Doe mee

Steun Momus vanaf € 3 per maand.

Zonder betaalmuren, mét betrokken leden.

Door (betalend) lid te worden van de Momus community houd je onze journalistiek toegankelijk voor iedereen, zonder betaalmuren. Als lid kun je bovendien nog actiever meepraten over lopende of toekomstige dossiers via lezerskringen (lees hier meer over).

Word nu lid
 


 

Meer dan een nieuwsbrief

Volg ons én denk mee

Wil je eerst volgen wat we doen? Door je in te schrijven op onze Momus nieuwsbrief — of de aparte nieuwsbrieven van lopende dossiers — blijf je op de hoogte én word je soms gevraagd om mee te denken over onze onderzoeksprojecten, via vragen, peilingen of zelfs (online) meetups.

Word meedenker

 


 

Eenmalige tips & donaties

Stuur ons jouw idee, tip of vraag als tekstbericht, of als audiobericht via onze online open microfoon.

Of steun ons eenmalig met een bedrag naar keuze.

€ Doneer eenmalig naar keuze

Op 3 december 2025 organiseerde Momus de Denk-mee-met-Momus-meetup in BAK / Basecamp, in Utrecht. Lezers konden deze avond meedenken over de nieuwe plannen van Momus. Ze dachten mee over het plan om niet alleen de macht te controleren, misstanden aan te kaarten en problemen te onderzoeken, maar ook oplossingen aandacht te geven. Maar ook over het idee om daarbij lezers vaker te betrekken, vanaf het begin van onze onderzoeksprojecten. Het was een leerzame en gezellige avond waaraan zo’n vijfenveertig lezers van Momus meededen (zie een eerder verslag hier). Althans, volgens het Momus-team zelf.

Inge Janse, journalist, presentator en docent, was erbij om alles te observeren en het publiek na afloop te trakteren op een gesproken column. Hoewel, een traktatie? Het begon met wat scherpe kritische voetnoten over het verloop van de avond. Het eindigde iets positiever. En zo zien we het graag: meedenkers die ook kritisch meedenken, en niet alleen toejuichen (en zo doe jij ook mee).

Luister of lees de column hieronder zelf.

Oplossingsgerichte journalistiek, samen met je lezers gemaakt. Laat mij de eerste zijn om het idee te omarmen. Momus, let’s go.
Maaaaar.
Wie vanavond oppervlakkig ervaart, snapt weer helemaal waarom de journalistiek zich graag opsluit in een toren opgetrokken uit betaalmuren en abonnementsgelden. Ontvangen is goed, maar zenden is beter.
Want wie inspraak zaait, zal anarchie oogsten.
Dat begint al bij de aftrap van de avond. Waar je pais en vree verwacht, raken de twee medewerkers van Momus met elkaar in de clinch. En dat al binnen een minuut! Want de een heeft helemaal geen zin in de vragen van de ander. Met een koppigheid die zelfs mijn vierjarige dochter wat veel van het goede zou vinden, stelt hij niets meer over Momus te willen zeggen dan wat hij al zei: Momus is oplossingen en participatie.
En dat was nog maar het begin.
De eerste inspraaksessie gaat over hoe we in 2100 nog in leven kunnen zijn. Eén cirkel, tien mensen, moeilijke akoestiek, daar gaan we.
Ook dat levert niet direct een vrolijk beeld op. Want mensen, die gedroomde participanten van de Momus-journalistiek, het lichtend licht en zoutend zout van een afgevlakte journalistiek, laten direct hun echte gezicht zien.
Want wat doen zij? Zij gaan praten.
Want dat is het ding: geef de mensheid er een aanleiding voor, en ze gaan praten. Niemand die in het gesprek vraagt wat nuttig is voor Momus, wat het doel is, waar het heen moet, welke rol zij kunnen spelen.
Maar gewoon, hup, hyperassociatief zenden. De een virtue signalt over wat ie zelf al goed doet, de ander mansplaint de toehoorders, een derde las iets heel interessants op LinkedIn, de vierde zweert bij het werk van een obscure wetenschapper uit Amerika, en de vijfde praat iedereen subiet de winterdepressie in met een bonte combinatie van CO2-bommen, permanente ijstijden en oceaanverzuring.
En dan is er ook nog eens collectieve journalistieke doom & gloom. Nieuwsmijders, fake-newsbevreesden, AI-neemt-al-onze-banen-in-profeten: ze zijn er allemaal, en ze zijn nog mondig ook.
Mijn god. Totale anarchie!
Dus, de stekker eruit, en dat op de openingsavond?
Even denk ik van wel. Tot ik bij het diner de gespreksleiders van de inspraaksessie spreek. Die zitten niet vol met vitriool, zoals ik, maar met ideeën. Waar ik anarchie hoor, horen zij inspiratie.
Het is ze duidelijker geworden dat er amper noodzaak is om over de problemen zelf te schrijven, omdat die al zo enorm ervaren worden. En dat er journalistiek werk aan de winkel is om mensen te helpen zich niet meer te schamen om zich in te zetten voor de goede zaak. Want ook al staan alle signalen op rood, het is nooit naïef om het goede te doen.
Ook bij het gesprek over woningschaarste blijkt die vrije, schijnbaar ongestructureerde manier van praten onverwacht veel op te kunnen leveren. Neem ervaringsdeskundige Thomas, die in gesprek met de andere professionals duidelijk krijgt dat woningschaarste geen malafide onwil is, maar politieke onkunde. Dat wethouders en raadsleden dom gehouden worden in hun departementale silo’s van woningbouw, zorg en veiligheid. En dat politici en ambtenaren als een blad aan de boom kunnen omslaan als ze het goede idee voorgeschoteld krijgen.
Maar ook dat een systemische aanpak interessant is, bijvoorbeeld om eens te kijken wie er eigenlijk profiteren van woningschaarste, en haar daarom in stand willen houden. En dat journalistiek veel te veel aandacht heeft voor problemen, en te weinig voor oplossingen.
Dus misschien is dat het wel, het mogelijke genie van Momus. Dat wie inspraak zaait, soms anarchie oogst, maar soms ook serendipiteit: onverwachte vangsten, onvermoede inzichten, ongekende ideeën.
Blijkbaar groeien vlak bij de anarchistische afgrond de mooiste journalistieke bloemen.
Succes met het niet in de diepte vallen. De wereld heeft jullie bloemen veel te hard nodig.

 

— Inge Janse, 3 december 2026