Dossier
Van wie is de wijk?

Wat hebben bewoners zelf nog over hun wijk te zeggen? Hoe bouw je nieuwe woningen zonder gemeenschappen te vernietigen? Deze vragen staan centraal in ons onderzoek naar de ingrijpende veranderingen in de Utrechtse wijk Overvecht.

Dit dossier is onderdeel van:
Steun dit dossier

Steun dit dossier

Het Woonproof dossier bestaat — zonder betaalmuren — mede dankzij betalende lezers. Help je mee? Steun dit dossier met een eenmalige donatie.
Doneer 1× aan dit dossier

Word daarnaast lid van Momus (vanaf €3 per maand) om al ons werk te steunen.

 


 

Ontvang updates over dit dossier in je inbox

Via onze Woonproof nieuwsbrief blijf je op de hoogte én kun je meedenken over dit onderzoek op basis van vragen die we via deze nieuwsbrief delen.

Ontvang je al één of meer van onze nieuwsbrieven? Verander je voorkeuren via de knop in de Momus-nieuwsbrieven die je al ontvangt en vink de Woonproof nieuwsbrief aan.

Ontvang je nog geen enkele nieuwsbrief van Momus? Schrijf je hier in en vink de Woonproof nieuwsbrief aan.


 

Tips en ideeën voor dit dossier

Heb jij tips of ideeën voor dit dossier? Laat het ons weten.

Naar het tipformulier

 


Naast het steunen en volgen van dit zorgdossier kun je ook Momus zelf steunen als lid vanaf 3 euro per maand, of via een eenmalige donatie naar keuze. Je blijft op de hoogte en denkt mee over al ons werk via onze nieuwsbrieven of social media+Vind ons op Instagram, LinkedIn, Facebook, Youtube en TikTok. Stuur ons algemene tips, ideeën of vragen als tekst via dit formulier, of als audiobericht via onze online open microfoon.

Beeld: Alexander Beunder

00:00
/00:00

‘Van wie is de wijk?’ is een tweedelige podcastserie over wat grootschalige nieuwbouwplannen betekenen voor de Utrechtse wijk Overvecht en haar ontmoetingsplekken.

In deze eerste aflevering duiken Merel de Buck en Jeske Jongerius van onderzoeksplatform Momus in de gemeentelijke plannen (vijf duizend nieuwe woningen) en spreken ze met bewoners en experts. De gemeente Utrecht wilt dat Overvechters elkaar vaker gaan ontmoeten. Meer ‘ogen op straat’, meer sociale cohesie, een ‘diversere’ wijk — dat moet de leefbaarheid verbeteren. Maar klopt die redenering?

Deze podcast verscheen ook op De Nuk (De Nieuwe Utrechtse Krant). Ustad publiceerde een samenvatting van deze aflevering.

Lees meer over ons onderzoek in ons dossier Van wie is de wijk.

Reageren? merel@momusmedia.nl of jeske@momusmedia.nl

Momus steunen? Momusmedia.nl/doneer

Deze podcast kwam tot stand met steun van het Mediafonds provincie Utrecht en het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Sounddesign en eindmixage: Mathijs Duringhof.

Shownotes:

  • In de beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040 staan alle plannen voor de wijk: In het Masterplan Overvecht staan alle plannen voor het nieuwe centrum van Overvecht.
  • Gelet op de inkomens van mensen uit Overvecht, geldt de wijk als de armste van Utrecht.
  • De gemeente ziet Overvecht als een wijk met veel kwetsbare bewoners en problemen zoals armoede, onveiligheid en een gebrek aan sociale verbinding. Meer woningen in het middensegment en in de vrije sector zou de wijk moeten verbeteren, zie de bestuurlijke afspraken van 24 juli 2025.
  • Sociaal geograaf Wouter van Gent over het begrip gentrificatie – en meer.
  • Een bundel van studies naar gentrificatie op diverse continenten.
  • ‘We gaan gentrificatie actief tegen,’ zo staat in het Utrechtse woonbeleid. Zie ook de notitie die Momus erover schreef.
  • In eerder onderzoek in Overvecht werd ons al snel duidelijk dat de grootste veranderingen voor de wijk onbetwistbaar zijn: Er komen 5.000 woningen en het grootste deel daarvan valt in het midden- en duurdere segment.
  • ‘We bouwen aan zorgzame wijken en buurten door te investeren in de sociale cohesie’, staat in het Regeerakkoord 2026‑2030 van D66, VVD en CDA.
  • Volgens de gemeente schiet het in Overvecht te kort aan sociale cohesie. Dat meten ze aan de hand van een inwonersenquête. De gemeente schrijft in een reactie: ‘De score voor sociale cohesie in Utrecht ligt in 2025 op 5,9, hetzelfde niveau als in 2023 en is daarmee stabiel. Dit cijfer schommelt de afgelopen jaren rond 6,0. Het cijfer voor Overvecht is een 5.’
  • Het boek Armoede uitgelegd aan mensen met geld van Tim ‘S Jongers vind je hier.

Citaten uit de beleidsdocumenten:

  • Op pagina 40 van de Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040 staat: ‘De ambitie is om met de woningbouw de anonimiteit in de wijk te verminderen en de sociale veiligheid te vergroten.’ En op pagina 64 staat: ‘Bij het diverser worden van de wijk willen we het makkelijker maken en stimuleren dat inwoners elkaar ontmoeten en zich aan elkaar en de wijk verbinden. […] Of je nu in een gebouw bent of daar buiten; we zorgen voor fijne routes en ontmoetingsplekken voor jong en oud.’
  • Referenties naar pagina’s in het beleidsdocument Masterplan Overvecht Centrum, uit juni 2025 ‘Op weg naar een divers, verbonden en aantrekkelijk centrumgebied Overvecht Centrum’:
    • Op pagina 149: ‘Hierdoor zijn er ogen op straat. Dat is goed voor de sociale veiligheid én bevordert de interactie tussen bewoners.’
    • Op pagina 6: ‘We besteden extra aandacht aan ontmoetingsplekken op de pleinen, in de gebouwen en binnenhoven.’ […] ‘Deze verschillende ontmoetingen bevorderen inclusie, verbinding en een sterker sociaal netwerk voor de wijk.’
    • Ontmoet, ontmoeten, ontmoetingsplekken komt 128 voor in het document.
    • Op pagina 80: ‘bewoners gebruiken de straten om samen te leven en elkaar te ontmoeten.’
    • Op pagina 148: ‘Woningen zijn aantrekkelijk, de woongebouwen en woonomgeving nodigen uit tot ontmoeting. Denk hierbij aan een gemeenschappelijke tuin, ‘huiskamers’ voor inwoners van het complex, of zelfs aan ‘buurtkamers’ die toegankelijk zijn voor inwoners uit de buurt.’
  • In het beleidsdocument over de Wijkaanpak Samen voor Overvecht staat op pagina 28: ‘Een belangrijke reden dat de leefbaarheid in en rondom flats onder druk staat, is het gebrek aan sociale cohesie. Om prettig met elkaar te wonen is een bepaalde mate van contact en verbinding belangrijk.’
  • In het Masterplan Overvecht Centrum; Verdieping en Achtergrond juni 2025 staat op pagina 12: ‘Zo kan men comfortabel slenteren en verblijven op de pleinen, straten en in de binnenhoven.’

Transcript

De opzet van Overvecht was altijd dat één van die blokken flats altijd één opening heeft, zodat je niet ingesloten wordt. En ik schrijf dus op alle bijeenkomsten van sluit de flatblokken niet, je maakt een ghetto en dat moet je gewoon niet doen. En de reactie die ik dan krijg, nee, maar er komen dan meer ogen op straat.

Momus: Je hoort hier Overvechter Anne van Weerden. Wij zijn op bezoek in haar woning, in een van de tien-hoog flats in Utrecht Overvecht. De wijk die wij nu zien, met uitgestrekte parken, openbare parkeerplaatsen en de karakteristieke hoogbouwflats, gaat de komende jaren ingrijpend veranderen. En volgens bewoner Sami Chikhi is dat een behoorlijke klap.

we zijn altijd bestempeld als een achterstandswijk. Hoe wil je dat uiteindelijk in een klap gaan veranderen? Want dit is een klap. Mensen hebben emotionele bindingen. Het kan gebouwen zijn, bomen, bij wijze van spreken. Een plek zijn.

Momus: De gemeente Utrecht heeft grootste plannen voor Overvecht. Er komen 5.000 nieuwe woningen, vooral voor rijkere mensen dan de huidige bewoners. Het overdekte winkelcentrum gaat plat en maakt plaats voor een nieuw, open ‘stadshart’. En het autoverkeer wordt ingeperkt voor een snelle busverbinding.

Momus: Wat er in Overvecht gebeurt, is geen uitzondering. Op veel plekken in Nederland komen nieuwe woningen en worden wijken herontwikkeld. Vooral in wijken met veel sociale huurwoningen wordt voortvarend gesloopt, gerenoveerd en gebouwd.

Momus: Dat er bijgebouwd moet worden, snappen veel bewoners van Overvecht, de wooncrisis raakt ook hen. Maar er lijkt meer aan de hand, dan enkel woningnood. En dat baart hen zorgen.

Momus: Overvecht is een van de rijkste wijken van Utrecht als we kijken naar culturele diversiteit. Maar gelet op de inkomens van mensen, geldt de wijk als de armste van Utrecht.

De gemeente ziet Overvecht als een wijk met veel kwetsbare bewoners en problemen zoals armoede, onveiligheid en een gebrek aan sociale verbinding. De komst van bewoners met meer geld zou de wijk moeten verbeteren.

Momus: Het proces waarbij een wijk wordt ‘verbeterd’ – tussen aanhalingstekens – door het aantrekken van rijkere bewoners, wordt ook wel gentrificatie genoemd. Een moeilijk woord voor de komst van rijkere nieuwkomers in een armere wijk.

Onderzoek na onderzoek in verschillende steden ter wereld wijst uit dat dit vaak samen gaat met het verdringen van bewoners met een laag inkomen uit de wijk. De oorspronkelijke bewoners. De huizen worden te duur voor hen, en de plekken waar zij graag komen, passen niet bij de behoeften van de nieuwe wijkbewoners, of komen onder druk te staan door stijgende grondprijzen.

Momus: Het is dus niet gek dat Overvechters willen weten: is de wijk straks nog wel ván en voor ons? En welke stem krijgen wij eigenlijk, in al die veranderingen?

Wij – Merel de Buck en Jeske Jongerius van Momus – doen al een tijdje  onderzoek in Overvecht. De gemeente Utrecht heeft onlangs toegezegd gentrificatie ‘actief tegen te gaan.’ Wij duiken Overvecht in om te kijken wat bewoners daarvan merken en wat er op het spel staat voor hen.

Momus: Je luistert naar de podcast ‘Van wie is de wijk?’ waarin we in twee afleveringen verkennen wat de grootschalige nieuwbouwplannen betekenen voor Overvechters en hun ontmoetingsplekken.

Momus: Dit is aflevering 1: Liever een buurthuis, dan een rijke buur.

Momus: In ons onderzoek in Overvecht wordt ons al snel duidelijk dat de grootste veranderingen onbetwistbaar zijn. Er komen 5.000 woningen. Punt. En het grootste deel daarvan valt in het midden- en duurdere segment. Daar hebben de huidige bewoners niks over te zeggen. Maar het verandert wel veel voor hen.

Momus: We spreken hierover met Anne van Weerden. We hebben haar ontmoet tijdens een bijeenkomst die wij organiseerden in een buurthuis in Overvecht om verhalen op te halen uit de wijk. Daarna nodigt ze ons bij haar thuis uit.

Ik ben Anne van Weerden. Ik ben bewoner van Overvecht Noord. En ik woon hier sinds 2005 in één van de tien hoog flats.

Momus: Het was geen toeval dat Anne bij onze bijeenkomst was, ze is ontzettend betrokken bij haar buurt. Ze zat lang in een bewonerscommissie en ze is actief in de actiegroep ‘Overvecht in Opstand’. Deze groep organiseert acties tegen de toekomstplannen voor Overvecht.

Momus: Vanuit haar huis in een van de tien-hoog flats  laat Anne ons de impact van de plannen op haar directe omgeving zien. We lopen naar een raam.

Direct voor de flat zien we nu veel bomen. Daarachter torenen drie andere hoge flats, gepositioneerd in een U-vorm. In het midden daarvan is een gezamenlijke binnentuin.

Ondanks de hoge flats oogt het groen, ruim en open. Maar straks niet meer, vreest Anne. Want de groene strook moet plaatsmaken voor nog een flat, met vooral duurdere appartementen.

De opzet van Overvecht was altijd dat één van die blokken flats altijd één opening heeft, zodat je niet ingesloten wordt. En ik schrijf dus op alle bijeenkomsten van sluit de flatblokken niet, je maakt een ghetto en dat moet je gewoon niet doen. En de reactie die ik dan krijg, nee, maar er komen dan meer ogen op straat. Nou, we weten allemaal dat het zo niet werkt als arm en rijk tegenover elkaar komen te wonen, dan gaat rijk echt niet fijn ingrijpen als er iets mis is ofzo.

Momus: Anne gaat naar inspraakbijeenkomsten die de gemeente organiseert. Ze uit haar zorgen. Maar wat Anne als een probleem ziet, is volgens de professionals die de plannen presenteren juist een oplossing.

Momus: Annes woorden hebben ons nieuwsgierig gemaakt, dus wij duiken in de gemeentelijke plannen voor Overvecht.

Inderdaad, bijvoorbeeld op pagina 40 van de Omgevingsvisie Overvecht 2040 lezen wij: ‘De ambitie is om met de woningbouw de anonimiteit in de wijk te verminderen en de sociale veiligheid te vergroten.’

Momus: Ook op pagina 149 van het toekomstplan voor het centrum van Overvecht, waar maar liefst 2.500 nieuwe woningen komen, lezen we een soortgelijke gedachtegang over de nieuwbouw: ‘Hierdoor zijn er ogen op straat. Dat is goed voor de sociale veiligheid én bevordert de interactie tussen bewoners.’

Rietje Borm, al tien jaar actief in een bewonerscommissie in Overvecht, is kritisch op de redenatie van de gemeente. We spreken haar over de telefoon.

Ja, dat is een aanname. Dat is nergens bewezen dat het de interactie tussen bewoners bevordert. Je kunt ook met z’n 2500 langs elkaar leven. En wat wij dus doen, wat wij nu al tien jaar aan het doen zijn in ons wijkje, is gewoon als bewonerscommissie langs de deuren gaan. Mensen wijzen op waar ze recht op hebben. Mensen wijzen op: we hebben een bijeenkomst, we hebben een feest. Komt allemaal.

Momus: Wat ons opvalt in dit gesprek met Rietje – en dat viel ons ook al op in andere gesprekken – is dat Overvecht helemaal niet zo anoniem lijkt als de plannen doen vermoeden.

Dat stuk waar wij bewonerscommissie van zijn, waar we al tien jaar keihard onze energie geven, ons inzetten om de buurt gewoon gezellig te houden en te maken. En ja, het is gewoon perfect. We hebben picknicktafels waar we elkaar ontmoeten. Nou, wat je zei van bij de garageboxen. Maken we praatjes met elkaar. En ja, het is net een klein dorp, zeg maar. Daar moet je niet aankomen.

Momus: We ontmoeten elkaar al, vertelt Rietje. Bij picknicktafels, bij garageboxen – waar in de zomer tafels en stoelen worden uitgeklapt.

De straatje verderop woont Nel. Daar kan ik langs. Of Jannie Of het straatje verderop. We hebben een open ruimte. Je kan van deze straat naar de volgende straat kijken. Je kan zwaaien naar elkaar. Je kan zeggen: Oh, hoe is het met je? Kan ik nog iets voor je doen? Gisteren was ik naar de dreef gelopen en daar komt Jan van 90 tegen. En dan zeg ik: Jan, kan ik nog iets voor je doen?

Momus: De open ruimte en de garageboxen moeten plaatsmaken voor nieuwe woningen. De argumentatie daarbij, dat dit goed is voor de sociale veiligheid, steekt.

Maar het is weer zo’n stigma wat vanuit de gemeente doorgeduwd wordt: van mensen in overvecht kennen elkaar niet. Ze hebben ons nog nooit iets gevraagd. Wij kennen elkaar allemaal hier.

Momus: Antropoloog Kathrine van den Bogert is bekend met deze aannames. Ze deed – net als wij – onderzoek in Overvecht en is kritisch op beleidsmakers: die de wijk vooral vanuit ‘tekortkomingen’ bekijken .

Momus: Ze sporten niet genoeg. Ze doen niet genoeg mee. Ze eten niet gezond genoeg. Dat is wat je vaak hoort. Maar dat is lang niet het hele verhaal, schrijft Kathrine van den Bogert in een reactie op onze vragen. Want als je écht goed kijkt naar Overvecht, als je echt de wijk in gaat, dan zie je ook al het moois dat er gebeurt. Dan zie je hoe bewoners op allerlei manieren wél meedoen. Hoe ze voor elkaar zorgen. Hoe ze samen dingen opzetten: sportinitiatieven, buurtprojecten, dingen die er echt toe doen.

Momus: Wat als we, net als Van den Bogert, kijken naar wat er al is? Naar de ontmoetingen die al plaats vinden? De plekken waar mensen elkaar vinden en voor elkaar zorgen?

Momus: Sami Chikhi, eind twintig en opgegroeid in Overvecht, vertelt ons over een belangrijke ontmoetingsplek voor hem, die niet zo in de boeken staat. Hij komt graag samen met zijn vrienden op een parkeerplaats nabij het winkelcentrum van Overvecht.

Ik ben daar zelf ook soms, soms zit ik daar tot 2 uur, 3 uur s’nachts. Wij maken geen lawaai. […] Gewoon hun eigen plek hebben waar ze hunzelf kunnen zijn. Kunnen uitpraten hoe hun dag was. Het is niet van heel intimiderend of wat dan ook. Want als ze iemand te zien zou langslopen, zou ze ook gewoon gedag zeggen.

Momus: Voor Sami is de parkeerplaats een belangrijke, gratis, ontmoetingsplek. Omdat hij bij zijn ouders woont en op een eigen woning wacht, kan hij bijvoorbeeld niet thuis zitten met zijn vrienden.

Momus: Ook andere Overvechters die we spreken delen verhalen over de parkeerplaatsen; die een toevluchtsoord vormen voor Overvechters zonder eigen thuis. Een 62-jarige vrouw die haar hele leven in de wijk woonde maar nu geen huis meer heeft, slaapt er bijvoorbeeld in haar auto. Ze vertelt daarover als we haar buiten bij een parkeerplaats bij het winkelcentrum ontmoeten.

Nu woon ik nog in mijn auto, maar ik ga wel weer in de wijk.

Tussen de geluiden van klepperende afvalbakken, autoverkeer en rollende winkelwagentjes door, vertelt deze bewoonster ons over een kant van de wijk die wij – als buitenstaanders – misschien niet meteen zien. Wij vragen haar of er veel dakloze mensen zijn in Overvecht.

Ja, heel veel.

Momus: U leeft zelf in een auto?

Ja.

Momus: Is dat al lang zo?

Iets meer dan anderhalf jaar.

Momus: De openbare parkeerplaatsen vormen een relatief veilig onderkomen voor haar. We vragen haar wat het veilig maakt:

Momus: ‘Het wederzijdse respect tussen de gebruikers van het parkeerterrein en met de politie’, deelt ze. Het contact met de jongens die er ook hangen is volgens haar prima.

De jongens die met elkaar lekker. Het zijn groepjes die met elkaar lekker kletsen. Elke avond heb je anderen. Heel gezellig.

Momus: Met sommigen is het gezellig, anderen laten elkaar met rust en dat is ook oke. En ‘s ochtends drinkt ze wel eens een kopje koffie met de politie die hun dienst start.

Het is het gedoogterrein. Het enige stukje het gedoogterrein waar de jongens ook mogen verblijven.

Momus: Een plek voor ontmoeting, overbrugging en overnachting is niet waar een parkeerplaats voor bedoeld is. Maar het zijn wel functies die het in de wijk vervult.

Momus: Nu tenminste. Want als we de plannen erop naslaan, gaan de gratis, openbare parkeerplaatsen verdwijnen. Dat is in 2025 aangenomen door de gemeenteraad. Daarvoor in de plaats komen ondergrondse parkeergarages waarvoor inwoners flink moeten betalen. En daar met je vrienden hangen, of je toevlucht zoeken, is dan niet meer mogelijk.

Maar ja, waar moeten we dan gaan, snap je? De vraag is, ze hebben zoveel buurthuizen gesloten,. Niet eens buurthuizen, het hoeft niet alleen buurthuizen te zijn, maar gewoon vrije plekken waar je kan lekker jezelf zijn. Misschien een eigen parkeerplaats.

Momus: Komen die plekken er? Een ding is zeker: de gemeente wil wel degelijk dát Overvechters elkaar méér gaan ontmoeten.

Momus: Dat blijkt uit de toekomstplannen voor de wijk die al eerder aan bod kwamen in deze aflevering. De belangrijkste documenten zijn: De Omgevingsvisie Overvecht 2040, waarin de vernieuwing van de hele wijk wordt beschreven. En het Masterplan Overvecht Centrum, waarin de specifieke plannen voor het nieuwe centrum van Overvecht staan opgetekend.

Momus: In de plannen voor het nieuwe winkelcentrum komen de woorden ‘ontmoeten, ontmoet, ontmoetingsplekken, ontmoetingen’ maar liefst 128 keer voor.

Op Pagina 6 staat bijvoorbeeld: ‘We besteden extra aandacht aan ontmoetingsplekken op de pleinen, in de gebouwen en binnenhoven.’ […] ‘Deze verschillende ontmoetingen bevorderen inclusie, verbinding en een sterker sociaal netwerk voor de wijk.’

Momus: Ook in de Omgevingsvisie voor Overvecht gaat het er vaak over.

Ik lees een passage voor van pagina 64:

‘Bij het diverser worden van de wijk willen we het makkelijker maken en stimuleren dat inwoners elkaar ontmoeten en zich aan elkaar en de wijk verbinden. […] Of je nu in een gebouw bent of daar buiten; we zorgen voor fijne routes en ontmoetingsplekken voor jong en oud.’

Momus: In weer een ander beleidsdocument, de Wijkaanpak Samen voor Overvecht, ontdekken we een van de redenen waarom de gemeente zo hamert op ontmoeting;

‘Een belangrijke reden dat de leefbaarheid in en rondom flats onder druk staat, is het gebrek aan sociale cohesie. Om prettig met elkaar te wonen is een bepaalde mate van contact en verbinding belangrijk.’ staat er op pagina 28.

Momus: Utrecht staat in haar plannen niet alleen: ook het kabinet wil in kwetsbare wijken inzetten op meer sociale cohesie om de leefbaarheid te verbeteren, zo staat in het regeerakkoord van januari 2026.

Momus: Om te begrijpen wat hier achter zit, gaan we in gesprek met een socioloog die onderzoek doet naar sociale cohesie in buurten, Jaap Nieuwenhuis. Hij is verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. We beginnen met de vraag: wat is dat eigenlijk, sociale cohesie?

Als je het hebt over sociale cohesie binnen de buurt, dan gaat dat dus over hoe mensen binnen een buurt met elkaar samenleven, samen problemen oplossen, conflicten kunnen uitvechten, laten we hopen niet uitvechten, dus op een positieve manier, tot een oplossing kunnen komen voor sociale conflicten of conflicten over de openbare ruimte, hoe die gebruikt wordt, hoe die ingericht wordt.

Momus: Nieuwenhuis benadrukt dat sociale cohesie essentieel is voor je woonplezier.

Het is belangrijk dat buurten prettig zijn om in te leven en dat mensen het goed met elkaar kunnen vinden, want een buurt waarin veel conflict is, zelfs al maak je jezelf geen onderdeel uit van dat conflict, maar je hoort dat gewoon op straat. Je durft eigenlijk misschien s’avonds niet de deur uit. Dat heeft invloed op hoe je je leven, je levensgenot ervaart en je woongenot.

Momus: Volgens de gemeente schiet het in Overvecht nu tekort aan sociale cohesie. Maar als we bewoners spreken, zoals Rietje en Sami, horen we dat er wel degelijk sprake van is. Alleen ontmoeten bewoners elkaar niet op de manier en plek die de gemeente voor ogen heeft. En het is de vraag of dat in de toekomst wel gaat gebeuren.

Momus: Daarover praten we verder met Anne van Weerden, bewoner van een Overvechtse tien-hoog flat, die aan het begin van deze aflevering ook aan het woord kwam. Het valt haar op dat de gemeente van plan is om ontmoetingen op straat te stimuleren.

En nu willen ze in de omgevingvisie dus de straten zo maken… dat we allemaal buiten gaan wandelen en daar gaan we elkaar ontmoeten.

Momus: Dit staat inderdaad in de plannen. ‘Zo kan men comfortabel slenteren en verblijven op de pleinen, straten en in de binnenhoven,’ lees ik in het document genaamd Verdieping Masterplan. Ook staat er geschreven: ‘bewoners gebruiken de straten om samen te leven en elkaar te ontmoeten.’

Momus: Zoals je misschien aan Annes toon kunt horen, ziet zij dit niet voor zich. Naast de praktische bezwaren die ze noemt – zoals dat het in Nederland vaak regent – vertelt ze nog een ander bezwaar. Veel Overvechters hebben een smalle beurs.

Je wilt niet elkaar ontmoeten op straat, als je geen geld hebt.

Momus: Het is een gevoelig onderwerp en Anne vraagt ons de microfoon uit te zetten. Anne verwijst vervolgens naar het boek van Tim ‘S Jongers: ‘Armoede uitgelegd aan mensen met geld’. En ze legt het aan ons uit.

Heel kort door de bocht: Armoede geeft zorgen. Zorgen slokken je op. Ze nemen je denkruimte in beslag en beïnvloeden je humeur. Als jij met een kop vol zorgen op weg bent naar huis – of naar de winkel terwijl je uitrekent hoeveel boodschappen je vandaag kunt betalen – zou jij dan zin hebben in een kletspraatje op straat?

Momus: De gemeente Utrecht komt met ideeën die niet aansluiten bij de realiteit waar mensen met weinig geld in leven, concludeert Anne.

Zo wil de gemeente ook dat Overvechters elkaar gaan ontmoeten in wat ze ‘huiskamers’ noemen. Dat zijn ruimtes in de flats, van de woningcorporaties die open worden gesteld voor de buurtbewoners, als ontmoetingsruimte.

En vroeger hebben we met de buurtcomité ook in zo’n flat vergaderd. En puur vergaderen is natuurlijk oké, want dan heb je afgesproken. Maar dat ik nou ooit daar naar binnen ben gelopen om een kletspraatje te maken, nee.

Momus: Voor Anne voelt het alleen niet als een openbare ruimte voor de bewoners, het voelt alsof je bij iemand thuis op bezoek gaat, vertelt zij.

Momus: Wat zegt de gemeente ervan, dat bewoners deze ontmoetingsplekken – op straat en in huiskamers – niet zien als realistisch?

Momus: Toen we deze podcast maakten, kreeg Utrecht net een nieuw stadsbestuur. De twee wethouders die over Overvecht gingen, stopten. Er kwamen nieuwe wethouders voor in de plaats. Daarom konden we niemand van de gemeente spreken. De gemeente heeft onze vragen wel per mail beantwoord. Onze collega Alexander Beunder leest die antwoorden voor:

We zetten niet uitsluitend in op ontmoeting in de openbare ruimte. De inzet is juist gericht op een breed aanbod van laagdrempelige (inkomensonafhankelijke) ontmoetingsplekken, zowel binnen als buiten. Daarbij gaat het om buurtcentra, buurtkamers, de bibliotheek, sportvoorzieningen, speeltuinen en andere maatschappelijke voorzieningen, naast pleinen, straten en parken. Het doel is om ontmoeting mogelijk te maken, niet om voor te schrijven waar en hoe die moet plaatsvinden.

Momus: Tot zover de fysieke plekken waar Overvechters elkaar zouden ontmoeten. Los daarvan heeft de gemeente ook een beeld van wie elkaar zou moeten ontmoeten.

Ik lees voor uit de plannen: ‘Bij het diverser worden van de wijk willen we het makkelijker maken en stimuleren dat inwoners elkaar ontmoeten en zich aan elkaar en de wijk verbinden.’

Met ‘diverser worden’ bedoelen ze: meer mensen met hogere inkomens.

Momus: De gemeente gaat ervan uit dat een mix van armere en rijkere bewoners de leefbaarheid in de wijk verbetert. Maar als wij onderzoeken erop naslaan wordt deze aanname niet per se onderbouwd.

Ik heb hier bijvoorbeeld een passage uit een onderzoek van wetenschappers Linda van de Kamp en Saskia Welchen, gepubliceerd in 2019. Ik lees het voor.

‘Het verbinden van verschillende groepen in wijken is niet eenvoudig. Onderzoek naar gentrificatie laat zien dat sociale cohesie niet toeneemt na een instroom van nieuwe bewoners met hogere inkomens, en dat oorspronkelijke bewoners met een lager inkomen zich niet aan de nieuwe bewoners ‘optrekken’.’

Momus: We leggen de aanname ook voor aan socioloog Nieuwenhuis. Ook hij is er niet gerust op dat de huidige bewoners erop vooruitgaan met de wijkvernieuwing.

Het is vaak zo dat mensen in de lagere inkomens regionen een veel grotere proportie van hun sociale netwerk in de buurt hebben. Door die buurt deels te slopen, zal deel van hun netwerk verdwijnen. Dus dat buurtnetwerk wordt daardoor kleiner. Plus de inkomende groep middenklassen hebben vaak een veel kleinere proportie van een sociale netwerk in de buurt. Dus door studie, door het type werk dat ze hebben, hebben ze veel meer alternatieven binnen hun sociale netwerk. En veel minder de noodzaak om terug te hoeven vallen op sociale netwerken binnen de buurt. En daardoor dus ook veel minder snel de neiging om die sociale contacten binnen die nieuwe buurt waarin ze komen te wonen te gaan zoeken.

Momus: Volgens socioloog NIeuwenhuis stelt de gemeente te veel hoop in die ontmoetingen.

Dus er is een soort van vage beloften van sociale mobiliteit door die nieuwe netwerken die eventueel zouden moeten ontstaan, die misschien niet ontstaan. Maar de onderliggende problemen van een achterstandsbuurt zijn de achterstand. Dus mensen zijn niet arm omdat ze in een arme buurt wonen, maar omdat mensen niet genoeg geld hebben om rond te komen.

Momus: De gemeente reageert schriftelijk:

In algemene zin streven we naar meer spontane ontmoeting zowel op straat als in gebouwen, niet specifiek tussen de *tussenhaakjes* nieuwe middenklasse en huidige Overvechters. Ontmoeting wordt niet beschouwd als ‘oplossing’ voor onderliggende problemen rond armoede, gezondheid, veiligheid of kansengelijkheid. Daarvoor is de wijkaanpak Samen voor Overvecht.

Momus: Terug naar Anne. Zij ziet het niet voor zich dat ze haar nieuwe buren op straat of in de ‘huiskamers’ gaat ontmoeten.

Op wat voor ontmoetingsplekken voelt ze zich wél op haar gemak en veilig, vragen we haar. Dan komt het buurthuis in het gesprek.

Toen de flats iets meer dan tien jaar terug gerenoveerd werden, had woningcorporatie Portaal in Anne’s buurt een plek geopend waar bewoners terecht konden met hun vragen: Het ‘Doe Mee Centrum’, dit groeide uit tot een buurthuis.

En dat was een soort buurtcentrum dat gebouwd was tijdens de renovatie van Portaal.

Momus: En welk jaar was dat?

Anne: Dat was 2015. Maar het heeft, denk ik, alles bij elkaar vijf of zes jaar bestaan. En toen was het helemaal uitgegroeid tot een plek waar je hulp kon krijgen, waar koffie gedronken werd, waar huiswerkbegeleiding, vrouwenpraat ochtenden. Gewoon echt een buurthuis. Het werd ontzettend druk bezocht.

Momus: Anne vertelt dat het in die tijd beter ging met haar buurt. Het buurthuis gaf een buurtgevoel, een plek voor ontmoeting en ondersteuning.

Momus: In Overvecht staan momenteel 7 buurthuizen.

Buurtcentrum De Jager noemt zichzelf op de website ‘een toegankelijke plek waar bewoners elkaar ontmoeten en activiteiten organiseren.’ En buurthuis Burezina omschrijft zich als ‘een warme, gastvrije plek waar buurtbewoners elkaar ontmoeten en samenwerken om de gemeenschap sterker te maken.’

Momus: Buurthuizen zijn bij uitstek een plek van ontmoeting en sociale cohesie, lijkt het. Wat doen die eigenlijk voor de wijk? Brengen ze bewoners echt dichter bij elkaar? En als de gemeente daar zo op inzet — wat is dan de toekomst van die buurthuizen? En kunnen buurthuizen arme en rijkere mensen met elkaar in contact brengen?

Momus: Om dit te onderzoeken, gaan we in de volgende aflevering langs bij twee Overvechtse buurthuizen, De Jager en Burezina. Ook gaan we in gesprek met de gemeente én spreken we experts zoals politiek filosoof Catherine Koekoek die het buurthuis ziet als een van de fundamenten van de democratie.

Ik denk dat het in essentie heel simpel is, in elke wijk moet gewoon een heel goed buurthuis zijn.

Momus: Dat en meer in aflevering 2: Alledaagse vrede in het buurthuis.

Momus: Meer verhalen over ons onderzoek naar – Van wie is de wijk? – vind je op Momusmedia.nl.

We horen graag wat je vond van deze podcast aflevering; of misschien wil je nog wat delen over het belang van buurthuizen? Stuur ons een berichtje op merel@momusmedia.nl of jeske@momusmedia.nl.

Wij maakten deze podcast met steun van het Mediafonds provincie Utrecht en het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Momus kan onafhankelijk journalistiek onderzoek doen dankzij fondsen en donaties. Wil jij Momus steunen? Dat kan al voor een kopje koffie per maand. Kijk op Momusmedia.nl/doneer

Sounddesign en eindmixage is verzorgd door Mathijs Duringhof.