NOTITIE

Dossier:

We delen ook een deel van de notities die we maken tijdens onze onderzoeksprojecten, zoals notities op basis van interviews, bestudeerde documenten of geraadpleegde literatuur. Op die manier volg jij nog beter wat we doen en kun je bovendien actief meedenken over de richting van ons onderzoek.

Hoe energiecoöperaties het draagvlak voor de energietransitie kunnen vergroten

❚ In het kort:
58% van de Nederlanders staat achter de energietransitie. Energiecoöperaties kunnen het draagvlak vergroten voor de transitie.

❚ Datum van notitie:
27 augustus 2025

❚ Dossier:
Mobiliseer: hoe mobiliseer je mensen achter het gedeelde belang van een rechtvaardige en effectieve aanpak van de klimaatcrisis?

❚ Auteur:
Veerle van Onzenoort, Esmée Koeleman en Tim de Jong

❚ Bronnen:
Onderzoeken van CBS, WRR, en TNO.

❚ Notitie:

58% van de Nederlanders staat positief tegenover de energietransitie

Uit onderzoek van het CBS in 2023 blijkt dat een meerderheid van de Nederlanders positief staat tegenover de energietransitie:

  • De transitie van aardgas naar duurzame energie vindt 58% van de Nederlanders positief;
  • 58% van de mensen staat (heel) positief achter het overheidsbeleid om volledig te stoppen met aardolie, voor aardgas is dit 57% en voor steenkool 70%;
  • 78% van de bevolking vindt dat er meer zonne-energie gebruikt moet worden en 69% dat er meer windenergie gebruikt moet worden;
  • Ook tegenover andere duurzame bronnen als aardwarmte en waterkracht staat respectievelijk 57% en 66% van de bevolking positief.
  • De 15% die negatief staat tegenover de energietransitie geeft als redenen dat aardgas een relatief schone brandstof is en dat alternatieven duur of niet rendabel zijn. Daarnaast worden windmolens gezien als overlast gevend en horizonvervuilend, en hebben mensen het idee dat ze een beperkte levensduur hebben en daardoor niet duurzaam zijn.

Het belang van klimaatrechtvaardigheid 

Binnen dit dossier onderzoeken we of klimaatrechtvaardigheid het draagvlak voor de energietransitie verder kan vergroten. Klimaatrechtvaardigheid houdt in dat klimaatbeleid zo eerlijk mogelijk is, en dat hierbij ook gekeken wordt naar andere ongelijkheden in de samenleving, zoals sociaal-economische ongelijkheid.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) beschrijft in zijn rapport ‘Rechtvaardigheid in klimaatbeleid’ drie vormen van rechtvaardigheid: 

  • Verdelende rechtvaardigheid: hoe wordt iets verdeeld tussen verschillende groepen? Bijvoorbeeld: is het eerlijk om de kosten van klimaatbeleid gelijkelijk te verdelen tussen alle huishoudens (iedereen is gelijk), is het eerlijk om degene die vervuilt te laten betalen, of dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten? Dit is bij uitstek een vraag voor de politiek.
  • Procedurele rechtvaardigheid: in hoeverre is het proces om tot een beslissing te komen over een verdelingsvraagstuk (waar plaatsen we windmolens) door betrokkenen als eerlijk ervaren? Pijnlijke beslissingen, waarbij lasten worden verdeeld, worden bijvoorbeeld eerder geaccepteerd als burgers het gevoel hebben dat deze op een redelijke wijze tot stand zijn gekomen en dat zij zelf daarbij eerlijk zijn behandeld.
  • Erkennende rechtvaardigheid: rechtvaardigheid door erkenning. Dit gaat over respect voor burgers en in hoeverre hun waarden en belangen vertegenwoordigd worden.

Victor Toom, mede-auteur van het WRR-rapport, legt uit dat energiecoöperaties op meerdere van deze vormen van rechtvaardigheid in kunnen spelen. Toom: “Als energiecoöperaties bijvoorbeeld lokaal zijn georganiseerd, kunnen bewoners vaak meebeslissen over het hoe en wat van een zonne- of windmolenpark. Waar komen die installaties? Hoeveel zijn het er? En wie profiteert er van de opbrengsten? Dergelijke inspraak en mededeling in opbrengsten kan ertoe leiden dat burgers klimaatbeleid eerlijker en effectiever vinden.”

Hoe energiecoöperaties het draagvlak voor de energietransitie kunnen vergroten (door rechtvaardigheid te verhogen)

Het WRR-rapport laat zien dat ‘verdelende rechtvaardigheid in grote mate bijdraagt aan draagvlak’. Zo staan mensen positiever tegenover duurzame alternatieven als zij hiervan een deel van de opbrengsten ontvangen. De andere vormen van rechtvaardigheid hangen hier vaak nauw mee samen.

Toom: “Dit wordt geïllustreerd in ‘Grip’, een ander WRR-rapport. Het rapport beschrijft twee vergelijkbare casussen waarin windmolenparken werden aangelegd in de buurt van bewoonde gebieden. Waar in de Drentse Veenkolonieën na het aanleggen van een windmolenpark polarisatie en onrust ontstond, waren er bij de aanleg van een veel groter windmolenpark in Zeewolde rond dezelfde tijd nauwelijks klachten.” 

Als reden hiervoor noemen de onderzoekers de manier waarop er met de bewoners om is gegaan: in de Veenkolonieën hadden bewoners niks te zeggen en werden niet meegenomen in het proces, terwijl in Zeewolde bewoners konden participeren in het proces en mee konden delen in het windmolenpark door lid te worden van een coöperatie.

Dit voorbeeld sluit aan bij een onderzoek van TNO, waarin acceptatie naar klimaatbeleid wordt onderzocht. Het TNO stelt dat klimaatbeleid aan drie principes moet voldoen om de acceptatie van burgers te vergroten:

  1. Het beleid wordt ervaren als eerlijk; zowel de kosten als de baten zijn eerlijk verdeeld,
  2. Burgers hebben het idee dat het beleid effectief is,
  3. Burgers merken weinig tot geen negatieve impact van het beleid.

Ook een onderzoek van Populytics laat zien dat mensen klimaatbeleid eerder steunen als ze het als rechtvaardig beschouwen. Zo steunt 66% van de Nederlanders een hogere vliegbelasting, mits de opbrengsten hiervan gebruikt worden om internationale treinreizen goedkoper te maken.