Dossier
Een einde aan dakloosheid

Dakloosheid is het meest ernstige gevolg van de wooncrisis en de grootste schending van het recht op wonen. Daarom onderzoekt Momus: (hoe) kan dakloosheid beëindigd worden?

Dit dossier is onderdeel van:
Steun dit dossier

Steun dit dossier

Het Woonproof dossier bestaat — zonder betaalmuren — mede dankzij betalende lezers. Help je mee? Steun dit dossier met een eenmalige donatie.
Doneer 1× aan dit dossier

Word daarnaast lid van Momus (vanaf €3 per maand) om al ons werk te steunen.

 


 

Ontvang updates over dit dossier in je inbox

Via onze Woonproof nieuwsbrief blijf je op de hoogte én kun je meedenken over dit onderzoek op basis van vragen die we via deze nieuwsbrief delen.

Ontvang je al één of meer van onze nieuwsbrieven? Verander je voorkeuren via de knop in de Momus-nieuwsbrieven die je al ontvangt en vink de Woonproof nieuwsbrief aan.

Ontvang je nog geen enkele nieuwsbrief van Momus? Schrijf je hier in en vink de Woonproof nieuwsbrief aan.


 

Tips en ideeën voor dit dossier

Heb jij tips of ideeën voor dit dossier? Laat het ons weten.

Naar het tipformulier

 


Naast het steunen en volgen van dit zorgdossier kun je ook Momus zelf steunen als lid vanaf 3 euro per maand, of via een eenmalige donatie naar keuze. Je blijft op de hoogte en denkt mee over al ons werk via onze nieuwsbrieven of social media+Vind ons op Instagram, LinkedIn, Facebook, Youtube en TikTok. Stuur ons algemene tips, ideeën of vragen als tekst via dit formulier, of als audiobericht via onze online open microfoon.

  • Notitie

Waarom spreken we over ‘dakloze mensen’?

Samenvatting

Door dakloze mensen ‘daklozen’ te noemen, worden ze gereduceerd tot die ene status: hun dakloosheid. Door van ‘dakloze mensen’ te spreken proberen we dat te voorkomen.

Datum van notitie

26 september 2025. Laatste update: 16 januari 2026

Bronnen

Veldonderzoek en diverse belangenbehartigers.

Notitie

Het is je misschien opgevallen dat we in ons onderzoek ‘Een einde aan dakloosheid’ spreken over ‘dakloze mensen’ en niet ‘daklozen’ of ‘dak- en thuislozen’.

Waarom doen we dit?

Dakloze mensen krijgen veel te maken met stereotypen en stigmatisering. Volgens verschillende experts uit het veld zijn deze zelfs zo heftig, dat het de belangrijkste belemmering is om dakloosheid op te lossen. Dakloze mensen lijken de ‘gunfactor’ te missen om bovenaan de politieke agenda te komen als het gaat om het aanpakken van de wooncrisis.

Door dakloze mensen ‘daklozen’ te noemen, worden ze gereduceerd tot die ene status: hun dakloosheid. En over die dakloosheid bestaan dus veel negatieve oordelen en ideeën; zoals dat het iemands eigen schuld is, ze vast verslaafd zijn en overlast veroorzaken.

In de media en politiek zie je dat er toevoegingen worden gebruikt om afstand te creëren tot die stigma’s. Denk aan het gebruik van ‘economisch daklozen’ dat de laatste jaren erg is toegenomen. Daarmee worden dakloze mensen bedoeld die een baan hebben en bijvoorbeeld door een scheiding in hun auto slapen. Zíj worden gezien als slachtoffers van de wooncrisis.

Maar zijn niet (bijna) alle dakloze mensen in zekere zin slachtoffer van de wooncrisis en ‘economisch’ dakloos? Als ze een woning konden betalen, woonden ze waarschijnlijk in eentje. Het idee dat dakloosheid een keuze is, is bijna altijd een misvatting.

Daarom pleiten belangenbehartigers en anderen uit het veld om geen onderscheid te maken tussen ‘soorten dak- en thuislozen’ maar de menselijkheid van hun allen te benadrukken, en dus te spreken over ‘dakloze mensen’. Daar vallen thuisloze mensen overigens ook onder. Dat is in lijn met de ETHOS-definitie van dakloosheid die wij onderzoeken. Deze biedt een humanitair en mensenrechtelijk kader over dakloosheid en gaat uit van het gebrek aan volwaardige huisvesting als gedeeld kenmerk.

Bij Momus willen wij mee in de-stigmatiserend taalgebruik en volgen wij dus ETHOS en experts uit het veld in deze lijn. Overigens zijn wij als journalisten tegen censuur en andere mensen woorden in de mond leggen, dus als onze respondenten zelf praten over ‘daklozen’ laten wij dat zo.

 


Dit onderzoek is tot stand gekomen met steun van het Journalismfund Europe en ondersteund met mentoring vanuit Transitions.