waar buurtgenoten elkaar ontmoeten, blijven bestaan. Kan de gemeente deze belofte waarmaken?
Momus: Je luistert naar de podcast ‘Van wie is de wijk?’ waarin we in twee afleveringen onderzoeken wat de toekomstplannen betekenen voor Overvechters en hun ontmoetingsplekken. Dit is aflevering 2: Alledaagse vrede in het buurthuis
‘Waar we nu staan is de ontmoetingsplek, de ontmoetingsruimte. Elke dag van negen tot vijf mag iedereen hier gewoon naar binnen lopen om een kopje koffie en een kopje thee te halen. Vaak staat er een vrijwilliger achter de bar, maar anders staat er wel altijd koffie en thee op de balie.
Momus: Je hoort Jeffrey van Houwelingen, hij is sociaal werker bij welzijnsorganisatie DOCK. Vandaag werkt hij vanuit buurtcentrum De Jager, een buurthuis beheerd door DOCK. Van de zeven buurthuizen in Overvecht worden er vier beheerd door DOCK.
Momus: De inrichting van het buurthuis is mét de buurt gedaan, vertelt Jeffrey.
Bewoners hebben zelf het buurthuis ingericht. Dus de kleuren zijn gekozen door bewoners zelf. De muren, de kunst wat op de muren zit, is door bewoners zelf gekozen.
Momus: In de details springt de kleur blauw eruit. Verder oogt de ontvangstruimte vrij licht en neutraal; geschikt voor verschillende bezoekers, zonder een duidelijke stijl te bekennen. Er is een hoek met banken, waar wat mensen zitten. Tussen de entree, de ontvangstruimte en de andere kamers bevindt zich de balie – met koffie en thee. Op de balie ligt een goed gevuld rooster met activiteiten. Van de vroege ochtend tot in de late avond vindt er van alles plaats.
Momus: Een groepje vrouwen pakt ondertussen kannen met thee en koffie voor hun bijeenkomst. De geur van koffie vliegt voorbij. Jeffrey vertelt over wat er zoal gebeurt in het buurthuis. Arabische lessen, huiswerkbegeleiding, kind- en oudergroepen. ‘s avond wordt er gedanst, gekookt en gegeten.
Er zijn een paar koppige nukkige mannen die elkaar hebben gevonden in de sjoelen. Dus die sjoelen af en toe.
Momus: Soms zijn er studenten die een hapje koken en aan het werk gaan. En ook jonge meiden weten buurthuis De Jager te vinden.
De laatste tijd zitten hier een paar jonge meiden. Waarom ze hier zitten, weet ik ook niet. Ze zijn vast ergens… …dat ze niet thuis willen zijn. En die zitten daar gewoon. Ja, die pakken een kop thee. En na drie weken zijn ze een keertje… …vroeg zo’n collega van mij, mag ik gewoon koffie of thee pakken? En dan heb je een praatje, wat doen jullie hier meiden? Ik weet niet wat het antwoord daarop was. Maar dan wordt er een relatie opgebouwd met iemand die hier gewoon mag zijn. En ik denk dat daar de grootste kracht zit van een openstelling van een buurtkamer of een buurthuis of een ontmoetingsplek.
Momus: Doordat de sociaal werkers er ook zijn, kunnen ze even peilen hoe het gaat met de bezoekers. Preventief werken, noemt Jeffrey dat. Mocht er wat aan de hand zijn, dan kunnen Jeffrey en zijn collega’s buurtbewoners doorverwijzen naar plekken waar ze hulp kunnen krijgen. Maar dat is niet de enige belangrijke functie van een buurthuis.
Het is sowieso heel fijn dat er een plek is waar mensen gewoon mogen zijn. Die zijn de laatste jaren, nou dgewoonoe ik net alsof ik een opa ben, maar ze verdwijnen. Buurtcentra of bibliotheken, plekken waar je gewoon mag zijn, waar je niets hoeft te kopen om er toch een hele middag te zitten.
Momus: Plekken waar je gewoon ‘mag zijn’ verdwijnen, vertellen buurtbewoners én Jeffrey ons. Wij vragen ons daarom af: zijn de Overvechtse buurthuizen hun toekomst wel zeker, nu de wijk rap verandert? Ligt verdringing op de loer? Of kan het buurthuis juist een verbindende rol spelen tussen oude en nieuwe bewoners?
Momus: We spreken daarover verder met experts en wijkbewoners.
Niet altijd en niet overal, maar best vaak zijn buurthuizen een plek geworden die problemen moeten oplossen voor mensen die het anders niet zo goed redden in de maatschappij. Maar het is dus niet meer een plek geworden waar iedereen zich zou kunnen organiseren of samen kan komen of gewoon een plek in het dagelijks leven voor iedereen. Zeg maar.
Momus: De laatste decennia hebben veel van de buurthuizen een steeds grotere zorgrol gekregen, vertelt politiek filosoof Catherine Koekoek. We vragen sociaal werker Jeffrey of hij dit herkent, het buurthuis als ‘probleemoplosser’?
Wat we wel merken, is dat buurtcentra wel een soort stigma af en toe om zich heen hebben hangen. Daar ga je heen op het moment dat het niet goed met je gaat. Terwijl het buurtcentrum er juist ook is voor mensen die wat willen doen voor de wijk. Een bewonersplatform die zich wil organiseren.
Momus: De oorzaak van de groeiende zorgrol van buurthuizen? Jarenlange bezuinigingen op de sociale zekerheid en lange wachtlijsten in de zorg. Daardoor komen meer mensen met een hulpvraag bij buurthuizen terecht.
Momus: Dat merken ze ook bij buurthuis Burezina. Burezina is een bijzonder buurthuis: eentje waar wijkbewoners de dienst uitmaken, een buurthuis ‘in zelfbeheer,’ heet dat. Tijdens dit onderzoek zijn we meermaals bij Burezina op bezoek geweest. Dit buurthuis is gevestigd in een voormalig schoolgebouw. De buurtbewoners hebben het opgeknapt en omgebouwd. Samen onderhouden ze het gebouw en de tuinen, vertelt bestuurslid Ibrahim Taoumi ons.
We zijn in een oud schoolgebouwtje. Hier heeft vroeger volgens mij de Dreef gezeten. Je gaat het hek door, je loopt door en dan kom je op een heel mooi groot plein. En bij dat plein heb je links van je een hele mooi moestuin, waar onze vrijwilligers elke vrijdag in bloei staan en aan het tuinieren zijn. Dat is ook een hele mooie basis van ontmoeten, elkaar ontmoeten en met elkaar bezig zijn met tuinieren. Dan loop je rechtdoor langs het gebouw en dan kom je bij de hoofdingang. In de hoofdingang heb je een klapdeur waar je doorheen loopt. Als je binnenkomt rechts van je zie je de gedragsregels en heel groot staat dat iedereen welkom is.
Momus: De vrijwilligers van Burezina merken dat er steeds vaker mensen binnenlopen met een hulpvraag, deelt Ibrahim.
Een probleem wat er is geweest de afgelopen tijd is dat er iemand hier eigenlijk geen eten heeft. En niet weet hoe hij bij de voedselbank aan moet kloppen. En dan krijg je weer te horen van, ja dan gaat hij richting, ik meen de voedselbank en dan moet hij eerst langs het buurteam. Dan ga je naar het buurteam en daar staat een wachtlijst voordat iemand echt met jou mee wil kijken of verder wil kijken en dan krijg je het contact, de lijntjes met het buurteam. Burezina heeft ze haast niet of wordt daar niet in erkend.
Hoor je zo’n verhaal vaker van iemand die eigenlijk niet genoeg te eten heeft?
In Overvecht echt vaak. Dus dit is een voorbeeld, maar je kan je ogen dicht doen. Ja, ik heb geen eten. En waar het dan aan ligt, ja, wij zijn gewoon buurtbewoners. Wij helpen elkaar. Dus het doet ons wat. Het gaat ons niet. Ja, het doet ons wat. Ik heb zelfs dat ik hoor van vrijwilligers dat ze zelf geld bij elkaar willen verzamelen of geld willen geven aan diegene om wat eten te kunnen halen, omdat ze zien dat ze er ook niet doorheen komen.
Momus: Ibrahim vertelt dit alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Maar eigenlijk zegt hij iets opmerkelijks. Vrijwilligers van een buurthuis springen bij als iemand niet genoeg te eten heeft. Hoe zijn we op dit punt gekomen?
Er wordt heel veel verwacht van de buurt en van de participatiesamenleving in het algemeen […] maar er zijn niet genoeg financiële middelen voor om dat allemaal goed op poten te zetten.
Momus: Je hoort socioloog Jaap Nieuwenhuis, we spraken hem ook in aflevering 1 van deze podcast. De overheid heeft de afgelopen decennia veel zorgtaken bij buurten en vrijwilligers neergelegd, stelt hij. Vroeger speelde de overheid daarin een hoofdrol. Nu besteedt de politiek het liever uit, zonder de juiste ondersteuning te bieden.
Momus: En er lonkt nog een ander gevaar wanneer het buurthuis vooral een plek wordt om hulp te bieden aan mensen die het elders niet krijgen, deelt politiek filosoof Koekoek.
Je wordt een individu die een individueel probleem heeft. En dat probleem, dat gaan we oplossen met hulpverlening. Maar heel veel problemen zijn niet individuele problemen. Heel veel problemen zijn collectieve problemen. Dat zijn problemen van hoe we onze maatschappij hebben ingericht.
Momus: Het buurthuis als plek voor hulpverlening staat daarmee haaks op een van de oorspronkelijke functies van het buurthuis.
Er zijn heel veel buurthuizen in de jaren 70 en 80 eigenlijk ontwikkeld. Eigenlijk vanuit een idee van democratisering en heel erg vanuit het idee van iedereen heeft de recht om zich te kunnen uiten, om elkaar te kunnen ontmoeten.
Momus: In die ontmoeting, ontstaat ruimte voor het onverwachte, deelt Koekoek. En dat is een grote kracht van het buurthuis.
Momus: Tijdens onze gesprekken en bezoeken aan buurthuizen merken we dat er – ondanks de groeiende hulpvragen – ook nog steeds ruimte is om je te laten verrassen door bijzondere ontmoetingen.
Momus: Als we langsgaan bij Burezina wordt er koffie gedronken door een groepje bezoekers, die samen in een hoek met comfortabele stoelen zitten. Op posters staan de activiteiten die wekelijks plaatsvinden: een vrouwengroep, er is huiswerkbegeleiding, mensen koken en tuinieren samen, ouders met kinderen komen er samen.
Momus: Op het eerste gezicht lijken dit gewone, gezellige buurtactiviteiten. Maar er schuilt meer achter.
Momus: Burezina heeft een uitgestrekte moestuin, die door buurtbewoners wordt onderhouden. Op een tuinier ochtend in de vroege lente spreken wij Ingrid Vermeulen, samen met andere omwonenden staat ze op het punt om met scheppen en schoffels aan de slag te gaan.
Momus: Ingrid heet eigenlijk anders. Haar echte naam is bij de redactie bekend. Ze wil niet herkenbaar zijn in deze podcast. Onze collega-journalist Corinne Hinlopen sprak haar woorden in.
Momus: Ingrid vertelt over een ontmoeting ruim tien jaar terug tijdens een van de kookavonden in Burezina. Dit was in 2015 ten tijde van de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo in Parijs.
Ik weet nog heel goed dat ik destijds toen die aanslagen allemaal waren in Parijs en Nice en zo, weet je wel, Charlie Hebdo en weet ik veel wat allemaal. Toen voelde je dat hier ook in de wijk heel erg, die spanning. Ik zat toen in een internationale kookgroep en doordat ik met die vrouwen ook sprak, moslimvrouwen, dat zij het ook verschrikkelijk vonden en dat zij er ook onder leden en zo. En weet je wel, hoe hun kinderen er mee om gingen, dat zorgde bij mij dat ik mij ook veilig ging voelen, weet je wel. Want anders krijg je alleen maar Van, oh, gevaar, gevaar, gevaar, gevaar. Maar dan hoor je ook gewoon de andere kant. En dan hoor je dus gewoon dat er ook gewoon… Dat ze het net zo erg vinden.
Momus: Wat Ingrid beschrijft, gaat eigenlijk niet over koken. Het gaat over wat er ontstaat als verschillende mensen uit een buurt samenkomen. Over hoe spanningen dan kunnen verzachten. Je zou het ‘sociale cohesie’ kunnen noemen. Volgens de gemeente Utrecht schiet Overvecht hierin tekort, terwijl de ervaring van Ingrid een ander verhaal vertelt.
Momus: Dit verschil in perspectief is niet uniek, blijkt uit onderzoek van Luuk Slooter, universitair hoofddocent Conflict Studies aan de universiteit Utrecht – die zo aan het woord zal komen. Slooter deed onderzoek naar verschillende arme wijken in Nederland. Wijken die vaak simpelweg worden weggezet als ‘probleemgebieden’. Als je het nieuws over Overvecht volgt, is dat ook het beeld wat je van deze wijk krijgt.
Momus: Ik zal aan paar recente nieuwskoppen voorlezen;
‘Levensgevaarlijke capriolen in Overvecht: jongeren op rijdende auto’s en stuntende scooters.’ RTV Utrecht, 15 juni 2026
‘Straatraces en wanhopige buurtbewoners: zo ging het mis bij winkelcentrum Overvecht.’ U-stad, 6 juni 2026
https://www.ustad.nl/nieuws/4052824/straatraces-en-wanhopige-buurtbewoners-zo-ging-het-mis-bij-winkelcentrum-overvecht
‘Wéér slaat de vlam in de pan in Overvecht: waarom een grote groep jongeren zich opnieuw tegen de politie keert.’ AD, 12 april 2026
Momus: We lezen dus veel over wat er mis gaat. Maar we horen in de media weinig over waarom het vaak wél goed gaat. Terwijl dat júist interessant is om naar te kijken, stelt onderzoeker Slooter.
In mijn onderzoek moedig ik aan om die wijken niet alleen te zien als bron van problemen, maar ook als bron van vrede. Dus dat betekent om te herkennen en erkennen wat wijkbewoners zelf al doen om de rust te bewaren. Bijvoorbeeld door wijzij tegenstellingen te verkleinen of door spanningen in de wijk onderling op te lossen of soms juist door polariserende interacties te vermijden. En als tegenhanger van de bekende dreigingsbeelden of de identificatie van risicogroepen of overlastbeelden. Zou je ook kunnen denken in termen van alledaagse vredebeelden? Dus op welke plekken ontmoeten mensen elkaar op een vreedzame manier in de wijk? En ik denk dat het buurthuis zo’n belangrijke ontmoetingsplek kan zijn. En welke individuen en groepen dragen bij aan het bewaren van de rust in de wijk? Dat kun je, net als die dreigingsbeelden, systematisch in kaart brengen. En dat stelt in staat om niet alleen vanuit dreiging en problemen te redeneren en te handelen. Maar ook juist om het goede te zien en proberen dat te versterken.
Momus: Slooter kijkt in zijn onderzoek naar de plekken waar wijkbewoners elkaar ontmoeten en hoe mensen en groepen bijdragen aan rust en verbinding. Alledaagse vrede, noemt hij dit.
Momus: Het buurthuis is zo’n plek waar alledaagse vrede tot stand komt. Het is een plek waar mensen elkaar ontmoeten, waar ze – ook als er grote dingen gebeuren zoals aanslagen – nader tot elkaar kunnen komen en begrip kunnen vinden.
Momus: Dat betekent overigens niet dat er geen frictie of wrijving is – leren we van politiek filosoof Koekoek. Maar is dat erg? Of verdient conflict ook een plek?
Ja, democratie is conflict. Dus het gaat erom dat we conflict hebben op zo’n manier dat we elkaar niet de hersens inslaan en dat we niet brandbommen bij elkaar naar binnen gaan gooien. En om ervoor te zorgen dat dat kan, heb je plekken nodig waar je met dat conflict om kan gaan. En een buurthuis kan zo’n plek zijn.
Momus: Koekoek noemt een voorbeeld uit de Rotterdamse wijk Pendrecht; waar veel spanning ontstond tussen oude bewoners – veelal witte Nederlanders – en nieuwe bewoners- veelal mensen van kleur.
En het wijktheater heeft toen een voorstelling daarover gemaakt. En een van de verhalen die de regisseur daarover heeft verteld, is dat ze erachter kwamen dat Pendrecht gebouwd was net toen de watersnoodramp in 1953 klaar was. en dat heel veel straten zijn vernoemd naar verdwenen of verdronken dorpen. En plotseling bleek dus dat een Eritrese jongen van 17, die een vluchtverhaal had, eigenlijk ook een vluchtverhaal had, net als die mevrouw van 70, die daar al sinds het begin van Pendrecht woonde. Dus dan kan je opeens op een nieuwe manier je tot elkaar verhouden.
Momus: Plekken als een wijktheater en buurthuis zijn niet enkel plekken voor alledaagse vrede, maar ook plekken waar spanning en alledaags conflict de ruimte krijgen. Waar het soms even schuurt. Waar de angel uit die spanningen wordt gehaald.
Momus: Dat is ook wat Jeffrey, de sociaal werker bij DOCK, die eerder aan het woord kwam, ons vertelt over wat hij meemaakt tijdens zijn dagelijks werk.
Dat de bewoner die zegt, poeh, het is heftig. Ik heb een bericht gekregen van de gemeente over, noem maar wat, betaald parkeren. Om even een gevoelig onderwerp aan te gaan. Daar heel heftig op reageert. Dat daar de luisterende oren misschien wat nuance in kan brengen.
Momus: Ook toen er nepnieuws werd verspreid over een woningcorporatie, kon Jeffrey inspringen. De corporatie had haar huurders geïnformeerd dat als je een kamer over hebt, je die mag verhuren als hospita.
Dat werd geframed als als je een bed over hebt in je huis, dan moet dat naar een statushouder of moet naar een asielzoeker. Nou, kan je aan de ene kant heel chagrijnig of boos worden dat iemand zo’n bericht gelooft, maar dat komt wel ergens vandaan. Nou, ik denk als je ontmoetingsplekken hebt, wij hoorden dit omdat we toevallig op een straathoek gewoon met koffie en thee stonden om een kopje koffie en thee te drinken.
Momus: Zo kon hij nepnieuws uit de wereld helpen.
Momus: Dit was voor ons een onverwachte wending in ons onderzoek – het buurthuis als plek voor alledaagse vrede én alledaags conflict. Merel, wat hebben we verder geleerd over buurthuizen?
Momus: Wat ons opvalt is de grote zorgrol die buurthuizen hebben gekregen. Dat buurthuizen daardoor overvraagd dreigen te worden, en een stigma krijgen: je gaat naar het buurthuis als het niet zo goed met je gaat.
Momus: Terwijl de essentie van een buurthuis ontmoeting is. En dat is precies wat de gemeente wil voor Overvecht; meer ontmoetingen. Specifiek: ontmoetingen tussen de oude en de toekomstige bewoners. Een vraag die wij hebben: is het buurthuis ook een plek waar ontmoeting kan ontstaan tussen armere en rijkere mensen?
Momus: Jeffrey van welzijnsorganisatie Dock zou willen dat meer mensen uit de midden- en hogere inkomensgroepen hun weg naar het buurthuis vinden.
Ja, maar de grote zoektocht zit, en daar begon ik eigenlijk al mee, zijn de mensen die wat dragende schouders kunnen zijn in de wijk op meerdere vlakken. En dat zijn toch vaak mensen die in een koopwoning zitten, die vanuit daar wat kunnen betekenen voor de buurt.
Momus: Niet omdat huidige bewoners te weinig doen, benadrukt hij, maar omdat deze groepen andere dingen kunnen betekenen. Ze weten bijvoorbeeld gemakkelijker hun weg te vinden in het gemeentelijk apparaat om subsidies aan te vragen voor buurtprojecten.
Momus: Ook Ibrahim van Burezina zou graag zien dat toekomstige wijkbewoners – hij noemt ze ‘de middeninkomens’ – binnenlopen bij Burezina. Mits ze wat teruggeven aan de wijk, zegt hij.
Hun kracht, hun talent. Dus als de middeninkomens bijvoorbeeld heel druk zijn met hun werk, maar wel kunnen besturen, zijn ze van harte welkom om hier te gaan besturen. […] er is altijd wel iets, een plek waar je je kracht kan zetten. En die middeninkomens of hoger, die kunnen dan ook zeggen, ik woon in de wijk, ik doe wat voor de wijk. Daarnaast werk ik daar. Dat is een evenwicht die we hier in Overvecht heel erg missen.
Momus: We leggen de vraag ook voor aan Rosa Koenen, coördinator van Dwarsverband; de Vereniging voor Utrechtse buurthuizen en speeltuinen in zelfbeheer. Die vraag – hoe je de oude én nieuwe bewoners verbindt – leeft bij meerdere ontmoetingsplekken, deelt zij.
Ik moet denken aan de inzet ook van, echt een topper hoor, Miranda en de Schepenbuurtjes. En die heeft echt veel gedaan om ook te kijken van, hoe krijg je dan die nieuwe bewoners van al die tweeverdienende gezinnen, die nu in die wijk van de schepenbuurtjes komen wonen, hoe krijgen we die in het buurthuis? Voor een deel lukt dat dan ook wel soms, dus hebben ze kinderdisco’s waarin dat dan goed samengaat, of een pubquiz. Alleen, het is nog best een uitdaging om ook die mensen weer dan echt mee betrokken te krijgen in het samendragen van zo’n plek.
Momus: De veranderingen in een wijk gaan snel, geeft Koenen aan en het vergt werk om daarin mee te bewegen.
Maar eigenlijk heb je die nieuwe wijkbewoners nodig om te weten hoe je de nieuwe wijkbewoners bereikt. Dus dat is gewoon een ontwikkeling die nog te maken is. En dat is helemaal niet makkelijk. Dat gaat niet vanzelf.
Momus: Voor verbinding is een plek nodig, met betrokken bewoners. En, zeker in de context van wijkvernieuwing, iemand die ontmoeting aanwakkert.
En het belangrijkste is ook gewoon een buurtverbinder, een community builder, iemand die goed is in het verbinden van de mensen met elkaar.
Momus: Als het ‘mengen’ van oude en nieuwe bewoners niet vanzelf gaat, wat gaat de gemeente dan doen om dit mogelijk te maken, vragen wij ons af. Met dat in gedachten, pakken we de toekomstplannen voor de wijk er bij.
Momus: Allereerst: Wat staat er in de plannen over buurthuizen? Er komt in Overvecht een buurtcentrum van 650m2 waarvan 50% in noord; 50% in zuid.’ En in de plannen voor het nieuwe winkelcentrum staat dat er 13.500 m2 is gereserveerd voor ‘maatschappelijke voorzieningen.’
Momus: Ik lees ook er komen minimaal 3 buurtkamers, goed gespreid over de wijk, en: de gemeente zal bestaande ontmoetingsplekken versterken en soortgelijke initiatieven stimuleren.
Momus: Wij vragen ons af: wat is er al concreet van deze plannen – waar komen de nieuwe buurthuizen, hoe groot zijn ze, wie runt ze en hoeveel geld reserveert de gemeente ervoor?
Momus: En: worden het plekken waar oude en nieuwe bewoners elkaar gaan ontmoeten? Komen er community builders, zoals Rosa Koenen van Dwarsverband voorstelde? Volgens haar een voorwaarde voor het succes van nieuwe buurthuizen.
Momus: Toen we deze podcast maakten, kreeg Utrecht net een nieuw stadsbestuur. De twee wethouders die over Overvecht gingen, stopten. Er kwamen nieuwe wethouders voor in de plaats. Daarom konden we niemand van de gemeente spreken. De gemeente heeft onze vragen wel op papier beantwoord. Onze collega Alexander Beunder leest die antwoorden voor:
In Overvecht Zuid realiseren wij vervangende nieuwbouw voor buurthuis Burezina, met een omvang van circa 500 m². In Overvecht Noord, aan de Indusdreef, komt een buurtkamer van circa 250 m². Daarnaast wordt buurtcentrum De Boog uitgebreid met 200 m² ten behoeve van een jongerenhuiskamer. Voor deze plannen is financiële dekking beschikbaar. Dat geldt ook voor de Culturele Trekker in het nieuwe winkelcentrum van Overvecht. Hiervoor zijn in het recente coalitieakkoord middelen gereserveerd. Deze buurtcentra zijn toegankelijk voor alle bewoners. Van het wijkwelzijnswerk en zelfbeheerde centra wordt verwacht dat zij hun activiteiten zoveel mogelijk laten aansluiten bij de verschillende bewoners en behoeften in de wijk.
Momus: Of het realistisch is dat de nieuwe en oude bewoners elkaar gaan ontmoeten, blijft de vraag. Het cliché – mensen met geld te besteden zitten in een café op het terras en mensen met minder geld gaan naar andere plekken – is niet uit de lucht gegrepen. Je hoort Socioloog Jaap Nieuwenhuis.
Mensen hebben de voorkeur in hun sociale netwerken om te gaan met mensen met gelijke interesses, gelijke achtergronden en gaan niet zomaar zien van oh nou zijn mijn buren daar, nieuwe buren, laat ik maar meteen met hun van alles en nog wat gaan doen. Dat gaat niet automatisch zo.
Momus: Misschien zullen nieuwe en oude buren elkaar niet ontmoeten in Overvecht, niet op straat, en ook niet in de buurthuizen. Maar, is dat nodig, voor de buurthuizen om hun waarde te behouden in de wijk?
Momus: Voor een antwoord gaan we terug naar Anne van Weerden, waar we deze podcast aflevering mee begonnen.
Momus: Anne is actief in de actiegroep ‘Overvecht in Opstand’, waarmee ze de plannen van de gemeente voor Overvecht scherp in de gaten houdt. Voorheen nam ze ook deel aan een bewonerscommissie, die in een buurthuis vergaderde; het zogenaamde Doe Mee centrum. Woningcorporatie Portaal had dit tijdens de renovatie van de flats geopend, maar het is nu gesloten.
Merel: En kwam je er zelf ook weleens?
Anne: Ik kwam er ook, want wij vergaderden daar altijd natuurlijk met het buurtcomité. En we konden printen daar. Want ik bedoel, als je moet protesteren en je moet het zelf printen, is dat kostbaar. Maar het was gewoon een volwaardig buurthuis geworden. En toen was de renovatie afgelopen. En toen hebben ze het weggehaald, ondanks onze protesten.
Momus: Anne benadrukt dat het buurthuis belangrijk is om je stem te laten horen als bewoner. En om andere bewoners bij acties te betrekken.
Als wij aandacht nodig hadden, dan plakten we een poster op de deur. Ja, dan zag je iedereen die binnenkwam, zag dat al. En dat kan nu gewoon helemaal niet. Dan zou je dus in alle portieken iets moeten doen en iemand anders scheurt dat er weer af. Ik bedoel, zo gaat dat.Ja, je organiseren zonder buurthuis is heel moeilijk.
Momus: Anne vertelt over een groep Overvechters die recent in actie is gekomen.
Het feit dat zij heel veel contact onderling hebben en dat ze bijvoorbeeld achter een plan waren gekomen en toen heel snel waren gaan flyeren. Ja, dat komt omdat ze dat in het buurthuis konden doen en dat is natuurlijk een luxe die wij niet meer hebben.
Momus: Wat Anne beschrijft, noemt politiek filosoof Koekoek de rol van buurthuizen in het democratisch proces.
Het gaat heel vaak nu over ongehoorde stemmen in de democratie. Maar je maakt ook heel erg ongehoorde stemmen als je niet infrastructuur bouwt, als je niet plekken bouwt waar mensen hun stem kunnen uiten. Dat gaat niet zomaar.
Momus: Daar heb je plekken als buurthuizen voor nodig.
in van die publieke plekken, dan ben je niet alleen maar alleen, maar dan dan ontmoet je dus anderen die ook datzelfde probleem hebben en dan kan het politiek worden.
Momus: Als je anderen ontmoet die tegen dezelfde dingen aanlopen als jij, dan kun je je daaromheen gaan organiseren en opkomen voor je gezamenlijke belangen.
Momus: Dit blijkt ook uit Annes verhalen. Voorheen vergaderde ze met haar bewonerscommissie in het oude Doe Mee Centrum. En ook de Actiegroep Overvecht in Opstand, waar Anne nu onderdeel van is, komt in buurthuizen samen.
Momus: De actiegroep verzet zich tegen de plannen die op tafel liggen voor Overvecht. Ze willen Overvechters op de hoogte brengen van de gevolgen, bijvoorbeeld als sloop en bouwplannen concreet worden.
En als die er zijn, dan willen we gaan flyeren daar. Gewoon om mensen te waarschuwen. Heb je eigenlijk wel door wat er gebeurt?
Momus: De gemeente belooft Overvecht te verbeteren, zonder de huidige bewoners te verdringen. Een grote opgave, als we onderzoeken over gentrificatie erop naslaan.
De woningprijzen zullen stijgen en de ontmoetingsplekken van Overvechters staan onder druk. Het buurthuis blijkt niet alleen een plek voor ontmoeting – het is ook een plek waar spanningen kunnen verzachten en waar buurtbewoners voor hun belangen kunnen strijden. Van een persoonlijk probleem een collectieve, politieke zaak maken.
Momus: Of buurthuizen ook een plek worden waar oude en nieuwe bewoners elkaar zullen ontmoeten, blijft de vraag. Maar dat ze meerwaarde hebben voor de huidige bewoners, staat vast.
Experts en bewoners die wij spraken benadrukken; kijk niet alleen naar wat er beter moet in Overvecht, maar ook naar wat er goed gaat, wat het bewaren waard is.
Momus: Dat was het alweer. Bedankt voor het luisteren!
Meer verhalen over ons onderzoek naar – Van wie is de wijk? – vind je op Momusmedia.nl
We horen graag wat je vond van deze podcast aflevering; of misschien wil je nog wat delen over het belang van buurthuizen? Stuur ons een berichtje op merel@momusmedia.nl of jeske@momusmedia.nl.
Momus: Wij maakten deze podcast met steun van het Mediafonds provincie Utrecht en het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.
Momus kan onafhankelijk journalistiek onderzoek doen dankzij fondsen en donaties. Wil jij Momus steunen? Dat kan al voor een kopje koffie per maand. Kijk op Momusmedia.nl/doneer
Sounddesign en eind mixage is verzorgd door Mathijs Duringhof.