Dossier
Gaza, in eigen woorden

Gaza na 7 oktober, verteld door Palestijnen zelf. In elk verhaal staat één leven centraal. In samenwerking met Lina Ayesh en Gaza Living Story.

Dit dossier is onderdeel van:
Steun dit dossier

Steun dit dossier

Het Palestina op de kaart dossier bestaat — zonder betaalmuren — mede dankzij betalende lezers. Help je mee? Steun dit dossier met een eenmalige donatie.
Doneer 1× aan dit dossier

Word daarnaast lid van Momus (vanaf €3 per maand) om al ons werk te steunen.

 


 

Ontvang updates over dit dossier in je inbox

Via onze Palestina op de Kaart nieuwsbrief blijf je op de hoogte én kun je meedenken over dit onderzoek op basis van vragen die we via deze nieuwsbrief delen.

Ontvang je al één of meer van onze nieuwsbrieven? Verander je voorkeuren via de knop in de Momus-nieuwsbrieven die je al ontvangt en vink de Palestina op de kaart nieuwsbrief aan.

Ontvang je nog geen enkele nieuwsbrief van Momus? Schrijf je hier in en vink de Palestina op de kaart nieuwsbrief aan.


 

Tips en ideeën voor dit dossier

Heb jij tips of ideeën voor dit dossier? Laat het ons weten.

Naar het tipformulier

 


Naast het steunen en volgen van dit zorgdossier kun je ook Momus zelf steunen als lid vanaf 3 euro per maand, of via een eenmalige donatie naar keuze. Je blijft op de hoogte en denkt mee over al ons werk via onze nieuwsbrieven of social media+Vind ons op Instagram, LinkedIn, Facebook, Youtube en TikTok. Stuur ons algemene tips, ideeën of vragen als tekst via dit formulier, of als audiobericht via onze online open microfoon.

Mohammed Elk beeld draagt een verhaal

Foto: Mohammed Hamada.

Elke beeld draagt een verhaal


 

Mohammed had nooit gedacht dat de foto’s op zijn telefoon slechts een venster zouden vormen naar hoe ze leefden, waar ze van hielden, van hun verdriet en hoe het leven buiten hun controle veranderde. Hij deelt herinneringen aan zijn dagelijks leven en zijn dierbaarste momenten in Gaza.


 


Mohammed Hamada | 3 april 2026 | Deel 4 van 8


Dit verhaal werd geschreven door Lina Ayesh namens Mohammed Hamada op basis van gesprekken. Deze 8-delige serie, geschreven door de Palestijnse schrijfster en digitale specialist Lina Ayesh (vanuit Spanje), kwam tot stand in samenwerking met Gaza Living Story van Yalla Labs, dat ervaringen, herinneringen en toekomstvisies uit Gaza verzamelt.

 



 

Mijn naam is Mohammed. Ik ben halverwege de twintig en werk als techneut in Gaza.
Op deze foto zit ik naast mijn kleine zusje, het liefste mens in mijn leven.
Ik hou van alles aan het Palestijn-zijn. Ja, het brengt strijd met zich mee, maar ook een vreugde die moeilijk te omschrijven is en die je nooit kwijtraakt.
Net als deze foto staat mijn telefoon vol warme beelden uit de afgelopen jaren — momenten die tegelijk teder en pijnlijk zijn. Nu dienen ze een ander doel. Ze zijn het bewijs van hoe we leefden en wat we liefhadden, van ons verdriet, en van hoe ons leven buiten onze wil om veranderde.

Mijn leven voor de genocide

Mijn ochtenden begonnen doorgaans met een straatworkout, iets wat ik bijna dagelijks deed. In Gaza waren er geen echte voorzieningen voor dit soort training, maar vlak bij mijn huis lag een leeg stuk grond waar ik oefende. In de loop van de tijd raakte ik er innig mee verbonden. 
Het werd een plek die van mij was, een plek waar ik mezelf uitdaagde en uitgroeide tot een bedreven straatworkout-atleet.
Na mijn werkdag pakte ik mijn laptop en nestelde ik me in mijn favoriete hoekje van het huis. Vanaf mijn bureau had ik vrij zicht op de zee — voor mij de mooiste zee ter wereld. Ik draag een levendig beeld van die plek met me mee: ik, mijn laptop, en de zee die zich eindeloos voor me uitstrekte. Daar werken voelde rustig en geconcentreerd aan.
Regelmatig onderbrak ik mezelf om even naar buiten te kijken — de kleine wolkjes te tellen, op de regen te wachten en de verleiding te weerstaan om naar buiten te gaan.
Aan het einde van de dag kwamen we als gezin samen voor het avondeten. Mijn moeder is een geweldige kok. Zelfs met beperkte middelen wist ze zoveel verschillende gerechten te bereiden en de tafel altijd te vullen met traditioneel eten. Dit was mijn favoriete moment van de dag: samen zijn, eten en praten, verhalen delen en grappen maken. Ik zag die momenten als vanzelfsprekend. Het kwam niet bij me op dat onze rust verstoord kon worden. Pas later begreep ik hoe gemakkelijk zulke momenten verloren kunnen gaan.

Mijn leven nadat de genocide begon

Alles veranderde op 7 oktober 2023. Het is inmiddels meer dan twee jaar geleden, en ik herken mijn dagen niet meer. 
De vaste gewoonten waren het eerste wat verdween. Ochtenden begonnen niet langer met straatworkouts. Ontheemd, werd ik wakker op plekken die ik niet kende, slapend op vloeren die niet mijn bed waren, nooit op mijn gemak en nooit veilig. Het lege stuk grond waar ik vroeger trainde staat nu vol tenten voor ontheemde gezinnen. Ik kan er niet meer trainen.
Ook de familiediners veranderden. We komen nog steeds samen met welk eten we dan ook maar kunnen vinden. Als er fatsoenlijk eten is, proberen we er volop van te genieten, want morgen kan dat anders zijn. We begonnen ook eerder te eten, zolang het nog licht was. Aan het einde van elk diner baden we samen om de volgende dag in leven te blijven, want je weet nooit wat er komen gaat.
We werden zo vaak verdreven dat we wakker werden in de verwachting elke dag ergens anders te zijn. We verbleven een paar weken bij mijn grootmoeder in Sheikh Radwan, daarna trokken we van huis naar huis langs familieleden, op de vlucht voor zware bombardementen. Mijn dagen draaiden om het doorzoeken van het puin van verschillende huizen — ook dat van mezelf — op zoek naar iets bruikbaars: overgebleven eten, bezittingen, herinneringen die we konden redden. Ik probeerde de schilderijen van mijn neef uit de ruïnes te halen. Ik voelde een kleine vreugde toen het me lukte er een aantal te redden. Maar herinneringen redden vulde onze magen niet.
Foto: Mohammed Hamada

De periode van extreme honger was het zwaarst. Elke dag werd een zoektocht naar eten en water. Zulke honger had ik nooit eerder gekend — ik had nooit gedacht dat ik die ooit zou meemaken. Mijn moeder vroeg me elke dag mee te helpen zoeken naar voedsel. Vaak was het enige wat we konden vinden een wilde plant, Malva sylvestris. Mijn grootmoeder was opgelucht telkens als we er wat van mee naar huis brachten. Op betere dagen deelden we wat we hadden met de buren. Het was pijnlijk om elke nacht met een lege maag in slaap te vallen, niet wetend of we de volgende dag iets te eten zouden vinden.

De dag waarvan ik wil dat het een nachtmerrie was

Op de vierde dag van de ramadan ging ik kijken wat er nog over was van ons huis, terwijl we probeerden iets te koken om het vasten mee te verbreken. Mijn oom vroeg me hem te helpen water te halen. Hij had kort daarvoor een paar kleine plantjes geplant vlak bij het verwoeste gebied en wilde ze water geven. Zelfs te midden van het puin probeerde hij iets in leven te houden.
De dag ervoor hadden we in de resten van ons huis gegraven op zoek naar iets eetbaars. We hadden het geluk een zak meel te vinden, vermengd met zand. Ik maakte een grapje tegen mijn oom dat we die maar moesten verkopen. Hij bekeek de zak en zei dat er vijfentwintig kilo in zat. Hij stelde voor één kilo voor hun huis te nemen, één voor het onze, en de rest aan de buren uit te delen — want die hadden al heel lang niets gegeten.
Foto: Mohammed Hamada

De volgende dag, de vijfde dag van de ramadan, stond ik op het punt mijn fiets te pakken om water te halen, toen mijn neef Abdelrahman zei dat hij wel zou gaan. Hij haalde zelden water, maar die dag hield hij voet bij stuk. Hij nam mijn fiets en vertrok.
Terwijl ik in de Koran zat te lezen, hoorde ik plotseling een bombardement. Ongeveer vijf minuten later kwam er iemand aanrennen met het bericht dat de rij mensen die op water stond te wachten was gebombardeerd.
Ik rende erheen. Mijn hart bonsde terwijl ik door de straat liep, zoekend naar hen, nog steeds hopend dat ze leefden. Ik bleef mezelf maar afvragen wat er zou zijn gebeurd als ík was gegaan in plaats van Abdelrahman. Wat als ik hem mijn fiets niet had laten nemen? Bij elke stap klampte ik me vast aan de hoop.
Toen bereikte ik het einde van de rij, en mijn hart brak op het moment dat ik hun lichamen zag. Ze waren allebei dood. 
Ik blijf eraan denken hoe dicht ik bij hen had kunnen zijn. Het schuldgevoel als overlever laat je niet los. De laatste wens van mijn oom was om het meel onder de buren te verdelen, en nu zou hij dat niet meer meemaken. Maar ik wist dat ik het voor hem moest doen, en voor de families die niets hadden gegeten.
Het is moeilijk om door te gaan alsof het leven normaal is wanneer je familieleden, vrienden en collega’s verliest. Het is moeilijk om je dagen te doorlopen alsof zulke verliezen gewoon te dragen zijn, terwijl het gewicht ervan nooit verdwijnt.

En toch ging het leven door. Het had geen keus.

Maanden later was er één klein moment van opluchting. Na maanden waarin we elke dag nauwelijks genoeg eten konden vinden om te overleven, hadden we eindelijk groenten. Het was 23 augustus 2024, een datum die ik nooit zal vergeten. Het was de eerste keer in maanden dat ik iets echts at — vers eten, echt voedsel. We maakten er grappen over en noemden het “goede drugs.”
Ik maakte een foto van dat moment. We voelden van alles tegelijk. Een paar minuten lang lachten we. Daadwerkelijk lachen. Het soort lachen dat ik bijna was vergeten.

Vandaag

Ik ben er nog. Nog steeds ontheemd.
Mijn grootouders, die vroeger woonden in het huis waar wij onderdak zochten, hebben Gaza verlaten. Ze zijn nu bij mijn oom in Australië. Wij blijven hier, nog altijd op zoek naar een vaste grond onder onze voeten.
Af en toe zie ik de zee nog. Hetzelfde blauw waar ik van hield. Dezelfde golven. Maar in plaats van omringd te zijn door mooie plekken, staan er nu tenten van ontheemde families. Duizenden mensen leven tussen het puin van hun huizen en proberen ergens een schuilplaats te vinden. De zee is er nog, maar alles eromheen is veranderd.
Er is ook iets in mij veranderd. Ik merk dat ik niet meer rouw zoals vroeger — niet wanneer ik iemand verlies, niet wanneer ik honger lijd. De tranen komen minder makkelijk. Niet omdat ik minder voel, maar omdat verdriet een constante is geworden. Het is niet langer scherp. Het is er gewoon, altijd.
Toch proberen we vooruit te kijken. Mijn familie en ik hebben onlangs een winkel geopend genaamd Athar, wat in het Arabisch “impact” betekent. We borduren merkkleding voor winkels en instellingen. We wilden iets opbouwen dat een spoor nalaat — iets wat zegt dat we er nog zijn en nog steeds iets maken. Het is klein, maar het is van ons.
Foto: Mohammed Hamada

Ik werk ook aan het herstel van mijn carrière als ontwikkelaar. Ik zoek naar kansen: een stage, een functie op afstand, wat dan ook waarmee ik kan terugkeren naar het werk dat ik liefheb. Als ik aan de toekomst denk, geloof ik dat we beloond zullen worden.
Het delen van onze ervaringen via Gaza Living Story geeft ons hoop. Velen die de Nakba van 1948 hebben meegemaakt zijn er niet meer, maar hun verhalen leven voort in ons. Wanneer mensen vragen hoe Gaza was, zal ik hun deze foto’s laten zien. En we zullen opnieuw herinneringen opbouwen.

 


Lees enkele verhalen van Mohammed Hamada op Gaza Living Story: This image.. / In the evenings.. / On my way back home..The day before the water line bombing..

Lina Ayesh schreef dit artikel namens Ahmed Hamada op basis van gesprekken met hem. Beluister hier een korte reflectie van deze auteur.

Binnenkort verschijnen binnen dit dossier deel 5 t/m 8 van deze serie.


Steun het bredere Palestina op de kaart dossier van Momus en volg het via updates in je inbox. Lees hier hoe: