Doe mee

Denk en doe mee

Word meedenker

Door je in te schrijven op onze Momus nieuwsbrief — of de aparte nieuwsbrieven van lopende dossiers — blijf je op de hoogte én word je soms gevraagd om mee te denken over onze onderzoeksprojecten, via vragen, peilingen of zelfs (online) meetups.

En word lid

Door daarnaast ook (betalend) lid te worden van de Momus community, houd je onze journalistiek toegankelijk voor iedereen, zonder betaalmuren. Als lid kun je bovendien nog actiever meepraten over lopende of toekomstige dossiers via lezerskringen (lees hier meer over).

 


 

Eenmalig

Draag je liever eenmalig bij, via een losse tip, vraag of donatie? Ook dat kan.

Stuur ons jouw idee, tip of vraag als tekstbericht of als audiobericht via onze online open microfoon.

📝 Stuur ons een (tekst)bericht
🎙️ of een audiobericht

Of steun ons eenmalig met een bedrag naar keuze.

€ Doneer eenmalig naar keuze

‘Elk voorstel sluit aan bij de zakelijke belangen van Saudi Aramco,’ staat in correspondentie tussen Universiteit Maastricht en Aramco. UM bood in 2016 het Saoedische staatsbedrijf een keuzemenu aan onderzoeksprojecten aan. Maastricht legde vier voorstellen voor over heel verschillende onderwerpen: stedelijke krimp in de voormalige mijnstreek Limburg; carrières in big data; en twee varianten over biobased materialen (uit hernieuwbare grondstoffen) . Aramco koos een project over biobased materialen, waarna de universiteit het onderzoek uitvoerde. Aramco doneerde hiervoor in de jaren daarna 400.000 dollar. 

Uit interne stukken blijkt voor het eerst hoe expliciet een Nederlandse universiteit haar onderzoeksvoorstellen afstemde op de wensen van Aramco. Zo’n directe koppeling was eerder niet gedocumenteerd. Voor dit onderzoek maakte onderzoekscollectief Momus voor Trouw gebruik van ruim 7000 pagina’s aan interne universitaire documenten. Het onafhankelijk onderzoeksbureau Solid Sustainability Research heeft die met een beroep op de Wet Open Overheid verkregen. Het gaat om contracten, bijlagen, memo’s, e-mails, projectvoorstellen en afspraken over financiering, publicatie, intellectueel eigendom en zichtbaarheid rond samenwerkingen met Aramco en SABIC.

In de documenten wordt consequent gesproken van ‘donaties,’ een term die de indruk wekt van een vrijblijvende gift aan onafhankelijk onderzoek. In de praktijk lijken het eerder transacties: het staatsoliebedrijf van Saoedi-Arabië koos welk project werd uitgevoerd. En daarmee besliste niet de universiteit maar het staatsoliebedrijf van Saoedi-Arabië welke richting het onderzoek insloeg.

De universiteit mat de voordelen voor Aramco breed uit, zo blijkt uit interne correspondentie: ‘We kunnen nader ingaan op de ruime PR- en marketingmogelijkheden, de kansen voor bereik en andere voordelen die het regionale en nationale profiel van Aramco zullen ondersteunen en versterken.’ Daarmee werd onderzoek niet alleen afgestemd op de strategische belangen van Aramco, maar ook expliciet gepresenteerd als instrument voor reputatieverbetering voor het nationale oliebedrijf van het Saoedische regime. 

Aramco en SABIC zijn geen reguliere ondernemingen, maar staatsbedrijven die de financiële en geopolitieke ruggengraat van het autocratische Saoedische regime vormen. Aramco is met een nettowinst van 106 miljard dollar in 2024 voor het derde jaar op rij het meest winstgevende bedrijf ter wereld en voorziet in ruim zestig procent van de Saoedische staatsinkomsten. SABIC, in 2020 voor 69 miljard dollar grotendeels ingelijfd door Aramco, geldt als de grootste petrochemische producent van het Midden-Oosten.

Nieuw aan dit onderzoek is de schaal en aard van die betrokkenheid. Uit honderden interne documenten van Nederlandse universiteiten blijkt dat de invloed van Aramco en SABIC veel verder reikt dan eerder bekend: ze kregen inspraak in onderzoeksrichtingen, toegang tot studenten en musea, en contractueel invloed op patenten, intellectueel eigendom en wetenschappelijke publicaties. 

Samenwerkingen tussen Nederlandse universiteiten en Saoedische staatsbedrijven zijn niet nieuw. Eerder werd bekend dat Aramco tussen 2013 en 2023 onderwijsprogramma’s aan de Universiteit Leiden financierde over Arabische geschiedenis en cultuur, en dat petrochemiegigant SABIC, dochter van Aramco, een vaste partner is op de Brightlands Chemelot Campus in Limburg.

Universiteit Maastricht laat in reactie weten dat externe partners mogen meedenken over onderzoeksrichtingen en toepassingsvelden, omdat verschillende perspectieven volgens de universiteit bijdragen aan betere onderzoeksvragen. Dat raakt volgens UM niet aan de academische onafhankelijkheid: ‘Het bewaken van onafhankelijkheid is niet strijdig met gezamenlijk bepalen van een onderzoeksprioriteit. Externe partners hebben geen invloed op methode, data-interpretatie of conclusies.’

Niet alleen staatsoliebedrijf Aramco, maar ook SABIC heeft stevige banden met Universiteit Maastricht. Uit documenten blijkt dat het bedrijf in een overeenkomst uit 2015 het eigendom claimde van ‘alle uitvindingen en patenten die voortkomen uit het gezamenlijke onderzoek.’ Ook staat in de overeenkomst dat ‘de universiteit afziet van persoonlijkheidsrechten die voortkomen uit het onderzoek.’ Daardoor kan SABIC het onderzoek ruimer naar eigen inzicht gebruiken en presenteren. Deze persoonlijkheidsrechten (ook wel morele rechten) liggen bij de auteurs zelf, maar daar wordt in juridische contracten vaker afstand van gedaan.

De overeenkomst gaf SABIC voorafgaand inzage en commentaar op wetenschappelijke publicaties: de universiteit mocht pas publiceren na voorlegging aan het bedrijf, dat wijzigingen kon voorstellen en publicatie kon laten uitstellen. De universiteit benadrukte in reactie dat dit uitsluitend diende ter bescherming van mogelijke octrooien.

Prestige, toegang en inspraak

Ook Universiteit Leiden stelde zich nadrukkelijk open voor de belangen van Aramco, blijkt uit de Woo-stukken. In een samenwerkingsvoorstel uit 2014 wordt onder het kopje ‘Toegevoegde waarde voor Aramco’ uitgelegd dat het bedrijf een ‘uitgelezen kans krijgt om zich te verbinden aan de geschiedenis, traditie en reputatie van de Universiteit Leiden, de oudste universiteit van Nederland.’

De universiteit benadrukt in de overeenkomst dat Aramco door het partnerschap ‘toegang krijgt tot verschillende Leidse bedrijfs- en alumninetwerken, wat leidt tot meer bekendheid van het Aramco-merk.’ Daarbij hoort ook zichtbaarheid: ‘Aramco zal duidelijk gepositioneerd worden als partner in alle activiteiten.’ Het voorstel kondigt nieuwe lezingen-reeksen aan, zoals de ‘Aramco Lecture in Arabic Language and Culture’ en de ‘Aramco Lecture on Ancient Arabic Civilizations.’

Aramco in de klas

Ook het culturele domein werd door Leiden ingezet. De samenwerking bood Aramco volgens de documenten een ‘toegangspoort tot de Leidse musea.’ De universiteit presenteerde zich samen met de musea als ontmoetingsplek ‘die moet garanderen dat de Universiteit Leiden en de samenwerkende musea een academische, culturele en, bovenal, gastvrije locatie bieden waar Aramco en zijn gasten elkaar kunnen ontmoeten.’ Daarmee werd het partnerschap niet alleen een academisch, maar ook een cultureel podium voor het Saoedische oliebedrijf.

In de documenten wordt gesproken over Aramco’s ‘genereuze steun’ en ‘donaties’ van summer schools en Massive Online Open Courses (MOOCs), maar concrete bedragen zijn zwartgelakt.

De Universiteit Leiden stelt in reactie dat zij een ‘lerende organisatie’ is die de laatste jaren, mede door de veranderende tijdgeest en nieuwe inzichten, zorgvuldiger kijkt naar samenwerkingen met onder meer de fossiele industrie. Ze benadrukt dat donaties van Aramco sinds 2023 zijn beëindigd en dat het bedrijf ‘donor, geen sponsor’ was. Aramco zou volgens Leiden geen invloed hebben gehad op onderwijs of sprekers, en de zichtbaarheid bleef ‘bescheiden.’ Interne stukken spreken over ‘wederzijdse input over lesonderwerpen en sprekers’; Leiden betwist dat Aramco invloed op onderwijs had. De giften zouden volgens Leiden louter zijn gebruikt om activiteiten binnen Arabische Studies te ondersteunen, een vakgebied waar doorgaans beperkte middelen beschikbaar zijn, en daarbij zouden de academische waarden en de onafhankelijkheid van de wetenschap steeds voorop hebben gestaan.

Interne stukken spreken over ‘wederzijdse input over lesonderwerpen en sprekers’; Leiden betwist dat Aramco invloed op onderwijs had.

Uit interne documenten rijst echter een ander beeld. Daarin wordt vastgelegd dat  ‘wederzijdse input over lesonderwerpen en sprekers wordt op prijs gesteld!’ Daarmee kreeg het Saoedische staatsbedrijf directe invloed op publieke lezingen en cursussen over Arabische geschiedenis, een veld dat politiek zeer gevoelig ligt. Volgens de universiteit is dit onjuist; Aramco zou geen invloed hebben gehad op de inhoud van onderwijs of onderzoek. 

Ook wordt duidelijk uit de documenten dat Aramco duidelijk gepositioneerd zou worden als partner in alle activiteiten, en dat de samenwerking het staatsbedrijf toegang zou geven tot Leidse bedrijfs- en alumninetwerken en PR-mogelijkheden.


Marktpositie

Niet alleen via Woo-verzoeken, maar ook in formeel openbare projectomschrijvingen die tot nu toe onder de radar bleven, blijken samenwerkingen tussen Saoedische staatsbedrijven en Nederlandse universiteiten. Daarbij gaat het niet uitsluitend om neutraal wetenschappelijk onderzoek, maar ook om projecten die aansluiten bij de strategische belangen van de betrokken bedrijven.

Sinds 2024 werken de Rijksuniversiteit Groningen en Universiteit Maastricht samen met SABIC aan onderzoeksprojecten rond plastic recycling. Een logische stap voor een petrochemiegigant: nog altijd wordt 99 procent van al het plastic met olie en gas gemaakt. Officieel wordt dit gepresenteerd als bijdrage aan de circulaire economie, maar uit de stukken komt ook een ander beeld naar voren. De samenwerking wordt omschreven als ‘onderdeel van een bredere samenwerking waarin ook Plastics Europe betrokken is,’ de lobbyvereniging in Brussel die vrijwel de hele Europese plasticindustrie vertegenwoordigt, met zwaargewichten als Shell, ExxonMobil en TotalEnergies.

Verder staat in omschrijvingen dat het project ‘moet bijdragen aan de versterking van de positie van SABIC binnen de nationale innovatieprogramma’s op het gebied van circulaire plastics.’ Ook ontwikkelen universiteiten en SABIC ‘gezamenlijk roadmaps en innovatieagenda’s.’ Daarmee verschuift de samenwerking van zuiver academisch onderzoek naar het mede vormgeven van plannen die de marktpositie van SABIC en de industrie als geheel versterken. 

De Rijksuniversiteit Groningen benadrukt in reactie dat de samenwerking met SABIC Europe volgens haar ‘fundamenteel van aard’ is en ‘volgens het principe van open science’ verloopt. Verder laat de universiteit weten dat een (Nederlandse) medewerker van SABIC Europe als honorair hoogleraar is verbonden aan de betrokken onderzoeksgroep.

Ook Wageningen University & Research en Universiteit Twente nemen deel aan consortia waarin ook Aramco participeert. Sinds 2011 doen ze samen met partners als ExxonMobil, Aramco en Total mee aan een grootschalig project naar biobrandstoffen uit algen. In 2023 oordeelde de hoogste rechtbank van de Amerikaanse staat Massachusetts dat ExxonMobil mag worden vervolgd voor misleiding, specifiek vanwege reclames waarin algenbiobrandstof als realistische klimaatoplossing werd gepresenteerd. Algenbiobrandstof is technisch en economisch nauwelijks haalbaar volgens wetenschappers, maar oliebedrijven bleven het presenteren als veelbelovende oplossing.

De Universiteit Twente stelt in reactie dat haar bijdrage aan het algenproject AlgaeParc (2013–2017) ‘geen directe samenwerking met Aramco’ betrof, maar dat sindsdien systematischer wordt beoordeeld of partnerschappen met fossiele bedrijven of in conflictgebieden wenselijk zijn. Wageningen University & Research heeft ondanks herhaalde verzoeken niet inhoudelijk gereageerd op vragen van Trouw.

Plastics recycling

Petrochemiegigant SABIC profileert zich als voorloper in biobased plastics en circulaire chemie, maar wetenschappers waarschuwen dat dit vaak neerkomt op greenwashing: projecten die fossiele brandstoffen niet fundamenteel beperken, maar juist legitimeren. 

Zo is volgens Sara Gonella, die aan de Radboud Universiteit promotieonderzoek doet naar de duurzame transitie in de plasticindustrie, de duurzaamheidswinst van bioplastics beperkt: ‘Toenemende biomassa-oogst voor biobased plastics kan leiden tot veranderingen in landgebruik, wat op zijn beurt hoge emissies en verlies aan biodiversiteit veroorzaakt. Dus overstappen van fossiele grondstoffen naar biomassa voor plasticproductie is op zichzelf geen oplossing, tenzij het gepaard gaat met een drastische vermindering van de productie en consumptie van plastic.’

Voor buitenstaanders lijkt plasticrecycling een logische stap richting duurzaamheid: ingezameld afval dat opnieuw bruikbare grondstof wordt. Maar volgens een rapport van het onafhankelijke Center for Climate Integrity (The Fraud of Plastics Recycling, 2024), is dit beeld doelbewust geconstrueerd door de plasticindustrie. Bedrijven als Exxon, Dow en Chevron zetten al sinds de jaren zeventig recyclingcampagnes in om toenemende kritiek te sussen, terwijl interne memo’s erkenden dat ‘het recyclen van plastic waarschijnlijk nooit op grote schaal haalbaar zal zijn.’

Recycling was volgens de onderzoekers nooit daadwerkelijk bedoeld als oplossing, maar als afleidingsmanoeuvre: ‘De industrie verkocht het publiek een idee waarvan ze wisten dat het nooit zou werken, om hun winsten te beschermen.’ De onderzoekers concluderen: ‘Het overgrote deel van het plastic kan niet worden gerecycled; dat is nooit zo geweest en zal ook nooit zo zijn.’ 

Recycling verwordt tot een instrument om de status quo te behouden: het suggereert circulariteit, maar legitimeert vooral de voortdurende groei van nieuwe plasticproductie. Het rapport bestempelt recycling daarom als een ‘valse oplossing,’ die de afvalcrisis en klimaatcrisis verdiept in plaats van oplost.

Verlengstuk van regime

Saoedi-Arabië staat internationaal bekend als een van de meest repressieve regimes ter wereld, stelt Floor Beuming van Amnesty International. ‘Kritiek op de overheid wordt hard bestraft; activisten en dissidenten worden geregeld achter de tralies gegooid of verdwijnen spoorloos. Vrouwenrechten zijn sterk beperkt, persvrijheid bestaat nauwelijks en marteling en executies komen frequent voor.’

In 2016 lanceerde kroonprins Mohammed bin Salman zijn moderniseringsplan Vision 2030, bedoeld om het land economisch te hervormen en aantrekkelijker te maken voor buitenlandse investeringen. Staatsbedrijven Aramco en SABIC spelen daarin een sleutelrol: hun winsten financieren een groot deel van de hervormingen en worden ingezet in de internationale profilering van het koninkrijk.

Saoedi-Arabië staat internationaal bekend als een van de meest repressieve regimes ter wereld, stelt Floor Beuming van Amnesty International.

De moord op Washington Post-journalist Jamal Khashoggi in 2018, waarvoor de CIA bin Salman persoonlijk verantwoordelijk houdt, bracht het internationale imago van het koninkrijk op een nieuw dieptepunt. Om internationaal vertrouwen en legitimiteit te winnen zette het regime nog sterker in op soft power: het vergroten van invloed via cultuur, sport en wetenschap.

De afgelopen jaren wordt deze strategie steeds zichtbaarder. Het regime kocht voetbalclub Newcastle United, haalde de Formule 1 naar Jeddah en bemachtigde het WK van 2034. In de kunstwereld investeert Saoedi-Arabië in nieuwe platforms, zoals de Diriyah Biënnale en het Saudi Arabia Museum of Contemporary Art. Ook internationaal zoekt het land aansluiting, met plannen voor miljarden aan culturele samenwerkingen met instellingen als het Centre Pompidou en het Louvre. Het muziekfestival MDLBeast Soundstorm groeide sinds 2019 uit tot een internationaal evenement, met popsterren als Bruno Mars.

Universiteiten passen in de soft power-strategie: ook daar worden prestigeprojecten gefinancierd die Saoedi-Arabië moeten associëren met kennis, innovatie en internationale samenwerking. Vorig jaar werd bekend dat de King Saud Universiteit internationale topwetenschappers probeert aan te trekken in Nederland, om het imago van het Saoedische regime te verbeteren. In 2023 was er controverse over een donatie van 100.000 dollar van Aramco aan Universiteit Leiden, berichtte RTL Nieuws.  

Klimaat en greenwashing

Hoewel Aramco zich officieel achter het Klimaatakkoord van Parijs schaart, blijft het bedrijf miljarden investeren in nieuwe olie- en gasvelden. Het Internationaal Energieagentschap stelde in 2021 dat investeringen in nieuwe velden volstrekt onverenigbaar zijn met de anderhalve graden-doelstelling. De onafhankelijke financiële denktank Carbon Tracker noemt de klimaatbeloften van Aramco de ‘zwakste van alle grote oliebedrijven.’ 

De VN heeft investeerders gewaarschuwd dat investeringen in Aramco mogelijk in strijd zijn met internationale mensenrechten. Het Zweedse pensioenfonds AP7 schrapte Aramco in 2024 uit de portfolio vanwege een gebrek aan een geloofwaardig transitieplan.

Aramco en SABIC reageerden na meerdere verzoeken niet op inhoudelijke vragen over hun samenwerkingen met Nederlandse universiteiten en hun klimaat- en mensenrechtenbeleid.

Paradox

Hoe kan een autocratie die vrijheden in eigen land gewelddadig onderdrukt, geloofwaardig culturele en academische vrijheid promoten? Toch is dat precies wat Saoedi-Arabië probeert, stelt Floor Beuming, Saoedi-Arabië-deskundige bij Amnesty. ‘Ze willen het beeld creëren van een gematigde, moderne staat, die zich inzet voor kennisontwikkeling en dialoog,’ zegt Beuming. Om de soft power-strategie geloofwaardig te maken, zette MBS ook enkele sociale hervormingen in de etalage: vrouwen mochten autorijden, de religieuze politie werd teruggedrongen en openbare executies verdwenen uit het straatbeeld. 

Maar achter die façade nam de repressie juist toe. ‘Mensen worden nu opgepakt voor een enkele tweet,’ zegt Beuming. ‘Vrouwenrechtenactivisten worden gemarteld, er zijn doodstraffen uitgesproken voor online kritiek. Vorig jaar zijn meer dan 198 mensen geëxecuteerd, het hoogste aantal sinds 1990 – alleen nu achter gesloten deuren.’ Voor buitenlandse bedrijven is dat minder confronterend, maar voor critici binnen Saoedi-Arabië is de situatie nijpender dan ooit.

De interne documenten uit dit onderzoek laten zien dat de samenwerkingen van Nederlandse universiteiten met de Saoedische staatsbedrijven niet alleen wetenschappelijk van aard waren, maar ook draaiden om zichtbaarheid en reputatie. ‘Het is een bewuste poging van het regime om via wetenschappelijke instellingen internationale legitimiteit te verkrijgen,’ zegt Beuming. ‘Universiteiten worden zo – bewust of onbewust – ingezet als verlengstuk van Saoedische PR.’

Met medewerking van Merel de Buck en Alexander Beunder. Dit artikel kwam mede tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Reacties

De meeste betrokken universiteiten benadrukken in reactie dat academische onafhankelijkheid bij samenwerking met bedrijven altijd gewaarborgd zou zijn. Ze verwijzen daarbij naar gedragscodes en nieuwe toetsingskaders voor onder meer de fossiele industrie, kennisveiligheid en mensenrechten, en zeggen de afgelopen jaren kritischer te zijn gaan kijken naar de aard en zichtbaarheid van zulke partnerschappen.

Universiteit Maastricht stelt dat externe partners mogen meedenken over relevante onderzoeksvragen en toepassingsrichtingen, maar geen invloed hebben op methode, interpretatie of publicatie. Publicatievrijheid is volgens UM altijd het uitgangspunt, met hoogstens een beperkte vertraging ter bescherming van octrooien. De universiteit zegt de afgelopen jaren kritischer te zijn geworden op samenwerking met private partijen en terughoudender in het actief benoemen van PR-mogelijkheden voor bedrijven.

De Universiteit Leiden zegt dat zij inmiddels een geobjectiveerde meetlat hanteert voor samenwerkingen met onder meer de fossiele industrie, en dat daarnaast een ethische Commissie Mensenrechten en Conflictgebieden meekijkt bij samenwerkingen in politiek gevoelige contexten. Volgens Leiden waren de donaties van Aramco gericht op activiteiten binnen Arabische Studies, waaronder het 400-jarig jubileum van de leerstoel Arabisch. De bezoeken van Aramco-delegaties of beperkte naamsvermelding passen volgens de universiteit binnen het gebruikelijke beleid voor schenkers.

De Rijksuniversiteit Groningen bevestigt circa tien jaar samenwerking met SABIC Europe, onder meer via promotie- en postdoconderzoek naar kunststofrecycling. Die samenwerking is volgens de universiteit fundamenteel van aard en gaat volgens de principes van ‘open science.’

De Universiteit Twente zegt dat haar bijdrage aan het algenproject AlgaeParc (2013–2017) ‘geen directe samenwerking met Aramco’ betrof, maar dat men sindsdien systematischer beoordeelt of partnerschappen met fossiele bedrijven of in conflictgebieden wenselijk zijn.

Aramco, SABIC en Wageningen University & Research reageerden na meerdere verzoeken niet op vragen van Trouw.

Hoe deden wij dit onderzoek?

Voor dit onderzoek maakten Trouw en Momus gebruik van ruim 7000 pagina’s aan interne universitaire documenten die door onafhankelijk onderzoeksbureau Solid Sustainability Research via Woo-verzoeken zijn verkregen. Het gaat om contracten, bijlagen, memo’s, e-mails, projectvoorstellen en afspraken over financiering, publicatie, intellectueel eigendom en zichtbaarheid rond samenwerkingen met Aramco en SABIC. Op basis hiervan, aangevuld met open-source onderzoek, ontwikkelde de Mapping Fossil Ties-coalitie, waarvan Solid Sustainability deel uitmaakt, een interactieve data-visualisatie, en een nog te verschijnen onderzoeksrapport.

De bevindingen zijn aangevuld met gesprekken met universiteiten en externe deskundigen op het gebied van mensenrechten, soft power, academische vrijheid en de petrochemische en plasticindustrie, evenals met analyse van internationale rapporten en wetenschappelijke literatuur over Aramco, SABIC en Vision 2030.