'Citizen science' (burgerwetenschap), is een vorm van wetenschappelijk onderzoek waarin burgers een actieve rol spelen in het produceren van kennis. We onderzoeken hoe het wordt ingezet in campagnes voor milieu en volksgezondheid, onder andere rond Tata Steel.
Door (betalend) lid te worden van de Momus community houd je onze journalistiek toegankelijk voor iedereen, zonder betaalmuren. Als lid kun je bovendien nog actiever meepraten over lopende of toekomstige dossiers via lezerskringen (lees hier meer over).
Word nu lid
Wil je eerst volgen wat we doen? Door je in te schrijven op onze Momus nieuwsbrief — of de aparte nieuwsbrieven van lopende dossiers — blijf je op de hoogte én word je soms gevraagd om mee te denken over onze onderzoeksprojecten, via vragen, peilingen of zelfs (online) meetups.
Word meedenker
Stuur ons jouw idee, tip of vraag als tekstbericht, of als audiobericht via onze online open microfoon.
Of steun ons eenmalig met een bedrag naar keuze.
€ Doneer eenmalig naar keuzeDit is een gezamenlijke publicatie door Momus, het Italiaanse tijdschrift Lavialibera, en het Albanese platform Pozitivi. Dit onderzoek kwam tot stand met de steun van Journalismfund Europe en mentoring vanuit Transitions. De Engelse versie is hier te lezen.
‘Zie je dit? Dit is wat we elke dag inademen’, zegt Mauro Burlando uit Genua, een Italiaanse havenstad. Hij wijst naar de zwarte rook die uit de schoorsteen komt van een gigantisch cruiseschip die net uit een van de grootste havens van Italië vaart. Hoewel de haven op een kilometer afstand ligt van San Teodoro, de buurt waar Burlondo woont, zijn de geur van uitlaatgassen en het onophoudelijke geluid van draaiende motoren deel van zijn dagelijks leven.
‘Van de 120 families uit San Teodoro, zijn er 33 mensen overleden aan kanker in de afgelopen 35 jaar’, vertelt Burlando. Maar een jaar geleden ging Burlando samen met andere inwoners en lokale verenigingen over tot actie. Op Facebook documenteerden ze foto’s van de rookpluimen en begonnen ze met het meten van de uitstoot via kleine meetapparaten die ze aan hun balkon konden hangen.
Het feit dat burgers zich moeten inzetten voor een gezonde leefomgeving, is volgens advocaat Anna Gerometta zeer spijtig. ‘Wij zouden niet moeten hoeven vechten om te kunnen ademen.’ Ze is voorzitter van de NGO Cittadini per l’aria, een stichting die vergelijkbare burgerwetenschapsinitiatieven van heel Italië vertegenwoordigt. ‘Dit is een taak van de overheid.’
Inwoners van Genua delen het lot van veel andere Europeanen uit havensteden, waar scheepvaart en zware industrieën zorgen voor ernstige luchtvervuiling en een gevaar vormen voor de gezondheid. Zwavel- en stikstofoxiden die vrijkomen bij de verbranding van fossiele brandstoffen kunnen bijdragen aan aandoeningen van de luchtwegen en hart- en vaatziekten, terwijl fijne deeltjes zelfs in de bloedbaan terecht kunnen komen en systemische orgaanschade kunnen veroorzaken.
In december 2024 is een nieuwe EU-richtlijn van kracht met strengere luchtkwaliteitsnormen die lidstaten in 2030 moeten halen. Toch zijn die normen niet streng genoe, stelt Sonke Diesener, beleidsmedewerker bij Naturschutzbund Deutschland (NABU), de grootste NGO op het gebied van milieu in Duitsland.
‘De toegestane niveaus zijn nog steeds te hoog in vergelijking met wat de WHO aanbeveelt, en er is een maas in de wet voor “zones waar de omstandigheden bijzonder moeilijk zijn” om de nalevingstermijn uit te stellen’. En zelfs als de nieuwe EU-richtlijn de gezondheid van burgers wel genoeg zou beschermen, vertrouwt Diesener er niet op dat die niveaus ook daadwerkelijk gehaald zouden worden. ‘Het probleem is dat er te weinig controle en handhaving is.’
Dat is waar burgerwetenschap om de hoek komt kijken. Dit Europese onderzoek belicht burgerwetenschapinitiatieven in havengebieden in Nederland, Italië en Albanië, waar lokale gemeenschappen zelfstandig de vervuiling monitoren en de resultaten gebruiken om druk uit te oefenen op de autoriteiten.
Uit onvrede over het werk van de havenautoriteit en andere instanties die toezicht moeten houden op de vervuiling in de haven en deze moeten terugdringen, heeft een groep burgers zich verenigd in de groep ‘Air Watchers’. Elke dag kijken ze uit hun raam of gaan ze naar de haven om foto’s te maken van schepen die zwarte rook uitstoten. Naast dit soort activiteiten leveren ze ook gegevens aan de lokale overheid en een milieubeschermingsorganisastie
Air Watchers bestaat uit een grote groep mensen met professionele kennis en vaardigheden. In het netwerk zitten onder andere ingenieurs, technici, biologen en artsen, en daarnaast mensen die met deze vorm van activisme willen bijdragen aan het beschermen van hun gezondheid.
Zo heeft Air Watchers onderzoek uitgevoerd die de risico’s van een dergelijke blootstelling aan stoffen van aangemeerde schepen aantoont. Dat deden ze door een eigen monitoringsysteem op te zetten met professionele Radiello-luchtmonsterapparaten. Deze apparaten zijn zo licht dat ze zelfs aan kleding kunnen worden bevestigd. In Genua worden ze aan balkons gehangen om de vervuiling vanuit de haven te meten.
‘Het werk dat we hebben gedaan vormt een aanvulling op de data van de overheidsinstellingen’, stelt Federico Valerio van Air Watchers. ‘We hebben de vervuiling en de gebieden in kaart gebracht die het meest worden blootgesteld aan luchtvervuiling. Vervolgens delen we dagelijks een bulletin op onze Facebookpagina over de luchtkwaliteit: wind, regen, concentraties stikstofdioxide en zwaveldioxide – en de hoeveelheid verkeer over de weg en over zee.’
De afgelopen jaren zijn veel doelen bereikt: positieve feedback van het havenkantoor heeft geleid tot meer controles, terwijl ook de ombudsman en gezondheidsgarant van de regio Ligurië zich ermee is gaan bemoeien.
Wel zijn er nog enkele hindernissen. Ten eerste kan de inzet van burgers de tekortkomingen op het gebied van volksgezondheid niet compenseren, daarvoor is structurele verandering nodig vanuit de overheid; ten tweede is er de moeilijke dialoog met Marco Bucci, een voormalig burgemeester van Genua die nu aan het hoofd staat van het regionale bestuur. Volgens Air Watchers worden hun pogingen om gezondheidskwesties aan de orde te stellen genegeerd.
Maar er zijn ook kansen met betrekking tot haveninnovatie: met steun van het Nationaal Herstel- en Veerkrachtplan – ondersteund door EU-herstelfondsen voor na de coronapandemie – wordt een deel van de haven van Genua geëlektrificeerd. Zodra een elektriciteitsleverancier is geselecteerd en een prijs is overeengekomen, kunnen cruiseschepen rechtstreeks op het elektriciteitsnet worden aangesloten, zonder dat ze tijdens hun hele verblijf in de haven op fossiele energiebronnen moeten blijven draaien. Dit zou een keerpunt moeten zijn voor de gezondheid van de inwoners van Genua.
Als we denken aan jongeren en sociale media, denken we meestal aan entertainment of contact houden met vrienden. Maar in de Albanese stad Durres gebruikt een groep jongeren sociale media om zich te verenigen rond milieubescherming.
Omdat nationale en lokale milieu-instanties de luchtkwaliteit niet regelmatig meten, hebben deze jongeren in de op één na grootste stad van het land – en de stad met de grootste haven – het monitoren van de luchtkwaliteit in eigen handen genomen. Met draagbare apparaten in de hand meten ze de luchtvervuiling en leveren ze wetenschappelijk bewijs die de officiële instanties nalaten.
Dankzij draagbare sensoren die op grote schaal worden gebruikt, hebben de jonge burgerwetenschappers een betrouwbaar beeld van de luchtkwaliteit verzameld. Denisa Kasa, een 25-jarige uit Durres en een van de organisatoren van het lokale netwerk van milieuactivisten dat via sociale media is ontstaan, denkt met nostalgische gevoelens terug aan haar kindertijd. ‘Vroeger waaide er een sterke zeewind. Nu moet je de stad ontvluchten om die te kunnen ervaren’, zegt ze.
‘Wij, inwoners van Durres, kunnen nauwelijks nog een plekje vinden waar we schone lucht kunnen inademen. Daarom hebben we besloten om zelf de luchtkwaliteit te meten.’
Het netwerk waarvan zij deel uitmaakt, bestaat uit meer dan tweehonderd mensen die via een WhatsApp-groep met elkaar in contact staan, waarvan enkele tientallen actief betrokken zijn bij monitoring- en bewustmakingsactiviteiten. Hun werk wordt ondersteund door het Co-PLAN Institute for Habitat Development, een van de meest gerespecteerde maatschappelijke organisaties op het gebied van stedelijke ontwikkeling en het milieu in Albanië.
Het Green Lungs-initiatief van Co-PLAN heeft geld ingezameld om draagbare apparaten aan te schaffen voor het monitoren van lucht-, water-, bodem- en geluidsoverlast en biedt nu deskundige begeleiding en validatie van de verzamelde gegevens. De resultaten worden vervolgens online gepubliceerd via interactieve kaarten en rapporten, wat moet zorgen voor zowel transparantie als bewustwording bij het publiek.
De jonge burgerwetenschappers registreerden de concentratie van vier belangrijke stoffen: kooldioxide, koolmonoxide, fijnstof en grofstof , en stikstofdioxide. De metingen werden uitgevoerd op vijf punten rond de haven, waar het autoverkeer en de industriële activiteiten het meest geconcentreerd zijn. Elke locatie werd op een specifiek moment gemonitord, met als doel ruimtelijke verschillen vast te leggen en een representatief beeld te geven van de huidige luchtkwaliteit.
Landelijk heeft het Green Lungs-initiatief van Co-PLAN meer dan 800 meetpunten opgezet in de hoofdstad Tirana, Durres en vier andere steden. Deze inspanningen dragen gezamenlijk bij aan een uitgebreid, door burgers geleid platform voor milieumonitoring dat de belangen van lokale gemeenschappen kan verdedigen en waarmee invloed uitgeoefend kan worden op beleidsmakers.
Volgens Imeldi Sokoli, milieudeskundige bij Co-PLAN, is burgerwetenschap voor het meten van luchtvervuiling cruciaa;. ‘Instellingen hebben vaak niet de middelen voor dergelijke studies, daarom is de betrokkenheid van jongeren en de gemeenschap essentieel voor het verzamelen van data’, zegt hij.
De resultaten schetsten een zorgwekkend beeld: fijnstof en grofstof overschrijden de wettelijke limiet met respectievelijk twee en drieënhalf keer. Ook het kooldioxidegehalte lag meerdere malen boven de norm. Greta Shehu, eveneens van Co-PLAN, benadrukt dat fijnstof het gevaarlijkst is: deze minuscule deeltjes, zegt ze, ‘dringen diep door in de luchtwegen en worden in verband gebracht met hart- en vaatziekten en chronische longaandoeningen, vooral bij kinderen en ouderen.’
Voor jonge inwoners zoals Kasa is het feit dat de metingen door burgers zelf zijn uitgevoerd een grote stap in de richting van bewustwording en actie.
“We moeten openlijk over deze kwesties praten, aandringen op betere stadsplanning en bestuur, alternatieven voor auto’s zoals fietsen promoten en ruimtes creëren waar jongeren actief kunnen deelnemen”, zegt ze.
Deskundigen wijzen ondertussen op een aantal concrete oplossingen: verkeersbeheer en meer gebruik van schoner openbaar vervoer, het beperken van laad- en losactiviteiten in havens tot daluren, het creëren van meer groene ruimtes en het aanplanten van vegetatie die kooldioxide absorbeert, het versterken van de gemeentelijke maatregelen tegen dit probleem en het verscherpen van de controles op bronnen van vervuiling.
Volgens Sokoli is de situatie alarmerend, maar niet uitzichtloos. ‘Er moet nu actie worden ondernomen.’
Dit initiatief, dat wordt gesteund door milieuorganisaties, geeft jongeren niet alleen praktische kennis, maar ook een gevoel van samenwerking en maatschappelijke betrokkenheid.
Volgens Sokoli is monitoring door burgers cruciaal voor het verzamelen van waardevolle gegevens en het vergroten van het publieke bewustzijn, omdat Albanese instellingen vaak niet over voldoende middelen beschikken voor uitgebreid onderzoek.
Artan Kacani, docent stedenbouw aan de Polis University en al jarenlang inwoner van Durres, voegt hieraan toe dat de stad steeds onleefbaarder wordt en dat de luchtkwaliteit voor lokale politici nog steeds geen prioriteit heeft. Door wetenschappelijke gegevens te combineren met observaties ter plaatse, zegt Kacani, worden jonge mensen in Durres belangrijke spelers in de bescherming van het milieu en de verbetering van de levenskwaliteit in hun stad.
Wijk aan Zee, een dorp naast de haven van IJmuiden, wordt omringd door de Noordzee, stranden en duinen. Het is ook de thuisbasis van een staalfabriek van Tata Steel – de grootste vervuiler van Nederland op het gebied van kooldioxide, stikstof en zware metalen zoals lood en kwik. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) brengt de blootstelling aan deze stoffen ernstige gezondheidsrisico’s met zich mee voor mensen die in het gebied wonen.
Hart- en vaatziekten, longkanker en asbestgerelateerde kankers komen hier aanzienlijk vaker voor en mensen bezoeken hun huisarts vaker met acute gezondheidsklachten dan in andere industriële woongebieden in Nederland. Blootstelling aan fijnstof en stikstofdioxide die door de Tata-fabriek worden uitgestoten, draagt bij aan een verkorting van de levensduur van de regionale bewoners met gemiddeld 2,5 maand. Bovendien ligt het aantal gevallen van longkanker in de gemeente Beverwijk rond de staalfabriek 25% hoger dan het nationale gemiddelde, aldus IKNL, het integraal kankercentrum Nederland.
Toen Sanne Walvisch, haar man en hun twee jonge kinderen de kans kregen om naar Wijk aan Zee te verhuizen, konden ze hun geluk niet op. Ze werden verliefd op het dorp en voelden zich meteen welkom in de hechte dorpsgemeenschap. Niet lang na hun verhuizing kregen ze een telefoontje van een manager van Tata Steel.
‘De manager vertelde me dat we als nieuwe bewoners met twee jonge kinderen schoonmaakbonnen konden aanvragen als we ooit last zouden hebben van stofoverlast van de fabriek. Dat waardeerde ik toen enorm’, zegt Walvisch. Zij en haar gezin merkten de stof wel op, maar dat stoorde hen niet omdat ze het heerlijk vonden om zo dicht bij het strand te wonen.
In 2018 werden ze echter op een onverwachte manier wakker geschud: grafietregen. ‘Mijn dochter, die toen vijf of zes jaar oud was, noemde het eenhoornregen, omdat het leek alsof alle straten bedekt waren met een dun laagje glitter. Alsof iemand met glitter had gespeeld en die over het hele dorp had verspreid’, herinnert Walvisch zich.
Maar deze magische glinstering was verre van onschuldig. Grafietregen is de neerslag van stofwolken die in de lucht terechtkomen wanneer een restproduct van de staalproductie in vloeibare vorm uit ketels worden gegoten. De grafietregen afkomstig van Tata Steel bevat zoveel metalen dat langdurige blootstelling neurologische ontwikkelingsstoornissen kan veroorzaken, vooral bij kinderen omdat hun hersenen nog in ontwikkeling zijn. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), die ook in het neergeslagen stof worden aangetroffen, worden in verband gebracht met kanker, hart- en vaatziekten en problemen met de ontwikkeling van de foetus.
Tata Steel organiseerde een informatiebijeenkomst na de eerste grafietregens, waarbij CEO Hans van den Berg de lokale bewoners toesprak. ‘Hij was eerlijk over het feit dat ze de grafietregens niet onder controle hadden, maar hij reageerde op de vragen van bezorgde bewoners op een zeer aanmatigende manier’, zegt Walvisch.
‘Het feit dat deze staalfabriek zulke schadelijke stoffen kan uitstoten en het gebrek aan antwoorden tijdens deze bijeenkomst, strookte niet met het beeld dat ik had van Nederland als een goed georganiseerd land met strenge regels en wetten waaraan bedrijven zich moeten houden.’
Kort na deze bijeenkomst publiceerde het RIVM een onderzoek waarin grafietregen in verband werd gebracht met neurologische aandoeningen en longkanker. Voor Walvisch en andere bewoners was dit de druppel die de emmer deed overlopen. Voor hen was het duidelijk dat wetgeving, regelgeving en luchtmonitoring ontoereikend waren om de lokale bewoners te beschermen. Omdat verandering van de kant van de overheid en Tata Steel niet snel te verwachten was, besloten ze het heft in eigen handen te nemen. Walvisch richtte samen met twee andere bewoners het burgerinitiatief Frisse Wind op.
Al meer dan vijf jaar strijdt dit initiatief tegen de schadelijke uitstoot van Tata Steel. Frisse Wind heeft verschillende rechtszaken aangespannen en heeft samen met 1.100 inwoners aangifte gedaan bij de politie over de schade die Tata Steel hen zou hebben aangebracht.
Visueel bewijs is een van hun meest effectieve instrumenten. Jaap Venniker, medeoprichter van Frisse Wind, maakte gebruik van het perfecte uitzicht op de staalfabriek vanuit zijn bunker en installeerde camera’s om beelden van de uitstoot vast te leggen.
Na het rapport over de gezondheidsrisico’s van grafietregen kwam Tata eindelijk in actie. In 2020 bouwde zijn onderaannemer Harsco een overdekte hal om de uitstoot van staalslakken, een belangrijke oorzaak van grafietregen, tegen te gaan. Maar later onderzoek door het RIVM toonde aan dat grafiet lang niet het enige probleem was. De studie schreef de kortere levensduur van de inwoners van Wijk aan Zee toe aan de wettelijk toegestane uitstoot van fijnstof en stikstofoxiden.
Sommige van deze emissies kunnen door de camera’s worden opgemerkt. De kleur van de wolken die uit de schoorsteen komen, geeft een indicatie van welke stoffen erin zitten. Zwarte, gele, oranje of bruine rook kan giftige en zelfs verboden stoffen bevatten.
In eerste instantie zagen burgers deze wolken handmatig, door beelden op hun laptops en telefoons te bekijken. In twee jaar tijd hebben ze 2500 verdachte wolken ontdekt. Deze incidenten werden gemeld aan de lokale overheidsinstantie die verantwoordelijk is voor het toezicht op vervuilende bedrijven in de regio. De lokale overheid reageerde uiteindelijk en heeft Tata Steel meerdere keren beboet voor het overschrijden van de vervuilingslimieten.
Omdat men zich ervan bewust was dat het handmatig detecteren van al deze wolken veel tijd kost, werkte een specialist in kunstmatige intelligentie die sympathiseerde met de missie van Frisse Wind aan een AI-tool om de giftige emissies automatisch te detecteren. Dat systeem is nu een jaar in gebruik. Inmiddels heeft Tata Steel voor de negen keer een boete gekregen van 100.000 euro sinds Frisse Wind verdachte wolken begon te melden op basis van camerabeelden. Deze werden opgelegd door het uitstoten van zogenoemde ‘rauwe kooks’. Dat zijn zwarte, giftige rookwolken die vrijkomen wanneer steenkool niet volledig is gegaard.
Voordat Frisse Wind met cameratoezicht begon, controleerde de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Tata Steel slechts af en toe. Een jaar nadat Frisse Wind in 2022 zijn camera’s had geïnstalleerd, plaatste de dienst zelf meerdere camera’s om de uitstoot van de staalfabriek te monitoren. Een woordvoerder van de Omgevingsdienst vertelde in 2024 dat ze hard werkten aan de ontwikkeling van een AI-systeem vergelijkbaar met dat van Frisse Wind.
Sinds Frisse Wind met cameratoezicht is begonnen, heeft Tata Steel zelf tot vier keer vaker dan voorheen emissies van verboden verontreinigende stoffen gemeld aan Omgevingsdienst. Het bedrijf en andere vervuilers zijn zelf verantwoordelijk voor het meten van hun eigen emissies, waarbij de Omgevingsdienst alleen steekproeven uitvoert.
Door de toenemende kritiek zou de overheid echter eindelijk een proactieve rol kunnen gaan spelen bij het monitoren van emissies. Vorig jaar keurde het Nederlandse parlement een motie goed om bedrijven als Tata Steel onafhankelijk te laten controleren. Volgens de Partij voor de Dieren, initiatiefnemer van de motie, heeft de lokale Omgevingsdienst namelijk ook “nooit de capaciteit gehad om een groot bedrijf als Tata Steel te controleren”.
Van de balkons in Genua tot de straten van Durres en de stranden van Wijk aan Zee, de boodschap is overal dezelfde: burgers zijn niet langer bereid om in stilte vervuilde lucht in te ademen.
Daarom leggen ze, gewapend met draagbare sensoren, camera’s en vastberadenheid, bloot wat officiële instanties vaak over het hoofd zien en eisen ze dat bedrijven en overheden hun verantwoordelijkheid nemen.
Deze verhalen laten ook de beperkingen van burgerwetenschap zien. Particuliere burgers kunnen systematische monitoring niet vervangen of zelfstandig regelgeving handhaven. Het verzamelen van betrouwbare gegevens vereist technische vaardigheden en gespecialiseerde apparatuur die duur en niet altijd toegankelijk is. En het voortzetten van dergelijke projecten is afhankelijk van de tijd en energie van burgers.
Er is nog een ander aspect dat niet mag worden onderschat: de strijd voor schone lucht botst ook met machtige economische belangen – van cruisetoerisme tot staalproductie – die politieke verandering traag en omstreden maken.
Uit deze verhalen blijkt één ding zeker: mensen kunnen het onzichtbare zichtbaar maken. Hun inspanningen bewijzen dat burgerwetenschap bewustwording kan creëren, gemeenschappen kan mobiliseren en zelfs overheden en bedrijven tot actie kan aanzetten.
Natalie Sclippa, Paolo Valenti en Andrea Giambartolomei schrijven voor Lavialibera, een Italiaans tweemaandelijks tijdschrift. Karolina Rista, Erida Shani en Esmeralda Keta schrijven voor het Albanese Pozitivi. Tim de Jong en Esmée Koeleman voerden dit onderzoek uit voor Momus. Dit onderzoek kwam tot stand met de steun van Journalismfund Europe en mentoring vanuit Transitions.