We delen niet alleen onze grote bevindingen, maar ook tussentijdse updates over de voortgang van onze onderzoeksprojecten. Deze update is onderdeel van het dossier Een einde aan dakloosheid.
Stel je voor; je hebt een liefdevolle relatie, twee kinderen waar je alles voor over hebt en een thuis waar je samen leeft. Een van je kinderen heeft intensieve zorg nodig. Zonder twijfel geven jij en je partner die zorg. Maar dat vraagt veel energie. En na jaren drukt de informele zorg zwaar op je huwelijk. Met je partner kom je tot de verdrietige conclusie dat de combinatie niet meer houdbaar is. Om jullie rol als ouders goed te kunnen vervullen, besluiten jullie te scheiden.
De hoop is dat apart leven de lucht en ruimte geeft om op te laden. Maar daarvoor heb jij wel een eigen woonplek nodig. Die vinden in de buurt van je zorgbehoevende kind, blijkt een onmogelijke opgave.
‘Mijn dakloosheid begon zoals bij heel veel mensen met een scheiding,’ vertelt Saskia (52 jaar), een zorgondernemer en verpleegkundige. Deze situatieschets was haar realiteit.
In de jaren die volgden verbleef Saskia onder andere in een chalet op een vakantiepark, in een caravan op een camping, bij vakantieboerderijen van vrienden en zelfs in de personeelskamer van een zorginstelling. Saskia had ondernemingsdrift en een groot netwerk. Telkens als ze zonder verblijfsplek of geld kwam te zitten – ‘daklooosheid is duur’ – deelde ze een oproep en schoten mensen te hulp.
Ondanks haar netwerk en doorzettingsvermogen bleef Saskia dakloos. Ze had niet het kapitaal om zelfstandig een woning te bemachtigen, een woningurgentie kreeg ze niet – ‘scheiding is een eigen keuze en dus geen reden’ – en zorgpartijen hielpen haar niet verder met haar woonvraag.
Berry Pfennigwerth, belangenbehartiger bij de landelijke coalitie Dakloosheid Voorbij!, herkent de ervaring die Saskia schetst. ‘Als je vooral een woonprobleem hebt, wordt je als zelfredzaam gezien en niet geholpen.’ Pas als je zorgvraag groeit tot je niet meer ‘zelfredzaam’ bent, kun je hulp krijgen. Dat is volgens hem geregeld een kwestie van tijd: ‘Hoe langer het duurt voor je geholpen wordt, hoe groter je problemen worden.’ De gevolgen daarvan? ‘De maatschappelijke kosten lopen op en mensen gaan kapot.’
Saskia heeft gezien hoe dakloze mensen met het label ‘zelfredzaam’, juist in afhankelijkheidsposities terechtkomen; zowel van een bureaucratisch systeem als van andere mensen. Sommige daarvan helpen je, terwijl anderen misbruik maken van je kwetsbare situatie.
Zo leerde zij vrouwen kennen die bij een aggresieve partner bleven of seksuele handelingen verichten voor overnachtingen. ‘Die afhankelijkheidsrelaties zijn denk ik het allerzwaarste van het dakloos zijn,’ vertelt Saskia. Dat en ‘de ontmenselijking die je meemaakt.’
Die ontmenselijking ervaarde zij in het zorgstelsel en de gemeentelijke bureaucratie, waarin ze telkens vastliep; ‘Je wordt van het kastje naar de muur gestuurd.’ Saskia legt uit dat er niet naar de persoon wordt gekeken, maar naar de kaders van procedures en regels. ‘Ik werd niet gehoord [….] Die bureaucratie is echt slopend,’ vertelt ze daarover. Toch hield ze vol. Stapels multomappen met documentatie heeft ze daarvoor aangelegd.
Onlangs heeft Saskia een woning via ‘Housing First Delft’ gekregen, nadat ze, zoals ze het zelf omschrijft, ‘levensbedreigende gezondheidsklachten had ontwikkeld’. Jaarlijks heeft dit programma vijftien woningen beschikbaar voor mensen die langdurig dak- of thuisloos zijn. De verhuur loopt via een zorginstantie en gaat gepaard met een lange lijst regels en voorwaarden. Als Saskia deze breekt, kan ze de woning kwijtraken of wordt haar tijdelijke huurcontract van twee jaar niet verlengd.
Een korte greep:
Huurder zal in ieder geval:
niet slaan met deuren en niet schreeuwen;
geen intimiderend en/of bedreigend gedrag vertonen, zoals het onnodig lang in stilte (boos) aankijken van omwonenden;
geen wiet (of vergelijkbare producten) roken/gebruiken op plekken waarmee hij omwonenden tot last kan zijn, zoals de (voor- en achter)tuin of in het complex.
‘Toen ik dit allemaal las dacht ik “My goodness, ik word behandeld als een beest. Waarom?” Ik bedoel, ik word behandeld als een veroordeelde, terwijl ik nog nooit een veroordeling heb gehad […] Ik was er echt emotioneel door geraakt.’ Terwijl ze op het punt stond jaren van dakloosheid te doorbreken, kreeg Saskia alsnog het gevoel dat ze ‘een woning moet verdienen,’ in plaats van dat ook zij recht heeft op een veilig thuis.
Daarmee wijst Saskia naar een belangrijk paradigma dat dakloosheid in stand houdt en dat Berry Pfennigwerth omschrijft als ‘meritocratie’; het idee dat succes een keuze is. ‘Alles wat je krijgt, heb je verdiend. En als je niet krijgt wat je denkt te verdienen, heb je gewoon niet hard genoeg gewerkt. Dat is natuurlijk onzin.’
Volg ons op social media en praat hier met ons en anderen over ons onderzoek.
Volgens Pfennigwerth verbloemt deze aanname structurele problemen, die ingebouwd zijn in ons economisch en maatschappelijk systeem. Zoals de financiële prikkels die woningen voor veel mensen onbetaalbaar maken en het enorme woningtekort waardoor er niet voor iedereen een woning is. Het idee van ‘eigen schuld of eigen verdienste’ staat volgens hem oplossingen voor dakloosheid in de weg. Mensen worden niet of laat geholpen. Als ze überhaupt al om hulp durven te vragen. Het verhaal van ‘eigen schuld’ leidt namelijk ook tot schaamte, waardoor mensen zich stilhouden.
Om dat taboe te doorbreken voerde Dakloosheid Voorbij! de campagne ‘De schaamte voorbij’, waarin vrouwen hun verhaal over dakloosheid deelden. Aansluitend riep de organisatie op tot woningurgentie voor álle dakloze mensen, met de campagne ‘Open de deur’Deze campagne had als doel het wettelijk verankeren van woningurgentie voor alle mensen die volgens de ETHOS-Light classificatie dakloos zijn.. De Tweede Kamer stemde enkel in met urgentie voor dakloze ouders met kinderen, en trok die van statushouders zelfs inDe Wet Versterking Regie Volkshuisvesting is op 3 juli behandeld in de Tweede Kamer. Er waren twee amendementen ingediend om woningurgentie voor alle dakloze mensen volgens de ETHOS-light classificatie te regelen. Een derde ging over urgentie voor dakloze gezinnen met kinderen. Alleen dit amendement kreeg voldoende steun in de Tweede Kamer. .
Dakloosheid Voorbij! blijft zich inzetten voor woningen voor alle dakloze mensen. En Saskia en andere (voormalig) dakloze mensen die wij spraken delen daarvoor hun eigen verhaal. Het doorbreken van de stilte, stereotypen en stigma’s zijn volgens hen belangrijke stappen om dakloosheid te kunnen beëindigen.
Heb jij een verhaal, ideeën, tip of lead die je wilt delen? Dan kun je contact opnemen met jeske@momusmedia.nl en larabillie@momusmedia.nl
Steeds meer mensen worden dakloos. Zowel qua aantal, als qua diversiteit neemt de groep toe. Dakloosheid is het meest ernstige gevolg van de wooncrisis en de grootste schending van het recht op wonen. Daarom onderzoekt Momus de komende maanden: (hoe) kan dakloosheid beëindigd worden? Dit doen we in een Europese samenwerking en met een oplossingsgerichte bril.
https://momusmedia.nl/wp-content/uploads/2025/08/Kansfonds-dak-en-thuisloosheid-HR-02-scaled.jpg17072560Momushttps://momusmedia.nl/wp-content/uploads/2025/01/momus-wit-300x61.pngMomus2025-08-21 17:20:122025-08-27 14:45:46Saskia raakte dakloos na een scheiding en haar vangnet moest ze zelf regelen
We delen niet alleen onze grote bevindingen, maar ook tussentijdse updates over de voortgang van onze onderzoeksprojecten. Deze update is onderdeel van het dossier Klimaatdromers.
De Europese Commissie zwakt haar klimaatdoelen af door in te zetten op emissiehandel; het afkopen van CO2-reductie via natuurbescherming buiten Europa krijgt een grotere rol. Het zorgt voor “schijncompensatie” en een vertraging van Europese verduurzaming, betoogt tropisch ecoloog en onderzoeksjournalist Bart Crezee. Bovendien leidt het in bosrijke landen als Congo voor landconflicten en mensenrechtenschendingen. Een gesprek over de problemen rond emissiehandel en welke oplossingen wél werken.
Even rust, even het woord ‘koolstof’ niet meer horen, zal Bart Crezee gedacht hebben, kort na het uitkomen van zijn boek Koolstofkoorts dat in juni verscheen bij uitgeverij Querido Facto. Maar dan opent hij zijn telefoon en stuit op een artikel in NRC: ‘EU zwakt klimaatdoel af: landen mogen CO2-reductie deels buiten Europa afkopen.’ In het interview met Crezee, naar aanleiding van zijn boek, zouden we ook deze actualiteit mee moeten nemen stelt hij voor. ‘Jullie hebben vast over die nieuwe EU-doelen gehoord?’ Crezee is er stellig over: door deze voorgestelde handel in koolstofkredieten stellen we een echte verduurzaming uit, en ruilen we bovendien een zekere opwarming in voor een tijdelijke compensatie zonder garanties. ‘En dat is een gok die we niet kunnen nemen.’
Rustig en bedachtzaam formuleert Crezee zijn antwoorden, zoals je van een promovendus mag verwachten. Jarenlang doorkruiste hij de moerassen in de Democratische Republiek Congo om de complexiteit rond natuurbehoud en emissiehandel vast te leggen. Steeds weer zoekt hij naar de juiste woorden om zijn onderzoek begrijpelijk te maken voor leken — terwijl hij tegelijk benadrukt hoe vaak beleidsmakers de kwestie te simplistisch benaderen.
De oorspronkelijke aanleiding van zijn onderzoek: in de binnenlanden van de Democratische Republiek Congo is in 2017 een groot veenmoeras ontdekt, waarin een enorme hoeveelheid koolstof ligt opgeslagen. Onopgemerkt is dat niet gebleven, zo stelt Crezee: ‘Wat ik tijdens mijn onderzoek zag was dat de koolstof die in de bossen en ecosystemen ligt opgeslagen, tot een enorme hype leidde. Iedereen wilde er iets mee: sommigen zagen er kansen in, anderen juist een bedreiging.’
Deze ‘koolstofkoorts’ is ook terug te zien in de nieuwe tussentijdse klimaatdoelen die begin deze maand door de Europese Commissie zijn vastgelegd. Voor het bereiken van 90% minder uitstoot tegen 2040 ten opzichte van het niveau in 1990plusje: Het gaat hier om een nieuwe tussentijdse doelstelling voor 2040, voortbouwend op de bestaande wet om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn (NRC). besluit de EU handel in koolstofkredieten met landen buiten de EU toe te staan. Hiermee, zo stelt Crezee, ‘wordt een zekere flexibiliteit geboden die het voor bedrijven makkelijker maakt om hun CO₂-uitstoot te verminderen. Maar dat is een zeer controversiële stap: het biedt geen structurele oplossing.’
Bovendien heeft die koolstofhandel een schaduwzijde in landen als Congo, zag Crezee. Op papier is het een win-win; het Westen behaalt haar klimaatdoelen en landen als Congo verdienen geld door bossen te beschermen tegen houtkap. In de praktijk zorgt het voor landconflicten en mensenrechtenschendingen en profiteren tussenhandelaren – de ‘carbon cowboys’.
Een gesprek over de waarde van verborgen veengebieden, de winnaars en verliezers van de internationale emissiehandel, en hoe koloniale patronen nog steeds hun weg vinden in deze ‘koolstofkoorts’.
Bekijk de samenvatting van het gesprek
Je vertelt dat er in de Democratische Republiek Congo in 2017 een enorm veenmoeras werd ontdekt. Waarom is dat belangrijk?
‘Veen is duizenden jaren oud plantenmateriaal dat niet heeft kunnen rotten, en alle koolstof die daar ooit in is vastgelegd door afgestorven bomen heeft zich opgehoopt in de grond. Hierdoor is dit Congolese ecosysteem een van de meest koolstofrijke ecosystemen ter wereld: in dit veenmoeras ligt drie jaar aan wereldwijde CO₂-uitstoot opgeslagen in de bodem. Door deze ontdekking is de hoeveelheid koolstof die in Centraal Afrika in de regenwouden ligt opgeslagen in één klap verdubbeld.
Deze koolstof kan vrijkomen als het gebied wordt drooggelegd. Dus als veen uitdroogt, als het moeras uitdroogt, komt de koolstof die daarin ligt opgeslagen in aanraking met zuurstof uit de lucht en komt dan vrij als CO₂ in de atmosfeer. Het gebied wordt daarnaast ook bedreigd doordat het drooggelegd kan worden voor landbouw of om oliewinning en gaswinning mogelijk te maken. Verdroging of drooglegging zou in één keer een enorme toename van CO₂ betekenen die voor verdere klimaatopwarming, en daarmee ook voor nog meer uitdroging, zou zorgen.’
Je zag dat de ontdekking ook een soort ‘koolstofkoorts’ veroorzaakte, de titel van je boek.
‘Wat ik tijdens mijn onderzoek zag was dat de koolstof die in de bossen en ecosystemen ligt opgeslagen, tot een enorme hype leidde. Iedereen wilde er iets mee: sommigen zagen er kansen in, anderen juist een bedreiging. De lokale bevolking, ook al heeft die nu vaak nog geen juridisch eigendom over het bos, zag mogelijkheden om er financieel van te profiteren wanneer ze het bos konden beschermen. Carboncowboys [tussenhandelaren die projecten opzetten om koolstofkredieten te genereren en die vervolgens doorverkopen (vaak ten koste van de lokale bevolking), red.] doken erop om er winst uit te slaan. Ze proberen voor relatief weinig geld CO₂-rechten te produceren, in de hoop die vervolgens voor veel geld te verkopen op de opkomende koolstofmarkt. Ook de lokale overheid wilde er iets mee en probeerde het op internationaal niveau in te zetten om klimaatgeld uit het Westen los te weken. Het werd een soort goudkoorts, een wedloop om te profiteren van iets wat eigenlijk vooral beschermd moet blijven – zodat het níét vrijkomt, zodat het níét bijdraagt aan verdere klimaatopwarming.’
Ook de Europese Unie ziet grote kansen in koolstofhandel. Volgens de laatste klimaatplannen van Eurocommissaris Wopke Hoekstra zal Europa een deel van de eigen CO₂-reductie kunnen ‘afkopen’ in het buitenland. Hoe werkt dat precies?
‘Koolstofkredieten zijn verhandelbare certificaten die een vaste hoeveelheid CO₂-uitstoot vertegenwoordigen. Iemand buiten de Europese Unie kan bijvoorbeeld CO₂-uitstoot hebben voorkomen en dat straks verkopen aan iemand binnen de EU die moeite heeft om zijn eigen uitstoot terug te dringen.
De Europese Unie gaat het mogelijk maken om koolstofkredieten in te zetten als middel om de klimaatdoelen voor 2040 te behalen. Daarmee wordt een zekere flexibiliteit geboden die het voor bedrijven makkelijker maakt om hun CO₂-uitstoot te verminderen. Maar dat is een zeer controversiële stap: het biedt geen structurele oplossing.’
Waarom niet?
‘CO₂-compensatie kan op twee manieren plaatsvinden: je kunt uitstoot voorkomen, bijvoorbeeld door bossen te beschermen, of je kunt CO₂ uit de atmosfeer halen, bijvoorbeeld door bomen aan te planten. Maar die koolstof wordt dan opgeslagen in bossen die kwetsbaar zijn voor bosbranden of veranderend landgebruik, waaronder het risico dat ze in de toekomst alsnog worden gekapt.
Het is dus nooit gegarandeerd dat de uitstoot die is voorkomen, of de CO₂ die is vastgelegd, ook daadwerkelijk in de toekomst vastgelegd blijft. Ondertussen is het wél gegarandeerd dat de CO₂-uitstoot die vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen in de atmosfeer blijft, en daar nu al zorgt voor klimaatopwarming. We ruilen dus eigenlijk een zekere opwarming in voor een hypothetische, mogelijk tijdelijke compensatie. En dat is een gok die we niet kunnen nemen. We zijn namelijk al hard op weg om de klimaatdoelen flink te overschrijden.
De Europese Wetenschappelijke Adviesraad heeft benadrukt dat het belangrijk is om binnen de Europese Unie zélf te bouwen aan een duurzamere economie. En juist dat gebeurt niet met deze maatregel. Het geld gaat namelijk naar projecten in andere landen, waar weliswaar natuur wordt beschermd, maar die er niet toe bijdragen dat we hier in Europa onze economie verduurzamen.’
Toch kiest de Europese Commissie ervoor om koolstofcompensatie toe te staan. Hoe werkt dat dan precies in de praktijk? Wie profiteert er eigenlijk van dit systeem?
‘De huidige, vrijwillige internationale markt voor koolstofkredieten is relatief ongereguleerd. Emissierechten worden verkocht via allerlei tussenhandelaren. Er zijn bedrijven die deze rechten gedeeltelijk genereren, andere die ze certificeren, en weer andere die ze doorverkopen aan de uiteindelijke klanten. Denk hierbij aan energiemaatschappijen, olie- en gasbedrijven, automerken zoals Volkswagen, of modemerken zoals Gucci.
Verder wordt de prijs door het aanbod bepaald. Veel CO₂-kredieten die momenteel op de markt worden gebracht via bosbeschermingsprojecten, worden voor een hele lage prijs verkocht — eigenlijk te laag om zulke projecten structureel te kunnen financieren. Op dit moment kost een koolstofkrediet zo weinig dat het een gemakkelijke manier is geworden om aan klimaatdoelen te voldoen, zonder daadwerkelijk te hoeven investeren in verduurzaming op de lange termijn.
Vanaf 2036 mag maximaal 3% van de Europese CO₂-uitstoot worden gecompenseerd met koolstofkredieten. Dat lijkt weinig, maar tegen 2040 — wanneer nog slechts 10% van de oorspronkelijke uitstoot is toegestaan — is 3% relatief gezien behoorlijk veel. Het komt dan neer op een derde van wat er op dat moment nog uitgestoten mag worden, waardoor we dus relatief sterk afhankelijk worden van deze compensatievorm.’
In het kort: welke problemen zijn er rondom koolstofkredieten?
‘Een probleem met koolstofkredieten is dat de hoeveelheid kredieten die gegenereerd wordt, vaak wordt overschat. De hoeveelheid ontbossing die door een natuurbeschermingsproject is voorkomen, wordt structureel overschat. Dit leidt ertoe dat er CO₂-kredieten op de markt komen die niet werkelijk voor een beter klimaat hebben gezorgd.
Een ander probleem is dat er een koolstofproject kan worden opgezet, maar dat de ontbossing zich gewoon ergens anders heen verplaatst. In een bepaalde regio is de ontbossing misschien wel gestopt, maar dan gaat die ergens anders gewoon verder en is er effectief geen klimaatwinst behaald.
Daarnaast is het natuurlijk niet gegarandeerd dat die bossen voor altijd beschermd blijven. Dat zal echter wel moeten, om de koolstof daarin vast te houden en deze te gebruiken om fossiele uitstoot mee te compenseren.
Tot slot is er heel vaak sprake van mensenrechtenschendingen. Een structureel probleem met koolstofprojecten is dat de inheemse of lokale bevolking vaak niet wordt geraadpleegd, van hun land wordt verdreven, of niet de beloofde investeringen ontvangt die zijn toegezegd – en daarmee soms juist verder in de armoede wordt gedrukt.’
Desondanks ziet de Europese Commissie het als een win-win. Bosrijke landen profiteren toch van deze afruil?
‘Dat is een van de argumenten die vaak wordt aangedragen om wél in CO₂-handel te stappen: het zou een manier zijn om geld vanuit het rijke Westen naar armere landen in de tropen te krijgen. Maar daar valt veel op af te dingen. In veel gevallen leiden koolstofprojecten die in tropische landen worden opgezet tot grove mensenrechtenschendingen of zelfs landroof. De lokale bevolking wordt vaak van hun land verdreven of verliest de toegang tot het bos dat zij van oudsher beheren. Dus ja, het profijt dat hen geboden zou worden, pakt in de praktijk vaak heel anders uit. Er wordt regelmatig beloofd dat er geïnvesteerd zal worden in scholen en ziekenhuizen, maar in veel gevallen gebeurt dat uiteindelijk niet.’
Je deed hier jarenlang onderzoek naar in de Democratische Republiek Congo. Is er een voorbeeld van een project dat je daar tegenkwam dat duidelijk niet werkte zoals beloofd?
‘Het probleem met deze handel is vaak dat het draait om hypothetische scenario’s. Zo heb ik in de Democratische Republiek Congo een project bezocht dat was opgezet door een voormalig houtkapbedrijf. Dat bedrijf, eigendom van een rijke Amerikaanse zakenmanHet gaan hier om de Amerikaanse zakenman Daniel Blattner, waarover in andere media meer geschreven is. Zie bijvoorbeeld Mongabay (2022) en een tweeluik in Africa Uncensored (2025): deel 1 en deel 2 , verkocht CO₂-rechten op basis van de bewering dat ze gestopt waren met kappen.
Zij vormden dus zelf de bedreiging, het waren hún machines die het bos kapten. Vervolgens zeiden ze: ‘Vanaf nu kappen we niet meer, en daarmee hebben we dus uitstoot door ontbossing voorkomen, want anders hadden we wel gekapt.’ De hypothetische uitstoot die is voorkomen, verkochten ze vervolgens als koolstofkrediet. Die CO₂-rechten zijn in dit geval daadwerkelijk verkocht aan allerlei bedrijven in Europa.
Bovendien hadden ze beloofd te investeren in scholen, ziekenhuizen en klinieken voor de lokale bevolking. Maar toen ik daar aankwam, was daar in de praktijk niets van te merken. De bevolking vertelde me dat ze nauwelijks iets hadden ontvangen. En toen het project uiteindelijk failliet ging omdat de vergunning niet bleek te kloppen, zei de lokale bevolking dat ze er niet rouwig om waren: het had hen toch niets opgeleverd.’
Maar er is toch toezicht op de uitgifte van CO₂-rechten? Wordt er dan niet ingegrepen als blijkt dat het om schijncompensatie gaat?
‘Er is journalistiek onderzoek gedaan — onder andere door mijzelf — waaruit bleek dat verschillende projecten CO₂-rechten hebben afgegeven die in de praktijk waardeloos blekenBart Crezee schreef hier met journalist Ties Gijzel meer over in Follow The Money (2023) .. Bijvoorbeeld omdat ze de hoeveelheid uitstoot die was voorkomen zwaar hadden overschat. Toch zijn die CO₂-rechten gebruikt om de uitstoot van bedrijven hier in Europa te compenseren. De certificeringsinstantie die moet toezien op de juistheid van die rechten heeft wel een buffer voor het geval er problemen optreden, maar die buffer is zo klein dat die eigenlijk nooit voldoende garantie kan geven.’
In je boek beschrijf je dat de verdeling van de baten van koolstofhandel in Congo zelf ook niet vlekkeloos verloopt.
‘Dat klopt. In Congo zag ik bijvoorbeeld dat deze markt ertoe leidde dat er serieuze conflicten ontstonden tussen buurdorpen die ineens hetzelfde stuk bos begonnen te claimen. Ze beseften dat het bos — het regenwoud — geld waard werd door de opkomende koolstofhandel. Dat leidde tot landconflicten tussen dorpen die al lange tijd vreedzaam naast elkaar leefden, maar plotseling allebei zeggenschap over hetzelfde stuk regenwoud opeisten.
Wat je ziet is dat inheemse gemeenschappen, die van oudsher al worden gediscrimineerd, hierbij vaak het onderspit delven. Ze beschikken meestal niet over officiële juridische landrechten, waardoor ze niet kunnen aantonen dat het bos dat ze bewonen en gebruiken daadwerkelijk van hen is. Dat kan betekenen dat ze niet langer in hun levensonderhoud kunnen voorzien: ze kunnen dan niet meer vissen, geen landbouw meer bedrijven, en geen materialen meer uit het bos halen om hun huizen te bouwen. Dat leidt er soms toe dat deze gemeenschappen verder in armoede wegzakken. Paradoxaal genoeg komen sommigen daardoor juist in de handen van stropersbenden terecht om toch geld te verdienen, wat vervolgens juist leidt tot meer natuurverlies.’
En daar noem je ook nog de sporen van het koloniale verleden bij, die zichtbaar zijn in de moderne koolstofhandel.
‘Koolstofhandel en CO₂-compensatie worden inderdaad vaak ook neokoloniaal genoemd. Het is een systeem waarbij iets uit het regenwoud wordt opgeëist, en waarbij wij — het Westen, Europese bedrijven en landen — daar iets komen halen, vaak ten koste van de lokale bevolking.
Congo werd in de 19e eeuw gekoloniseerd en was toen een grote bron van natuurlijke grondstoffen, bijvoorbeeld door de winning van rubber en palmolie. Tegenwoordig wordt er nog steeds veel hout gekapt en geëxporteerd. Er zijn ook plannen om naar olie en gas te boren onder het regenwoud. Kortom: er wordt vooral veel gehaald. Nu is de opslag van koolstof eigenlijk een nieuwe vorm, een nieuw ‘product’ dat we daar komen halen.
In die zin versterkt deze handel de bestaande en historische koloniale machtsverhoudingen tussen ontwikkelende landen en het Westen. Tegelijkertijd probeert de Congolese overheid hiervan te profiteren. Zij ziet het als een manier om financieel beter te worden en inkomsten te genereren. Maar de vraag is hoeveel van dat geld daadwerkelijk bij de lokale bevolking terechtkomt, en hoeveel blijft hangen bij westerse consultants — ook wel carbon cowboys genoemd — en de lokale overheid.’
De Lukenie rivier, Democratische Republiek Congo. Beeld: Valerius Tygart / Wikimedia (2007)
Je benoemt in je boek ook dat het Westen zelf in het verleden veel veengebieden drooglegde voor landbouw en daardoor eigenlijk een nog grotere ‘klimaatschuld’ heeft als de CO2-uitstoot hieruit wordt meegerekend.
‘Precies. Het is uiteindelijk een kwestie van rechtvaardigheid. Kunnen wij landen als Congo verbieden hun bossen of veengebieden te gebruiken, of naar olie en gas te boren, terwijl wij dat zelf in het verleden op grote schaal hebben gedaan? We hebben onze eigen veengebieden drooggelegd en blijven zelfs nu nog naar olie en gas boren, bijvoorbeeld onder de Waddenzee. In Congo wordt dat argument dan ook vaak als hypocriet ervaren.
Tegelijkertijd is het de vraag of Congo, als het dat recht wél uitoefent, daar daadwerkelijk als samenleving beter van wordt. Komt de opbrengst van boskap of oliewinning terecht bij de bevolking? Of verdwijnen die oliedollars en andere inkomsten toch weer in de zakken van een paar bedrijven of naar het buitenland?’
Zijn er manieren waarop de emissiehandel wél zou kunnen werken?
‘Er wordt op dit moment veel gepraat over zogeheten high-quality of high-integrity koolstofkredieten: het idee om de kwaliteit van die certificaten simpelweg te verbeteren. Maar alle voorstellen die tot nu toe zijn gedaan, pakken de structurele problemen die hieraan ten grondslag liggen niet aan. Dus nee, het zal erg moeilijk worden om het systeem echt goed te laten werken.
Wat wél wordt gesuggereerd, is om twee aparte doelen te hanteren. Bijvoorbeeld een apart doel voor CO₂-reductie: hoeveel uitstoot moet de Europese Unie daadwerkelijk verminderen? En daarnaast een apart doel voor het vastleggen van extra CO₂, bijvoorbeeld in bossen of andere natuur: hoeveel extra natuur beschermen we, en hoeveel koolstof halen we daarmee uit de atmosfeer? Het gescheiden houden van die twee doelen en dat niet tegen elkaar wegstrepen zou in ieder geval een goed begin zijn.’
Wat zou er lokaal in landen als Congo moeten gebeuren? Kan het Westen bijdragen aan de bescherming van bossen en veenmoerassen zonder dat het lokale conflicten aanwakkert of koloniale patronen herhaalt?
‘Ondanks de problemen met koolstofhandel en koolstofkredieten is het beschermen van natuur en het tegengaan van ontbossing natuurlijk wel heel belangrijk. Er is steeds meer wetenschappelijk bewijs Zie hierover bijvoorbeeld een artikel van het World Resource Institute uit 2016. In zijn boek Koolstofkoorts haalt Crezee hier verschillende wetenschappelijke studies hierover aan, waaronder Garnett e.a. (2018), Fa e.a. (2020) en Sze e.a. (2023)
dat bossen beter beschermd zijn wanneer de lokale bevolking en inheemse gemeenschappen – die daar vaak al van oudsher wonen – juridisch eigendom over dat grondgebied hebben.
Zij gebruiken het bos voor hun eigen levensonderhoud, maar juist dat gebruik geeft hen een extra reden om het bos goed te beschermen. Als zij de landrechten over hun traditionele bosgebied bezitten, zijn ze ook beter in staat om het te verdedigen tegen houtkapbedrijven die van buitenaf komen, of tegen olie- en gasmaatschappijen die daar naar olie willen boren. Het toekennen van deze rechten is dan ook een belangrijke klimaatmaatregel en echt een win-winsituatie: zowel voor het klimaat als voor de lokale gemeenschappen.’
Ligt er dan nog wel een taak voor het Westen of is dat vooral aan ontwikkelingslanden zelf?
‘Het toekennen van landrechten aan de lokale bevolking hangt ook samen met de klimaatfinanciering die beschikbaar moet komen voor armere landen uit, onder andere, het Westen. Landen als Congo kunnen binnen de internationale klimaatafspraken aanspraak maken op aanzienlijke financiële steun. Inheemse gemeenschappen geven aan dat zij een deel van dat geld willen ontvangen om zich op een duurzame manier te ontwikkelen en zo hun bossen te kunnen blijven beheren. Daarom maken veel inheemse groepen en lobbyorganisaties van lokale bevolkingsgroepen zich internationaal sterk om ervoor te zorgen dat klimaatfinanciering ook daadwerkelijk en rechtstreeks bij hen terechtkomt.’
Worden er al stappen gezet in deze richting?
‘In de Democratische Republiek Congo is het sinds een aantal jaar mogelijk dat lokale dorpen een landakte aanvragen en daarmee kunnen aantonen welk bos van hen is. Dat is een wetgeving waar heel lang voor is gestreden en gelobbyd, en waar nu steeds meer gebruik van wordt gemaakt. Het voordeel daarvan is ook dat, als er klimaatgeld beschikbaar komt, dit geïnvesteerd kan worden in dit soort gemeenschappen. Dat er een organisatie is – een dorpsorganisatie met juridisch eigendom – die zelf kan besluiten hoe zij klimaatgeld op een duurzame manier gaan investeren. Op de aanstaande klimaattop in Brazilië, in november van dit jaar, moet daarnaast een nieuw financieringsfonds voor bosbescherming in tropische landen worden opgericht. Het idee is dat zo’n 20% van de miljarden die dit op moet gaan leveren rechtstreeks naar lokale groepen gaat. Dat is een hoopvol begin.’
In het Klimaatdromers dossier onderzoeken we hoe klimaatobstructie plaatsvindt in Nederland en daarbuiten, oftewel alles dat klimaatbeleid tegen houdt of vertraagt: klimaatdesinformatie, lobbypraktijken, de draaideur tussen oliebedrijven en politiek of misleidende vormen van greenwashing. Met een kritische, maar ook oplossingsgerichte blik.
Heb jij tips, ideeën, vragen, of persoonlijke ervaringen rond klimaatobstructie? Deel dit met ons, en draag op die manier bij aan dit dossier. Stuur ons een email via alexander@momusmedia.nl of vul het formulier in via onderstaande knop.
https://momusmedia.nl/wp-content/uploads/2025/08/Bart-Crezee-header3.png10801920Momushttps://momusmedia.nl/wp-content/uploads/2025/01/momus-wit-300x61.pngMomus2025-08-04 10:12:422025-08-06 00:17:11Inzetten op emissiehandel is een “gok die we niet kunnen nemen”
We delen niet alleen onze grote bevindingen, maar ook tussentijdse updates over de voortgang van onze onderzoeksprojecten. Deze update is onderdeel van het dossier Mobiliseer.
Wat hebben buschauffeurs en klimaatactivisten gemeen? Beiden willen graag fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden voor buschauffeurs. Want zonder fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden geen buschauffeurs, zonder buschauffeurs geen goed OV en zonder goed OV geen duurzaam en toegankelijk vervoer in Nederland. Een gesprek met Charlotte Braat van WijReizenSamen.
WijReizenSamen wil betaalbaar en toegankelijk OV in heel Nederland, van grootste stad tot kleinste dorp—én goede banen voor alle OV-werkers. Charlotte Braat richtte deze campagne op met een groep mensen uit het netwerk klimaat van de FNV.
In deze aflevering spreekt Tim de Jong uitgebreid met Charlotte. Over waarom in sommige regio’s een derde van de buschauffeurs thuis zit. Hoe marktwerking buschauffeurs steeds verder uitknijpt én het OV verschraalt voor de reiziger. Maar vooral hoe klimaatactivisten en buschauffeurs hier samen tegen op kunnen staan.
Dit interview is onderdeel van onze zoektocht naar hoe je mensen verenigd achter een gezamenlijk belang als klimaatrechtvaardigheid. Meer daarover vind je in het Mobiliseer-dossier.
Een verenigde massa is niet te verslaan. Maar in plaats van verenigd zijn we als mensen juist verdeeld op de belangrijkste thema’s van deze tijd. Daarom start 2100 met de vraag: hoe mobiliseer je mensen achter een gedeeld belang? Het belang dat de massa toch echt met elkaar deelt: een rechtvaardige en effectieve aanpak van de klimaatcrisis.
https://momusmedia.nl/wp-content/uploads/2025/07/Wijreizensamen-Charlotte-header.png10801920Momushttps://momusmedia.nl/wp-content/uploads/2025/01/momus-wit-300x61.pngMomus2025-07-10 15:34:142025-07-11 11:07:43Wat hebben buschauffeurs en klimaatactivisten gemeen?
We delen niet alleen onze grote bevindingen, maar ook tussentijdse updates over de voortgang van onze onderzoeksprojecten. Deze update is onderdeel van het dossier Mobiliseer.
Hoe krijg je een steeds grotere groep superspreaders die geen COVID verspreiden, maar klimaatvriendelijk gedrag? Die vraag staat centraal tijdens het college Dit college werd georganiseerd door Logeion voor hun achterban van communicatieprofessionals.
‘De psychologie van een goede klimaatverhaal’. Gegeven door gedragswetenschapper Reint Jan Renes en taalstrateeg Jens van der Weele.
Onbekend maakt onbemind. In 1988 ontdekten psychologen William Samuelson en Richard Zeckhauser de status quo bias – een (onbewuste) ‘voorkeur om dingen te laten zoals ze zijn, wat resulteert in weerstand voor verandering.’
Puur het feit we iets kennen geeft het bestaansrecht. In ons hoofd dan.
Als je mensen met een ‘goed klimaatverhaal’ tot actie wil aanzetten, heb je met deze bias te maken. Zeker gezien het feit dat allerlei processen deze hang naar de status quo versterken. Niets doen is besmettelijk, legt Reint Jan Renes uit. Je ziet om je heen anderen die (ook) op dezelfde voet verder gaan. Je ziet overheden en bedrijven die hun best doen om de status quo in stand te houden en reclames voor vliegreizen. Het zorgt allemaal voor een spiraal van niets doen.
Renes vergelijkt het met een sur place. Het moment waarop baanwielrenners stil staan, hun fiets met man en macht in balans houden en wachten op het moment dat de ander vertrekt. Om er zelf in de slipstream achteraan te kunnen.
Naar een spiraal van actie
Gelukkig kan een negatieve spiraal ook een positieve worden. Recente onderzoeken van verschillende psychologen laten zien hoe dat kan.
Een ruime meerderheid van onze samenleving maakt zich zorgen om de klimaatcrisis en wil strenger klimaatbeleid, maar mensen onderschatten hoeveel anderen dat ook willen. Het is dan ook een belangrijke taak voor communicatieprofessionals en journalisten om dit scheve beeld recht te zetten. Door deze feiten onder de aandacht te brengen, maar ook door de duurzame keuzes die mensen al maken zichtbaar te maken. Dit draagt bij aan het gevoel dat anderen ook geven om het klimaat, wat een belangrijke voorspeller is voor klimaatactie.
Hierbij gaat het vooral om de sociale verspreiding van klimaatvriendelijk gedrag. Technisch gezien maakt individuele gedragsverandering weinig uit. Maar onder de juiste voorwaarden kan het sociaal juist veel verschil maken. Overheden kunnen een grote rol spelen in het aanjagen van radicale verandering, maar nemen die rol op dit moment niet, of minimaal. Daar komt bij dat maatschappelijke verandering historisch gezien bijna altijd van onderop ontstaat. Bij sociale transities volgen overheden meestal de samenleving In een studie uit 2021 analyseren Sarah Nelson en Julian M. Allwood (beiden verbonden aan de Universiteit van Cambridge) meerdere sociale en technologische transities uit het verleden. Hun blik:
“Overheden nemen doorgaans een minder proactieve houding aan bij sociale transities dan bij technologische transities. Ze zijn meestal niet bereid om strenge regelgeving op te leggen voordat een bepaalde drempel van publieke acceptatie is bereikt. Dit was te zien bij de aantasting van de ozonlaag, verkeerscongestie, het dragen van autogordels (in zekere mate – de maatschappelijke vooruitgang vertraagde eind jaren zeventig) en roken. Zodra er echter beleid wordt ingevoerd, kan dit leiden tot snelle verandering in een bevolking die al deels bereid is haar gedrag aan te passen: het beleid fungeert dan als een kantelpunt. Dit is vooral duidelijk wanneer transities het publieke verbeeldingsvermogen weten te grijpen. Zo leidde de aantasting van de ozonlaag tot grootschalige burgerparticipatie – onder meer in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten (Cook, 1990) – wat succesvolle internationale beleidsafstemming mogelijk maakte.”in plaats van andersom. Dit was bijvoorbeeld het geval bij het gat in de ozonlaag, het verplichten van autogordels, terugdringen van roken en de omslag van Zwarte Piet naar roetveegpieten.
Effectief aansteken
Om van onderop een spiraal van klimaatactie aan te steken is het belangrijk om duurzaam gedrag zichtbaar te maken. En daar is nog genoeg winst te behalen. Sociale wetenschappers Megan Jones en Rebecca Niemiec laten zien dat veel mensen (75%) persoonlijk allerlei duurzame gedragingen vertonen, maar slechts 20% probeert hier anderen mee aan te steken. We zijn al snel bang om als ‘deuger’ weggezet te worden. Jij legt dan de nadruk op iets wat de ander zo hard probeert te negeren. Als je dat verkeerd aanpakt, wordt dat je niet in dank afgenomen.
Gelukkig geeft de wetenschap ook handvatten voor hoe je anderen kan aansteken met jouw klimaatgedrag, zónder dat dit tot ongemakkelijke situaties leidt:
Bevraag het gedrag van anderen, niet hun persoon. (‘Waarom wil je niet vaker vegetarisch eten’, in plaats van ‘Waarom ben je nog steeds geen vegetariër’?)
Heb het over veranderlijke in plaats van vastgeroeste eigenschappen (‘Ik at vroeger heel veel vlees, maar ben steeds wat minder gaan eten.’)
Erken dat we er alles aan moeten doen, maar ook dat elke kleine stap richting dat maximale doel positief is (‘Wat goed dat je voor mij een vegaburger hebt klaargemaakt’, in plaats van ‘Met die ene vegaburger gaan we het niet redden’.)
Een goed klimaatverhaal
Na de pauze is het woord aan Jens van der Weele; door Renes geïntroduceerd als ‘wandelende conversation starter’. Jens draagt een shirt met windmolen erop, sokken met klimaatstripes en schoenen die biologisch afbreekbaar zijn (al kan je dat natuurlijk niet zien). Allemaal om uit te lokken dat anderen vragen waarom hij dat aan heeft, zodat er een natuurlijk gesprek ontstaat over het klimaat.
Maar hij heeft ook een vlammend betoog over hoe je zelf uit het niets een sterk klimaatverhaal in elkaar zet. Niet onbelangrijk, want, in de woorden van psycholoog Jonathan Haidt: het menselijk brein is een verhalenverwerker, geen verwerker van logica.
Een goed verhaal maakt de bestemming concreet.
Voor het maken van verhalen is geen gebrek aan modellen. Jens heeft vooral geprobeerd het wat simpeler te maken. Je hebt een held die ergens naar streeft, maar tussen de huidige situatie en de bestemming staan allerlei obstakels.
Een goed verhaal maakt de bestemming concreet. Iets waar je naar kan verlangen. Niet de klimaatdoelen van Parijs, maar elke dag frisse lucht inademen of een landschap vol leven zien. Ook de bedreiging waardoor de held in beweging wil komen kan vaak veel tastbaarder. Niet de smeltende gletsjers, maar onze (groot)ouders die nu al gevaar lopen door steeds langere hittegolven. Extreem weer, als de overstromingen in Limburg of die buurman die z’n vakantiehuis verloor door een bosbrand.
Maar de belangrijkste les voor een sterk klimaatverhaal is misschien wel dat de held geen superheld hoeft te zijn. Veel te vaak beginnen klimaatverhalen bij de afzender. ‘De gemeente is van plan om …’, ‘Wetenschappers zeggen dat …’. In plaats daarvan is het veel kansrijker om juist van het publiek de held te maken. ‘Elke ouder wil z’n kinderen zien opgroeien in een veilige, gezonde wereld.’
Een mooi voorbeeld daarvan zijn de science moms. Een groep klimaatwetenschappers die óók moeder zijn en andere bezorgde moeders helpen om klimaatwetenschap begrijpelijk te maken en klimaatbeleid te eisen die hun kinderen beschermt. De sterke gedeelde identiteit van het moederschap zorgt ervoor dat hun boodschap veel meer binnenkomt.
Zo kunnen taal, je verhaalstructuur en de keuzes die je daarin maakt het verschil maken tussen een verhaal dat langs je publiek heengaat of juist binnenkomt. Zo zit onze impact niet in onze impact als consument (waar het gros van de mensen wel als eerste aan denkt), maar in onze rol als actieve burger, rolmodel, of kritische werknemer. In die rol kunnen we allemaal een beetje superspreader van klimaatvriendelijk gedrag zijn.
Eerder schreven we al over ‘taal voor verandering’, met belangrijke inzichten uit de nieuwsbrief van Jens. En over het ‘race-class narrative’, een verhaalstructuur die goed werkt om mensen met verschillende achtergronden te verbinden om samen op te komen voor de belangen die zij delen.
Een verenigde massa is niet te verslaan. Maar in plaats van verenigd zijn we als mensen juist verdeeld op de belangrijkste thema’s van deze tijd. Daarom start 2100 met de vraag: hoe mobiliseer je mensen achter een gedeeld belang? Het belang dat de massa toch echt met elkaar deelt: een rechtvaardige en effectieve aanpak van de klimaatcrisis.
https://momusmedia.nl/wp-content/uploads/2025/07/superspreaders-3i.png10801920Momushttps://momusmedia.nl/wp-content/uploads/2025/01/momus-wit-300x61.pngMomus2025-07-03 22:02:292025-07-04 11:23:25Wie worden de superspreaders van klimaatgedrag?
We delen niet alleen onze grote bevindingen, maar ook tussentijdse updates over de voortgang van onze onderzoeksprojecten. Deze update is onderdeel van het dossier Een einde aan dakloosheid.
“Ik heb ook anderhalf jaar geen vaste woonplek gehad.” We zijn ruim een uur in het interview als ik het tóch deel.
‘We’ zijn onderzoekers Lara Billie Rense en ik, Jeske Jongerius, en onze geïnterviewde is de straatverpleegkundige Trudy. Lara Billie en ik spreken haar voor ons onderzoek naar dakloosheid. We zitten op een terras aan het Buitenhof waar we een stevige wind trotseren.
Trudy’s reactie, een warme blik en de woorden “ach kind,” is compassievol. Wat kenmerkend is voor deze vrouw, die medische zorg en steun verleent aan dakloze mensen in Den Haag. “Maar ik beschouwde mezelf niet per se al dakloos,” vertel ik verder. “Toch was je het eigenlijk wel,” vult Trudy aan.
Dan opent ook Trudy een onverwacht boekje: “ik heb een tijd met m’n kind bij mijn broer gewoond.” We vragen haar: “Beschouwde jij jezelf toen als dakloos?” “Nee,” antwoordt ze. “Ik beschouwde het als tijdelijk. Maar met de kennis van nu, weet ik dat ik dat eigenlijk wel was.” “Zou je het nu dan wel zo noemen?” vragen we. “Nee […]. Daar rust toch te veel stigma op. Te veel schaamte.”
Wie telt mee?
Het is een ogenschijnlijk klein moment, tussen de regels van een anderhalf uur durend gesprek. Toch het zegt veel over hoe we in Nederland dakloosheid zien en definiëren. Precies dat is onderdeel van ons onderzoek de komende maanden. We verkennen wat een inclusieve aanpak van dakloosheid inhoudt. Ons startpunt is: begrijpen wie én wat in Nederland telt als dakloos. Letterlijk. We onderzoeken namelijk een nieuwe methode om dakloosheid in kaart te brengen, Ethos-light, die een heel ander beeld en cijfer geeft dan de schattingen van het CBS.
Aan de basis van Ethos-light ligt een definitie van dakloosheid die het gebrek aan adequate huisvesting centraal stelt. Dat klinkt logisch, toch is het een grote verandering ten opzichte van het het huidige dakloosheidbeleid. Daarin is namelijk niet iemands gebrek aan een woonplek leidend, maar iemands zorgvraag. Dit betekent dat je pas hulp kunt krijgen, als er medische nood is. Alleen dan ben je ‘dakloos genoeg’. Zonder intensieve zorgvraag krijg je de stempel ‘zelfredzaam’, en moet je het dus zelf zien te redden, ook zonder verblijfsplek.
De vraag wie ‘dakloos genoeg’ is om hulp te krijgen, speelt een grote rol in Trudy’s werk. Als straatverpleegkundige adviseert zij bij wie de medische noodzaak zó groot is, dat ze een plekje in de opvang krijgen. “Dat is heel uiteenlopend, het kan iemand zijn die een hartinfarct heeft gehad, maar ook iemand die diabetes heeft en voor de insuline een koelkast nodig heeft.” Zo iemand komt dan op de wachtlijst voor de noodopvang.
Zorgen voor woonrecht
“In Den Haag is de wachtlijst voor de noodopvang nu al maandenlang en dat loopt alsmaar op,” vertelt Jan de Vries, co-directeur van belangen- en hulporganisatie het Straat Consulaat. En mensen zonder medische nood? Die worden daar niet eens op geplaatst. Dit is kenmerkend voor de Nederlandse aanpak, zegt De Vries: “dakloosheid wordt behandeld als een zorgprobleem.”
Volgens De Vries is dat om meerdere redenen problematisch. Om er een paar te noemen; je creëert zo een hele grote groep onzichtbare dakloze mensen, die géén hulp krijgen, tot hun situatie zó sterk verslechtert dat ze een zorgvraag ontwikkelen. Dit kost menselijk leed én geld. Bovendien, zegt De Vries, verhult het een fundamenteel probleem: dit gaat om een mensenrechtenschending. “Iedereen heeft recht op behoorlijke huisvesting.”
Je creëert zo een hele grote groep onzichtbare dakloze mensen, die géén hulp krijgen, tot hun situatie zó sterk verslechtert dat ze een zorgvraag ontwikkelen.
Het erkennen van dát recht, is de sleutel tot verandering, meent De Vries. “Als de hele samenleving en het systeem tegen jou zeggen: het is jouw schuld dat je dakloos bent, jij hebt gefaald, dan ga je dat geloven,” legt hij uit. Met alle gevolgen van dien; schaamte, verdere uitsluiting, het ontwikkelen van problematisch gedrag. “Maar als je uitlegt; jouw dakloosheid is een schending van jouw mensenrechten, dan zie je dat dat mensen empowert,” aldus De Vries.
“Een rechtenbenadering doet twee dingen: het maakt duidelijk dat mensen rechten hebben en dat de overheid verplichtingen heeft,” vervolgt De Vries. Dit is een startpunt om op te komen voor je rechten en verandering. Door uit te gaan van het woonrecht, worden verantwoordelijkheid en oplossingen breder getrokken dan het zorgdomein, vertelt De Vries. Zo komt er aandacht voor wat fundamenteel ontbreekt bij dakloosheid: een woning.
Volg ons op social media en praat hier met ons en anderen over ons onderzoek.
Iedereen erbij
De Vries pleit voor het gebruik van de Ethos-categorisatie. Wat die doet, is iedereen met onvolwaardige huisvesting meetellen als dakloos, letterlijk. De telmethode die erbij hoort, is inmiddels in drie rondes toegepast in Nederland. In oktober van dit jaar worden de nieuwste resultaten bekend. De uitkomsten van de eerste telling, in Den Bosch en Oss, maakten veel los. “Vooral het gegeven dat één op de vijf getelden een kind was, en 30 procent vrouw, kwam als een schok,” vertelt De Vries.
Wat deze nieuwe categorisatie en telmethode inhouden, en hoe dit bij kan dragen aan structurele oplossingen voor dakloosheid, is wat wij de komende maanden gaan onderzoeken. We doen dit volgens de methodes van ‘solutions journalism’, oftewel; oplossingsgerichte journalistiek. Daarbij werken we samen met journalisten uit Duitsland en Tsjechië, waar de focus zal liggen op Housing First en aanvullende zorg als onderdeel van de oplossingen. Samen proberen we antwoord te geven op de vraag: hoe ziet een inclusieve aanpak tot het oplossen van dakloosheid eruit?
Help je mee?
En jij? Het liefst werken we ook met input en inbreng van onze lezers. Dus heb jij een verhaal wat je wilt delen, een tip wie we moeten spreken, of kennis van feiten die de data in een belangrijk licht zetten, stuur ons een berichtje op jeske@momusmedia.nl of larabillie@momusmedia.nl.
Steeds meer mensen worden dakloos. Zowel qua aantal, als qua diversiteit neemt de groep toe. Dakloosheid is het meest ernstige gevolg van de wooncrisis en de grootste schending van het recht op wonen. Daarom onderzoekt Momus de komende maanden: (hoe) kan dakloosheid beëindigd worden? Dit doen we in een Europese samenwerking en met een oplossingsgerichte bril.
https://momusmedia.nl/wp-content/uploads/2025/06/MF01359.jpg12801920Momushttps://momusmedia.nl/wp-content/uploads/2025/01/momus-wit-300x61.pngMomus2025-06-19 10:22:242025-06-20 09:31:22Wanneer ben je ‘dakloos’ genoeg?
We delen niet alleen onze grote bevindingen, maar ook tussentijdse updates over de voortgang van onze onderzoeksprojecten. Deze update is onderdeel van het dossier Mobiliseer.
Concrete, lokale initiatieven blijken cruciaal om mensen op grote schaal te mobiliseren voor klimaatrechtvaardigheid. Toch krijgen dit soort initiatieven niet de aandacht en steun die ze verdienen. Hoog tijd om daar verandering in te brengen?
Het is uit machteloosheid dat mensen zich terugtrekken uit de collectiviteit en zich beperken tot het naleven van individuele dromen.
– Socioloog Mark Elchardus
Hoeveel invloed heb je op de wereld om je heen? OK, eens in de paar jaar mag je stemmen. Misschien ben je een van de gelukkigen die is uitgenodigd voor een participatieavond. Maar verder?
Dat de gemeenschapszin uit je buurt verdwijnt doordat beleggers huizen opkopen. Politici in verkiezingstijd beloven het minimumloon te verhogen, maar dat vervolgens niet doen. We dagelijks lucht inademen die ongezond is. Een handjevol wereldleiders over het lot van de Gazanen en Oekrainers beslissen. Techbedrijven ons doelbewust verslaafd maken aan onze telefoon. En de rijkste 1 procent van de wereld meer bezit dan 95 procent van de wereldbevolking.
Hoeveel hebben we daar echt over te zeggen?
Ondertussen proberen de meeste Nederlanders allerlei ballen in de lucht te houden. Misschien heb je een druk gezinsleven. Misschien geldzorgen of stress omdat je woning tocht en schimmelt, als je er überhaupt een hebt kunnen vinden. Misschien word je dagelijks geconfronteerd met racisme en discriminatie.
Niet boos maar machteloos heet een recent essay over twintig jaar onderzoek naar de ‘boze burger’ in Nederland. Ja, de meeste mensen hebben het goed in Nederland. Nederland is een welvarend en veilig land en je kan het vele malen slechter treffen. De meeste Nederlanders zijn dan ook tevreden over hun eigen leven. 67 procent is ‘optimistisch over de richting waarin hun leven zich ontwikkelt’. Gemiddeld geven Nederlanders hun leven een 7,7. Maar dit gaat samen met een gevoel van onbehagen over onze samenleving. Een ‘vrij constante meerderheid van rond de 60 procent’ vindt dat het met Nederland de verkeerde kant op gaat’. Daarbij leeft bijvoorbeeld onvrede over onze maatschappelijke problemen, hoe we met elkaar samenleven en het verlies van gemeenschapszin.
Van zorgen of frustratie naar grip (en van grip naar actie)
De klimaatcrisis komt bovenop dit onbehagen. Een ruime meerderheid van de Nederlanders (73 procent) maakt zich er zorgen over. Maar of die zorgen zich ook vertalen naar klimaatactie of ‘groen’ stemgedrag hangt samen met allerlei andere persoonlijke en maatschappelijke zorgen.
Het is klimaatbewegingen dan ook nog niet gelukt om ‘de grote massa’ aan te spreken. De achtste A12-blokkade van Extinction Rebellion (XR) trok 25.000 mensen. De Mars voor Klimaat en Rechtvaardigheid 85.000. Serieuze aantallen, maar nog steeds een fractie van de miljoenen Nederlanders die zich zorgen maken over het klimaat.
Alle maatschappelijke problemen die tegelijkertijd spelen (‘de policrisis’) vreten aan het gevoel van grip dat mensen over hun leven ervaren. Deze machteloze gevoelens hangen sterk samen met klimaatontkenning en de neiging van mensen om hun woede en frustratie af te reageren op zondebokken. Het omgekeerde is ook waar. Als mensen meer grip op hun leven ervaren, hangt dit samen met constructieve woede. Het type woede dat mensen juist aanzet om de grip op hun leven terug te pakken, door op te staan tegen onrechtvaardigheid en collectief verandering te bewerkstelligen.
Tijd voor empowerment
Verschillende wetenschappers en experts maken zich dan ook hard voor klimaatactie die precies op die gevoelens inhaakt. Empowering action. Acties waarbij de impact direct en tastbaar is. Dat kan een tegengifzijn voor de machteloze gevoelens die samenhangen met klimaatontkenning en zondebokpolitiek.
Als buurt energie opwekken met elkaar, de wijk vergroenen of gezamenlijk opstaan tegen onrecht, geeft een heel ander gevoel dan een petitie tekenen. Je ziet de wijk veranderen en je hebt invloed op de wereld om je heen, ook al is het maar een beetje.
Vanuit de psychologie is al langer bekend dat het vaak ander gedrag is dat tot nieuwe bewustwording leidt in plaats van andersom. Als mensen hun gedrag aanpassen, gaan ze daar later verklaringen voor zoeken in hun hoofd. Meedoen aan het vergroenen van de wijk, kan er dus voor zorgen dat mensen meer open gaan staan voor informatie over de klimaatcrisis en dat via die route de klimaatcrisis belangrijker voor hen wordt.
Volg ons op social media en praat hier met ons en anderen over ons onderzoek.
Ook laat de geschiedenis zien dat overheden en grote bedrijven de maatschappij vaak volgen in plaats van andersom. Ja, idealiter zouden zij hun verantwoordelijkheid nemen door deze verandering zoveel mogelijk van bovenaf te initiëren met alle middelen die ze tot hun beschikking hebben. Maar onderzoek naar sociale verandering laat zien dat wetten, regels en andere systematische veranderingen vaak ontstaan door druk van onder naar boven – vanuit de maatschappij richting overheden en bedrijven.
Tot slot kunnen lokale initiatieven minder gecriminaliseerd worden, wat bij protestacties nu wel gebeurt. Wereldwijd zijn er sinds 2012 meer dan 2000 klimaatactivisten vermoord en wordt wetgeving die voor georganiseerde misdaad en terrorisme bedoeld is ingezet om klimaatactivisten af te schrikken. Het publieke debat, waar protestacties zich vaak op richten, is vergeleken met lokale actie ook vatbaarder voor misbruik door vervuilende industrieën en populistische politici. Zij kunnen dit publieke debat misbruiken om polarisatie aan te jagen. (Wat overigens niet betekent dat protestacties geen zin hebben; ze dienen andere doelen met andere voor- en nadelen).
Grassroots revival
Lokale klimaatactie kan er dus voor zorgen dat mensen meer grip op hun leven ervaren, wat eraan kan bijdragen dat mensen collectief op willen staan tegen klimaatonrecht, in plaats van hun frustraties afreageren op zondebokken. Het zorgt voor tastbare, positieve verandering in de directe leefomgeving van mensen. Kan de druk op overheden en bedrijven verhogen om systeemveranderingen door te voeren. En is minder vatbaar voor het aanjagen van polarisatie.
Ondanks deze potentie zijn grassroots initiatieven vaak ondergewaardeerd, ondergefinancierd. Hoog tijd om hier meer licht op te laten schijnen.
Een verenigde massa is niet te verslaan. Maar in plaats van verenigd zijn we als mensen juist verdeeld op de belangrijkste thema’s van deze tijd. Daarom start 2100 met de vraag: hoe mobiliseer je mensen achter een gedeeld belang? Het belang dat de massa toch echt met elkaar deelt: een rechtvaardige en effectieve aanpak van de klimaatcrisis.
https://momusmedia.nl/wp-content/uploads/2025/04/DEC_beeldbank_aug23_106-1-1400x933-1.jpg9331400Momushttps://momusmedia.nl/wp-content/uploads/2025/01/momus-wit-300x61.pngMomus2025-04-24 13:20:562025-04-24 14:23:46Om mensen massaal te mobiliseren moet verandering tastbaar worden
Deze update is onderdeel van het dossier Momus Memos, waarin we je op de hoogte houden over de vernieuwing van ons journalistiek platform.
Eerlijk, hoe intensief volg jij het nieuws? En hoe voel je je daarbij?
Ikzelf zit al een tijdje op een ‘nieuwsdieet’; ik maak tijd voor de weekendkrant en achtergrondverhalen, maar ik beperk mijn dagelijkse ‘fast-food’ nieuwsconsumptie. Het geeft mij buikpijn en een zwaar gevoel.
Is wél nieuws, slecht nieuws?
Ik ben niet de enige. Uit onderzoek van professor Yael de Haan (HU & RUG) blijkt dat 65% van de Nederlanders weleens het nieuws mijdt. Dit is redelijk in lijn met het aantal mensen dat volgens het Commissariaat voor de Media (2024) vaak (8%), soms (22%) en af en toe (29%) nieuws mijdt. Opvallend hierbij is de stijging van mensen die de hoeveelheid nieuws vermoeiend vinden; van 25% in 2019 naar 40% in 2024. Volgens professor de Haan zijn de motivaties van ‘nieuwsmijders’ divers.Bij mijzelf merk ik dat naast de hoeveelheid, ook de inhoud van het nieuws wat met mij doet. Het lijkt alsof vooral slecht nieuws nieuwswaardig is en dat nuances daarbij moeten wijken voor sensatie. Zeker, er zijn een boel zorgwekkende ontwikkelingen in de wereld en we staan voor hele grote uitdagingen met elkaar. Maar moeten we niet júist daarom verslag doen van de verhalen die hoop, inspiratie en richting geven? Die ons handvatten bieden in plaats van een mokerslag?
Gedeeld verhaal
Als we elkaar niet meer kunnen vinden in gedeelde verhalen en feiten, lonkt het gevaar dat we elkaar én onszelf verliezen, aan eigen bubbels of in desinformatie. Volgens professor de Haan vraagt gemeenschapszin dan ook om een gezamenlijk referentiekader en gezamenlijke publieke ruimte. Het volgen van lokaal nieuws ziet zij daarbij als bevorderlijk voor de sociale cohesie.
Bij Momus willen wij bijdragen aan verhalen die verbinden in een gedeelde toekomst. In ons mediacollectief hebben wij daarom besloten om meer ruimte te geven aan onderzoek naar oplossingen en verhalen die constructief zijn. Daarbij zetten wij ons in om meer betrokkenheid met onze lezers te creëren.
Daarin staan wij niet alleen. Een groeiende stroming binnen de journalistiek is ‘solutions journalism’. Als Momus mogen we met trots vertellen dat wij zijn toegelaten tot de Solutions Journalism Cohort van 2025! Dit Europese programma vormt een kennishub en netwerk in de oplossingsgerichte journalistiek. Media organisaties worden hierin gestimuleerd om in samenwerkingsverband onderzoek te doen naar oplossingen, en om het vertrouwen van – en de betrokkenheid met – het publiek te vergroten.
Samen met journalisten uit zeven andere Europese landen volgen wij de komende tijd een training in ‘solutions journalism’. Samen bouwen we aan bruggen en zoeken we naar inspiratie over de grens. Van 6 tot en met 9 april was de kick-off van de Sojo Cohort 2025 in Perugia, Italië. Namens Momus deed ik, Jeske, mee aan deze intensieve driedaagse.
Deelnemers en trainers van de Sojo Cohort 2025
Is solutions journalism ‘goed nieuws’?
Een eerste les die ik leerde is dat solution journalism, of oplossingsgerichte journalistiek, niet hetzelfde is als ‘positief nieuws’. Het is diepgravende journalistiek naar een oplossing die in de praktijk wordt gebracht.
De journalist onderzoekt voor welk probleem een project of aanpak een oplossing biedt, hoe het dat doet, en wat het kan betekenen voor andere situaties. Het geeft dus richtlijnen waar anderen mee verder kunnen werken. Net zo belangrijk als de positieve impact, is het benadrukken van de tekortkomingen. Beiden gebaseerd op bewijs, in een verhaal waarin meerdere stemmen aan bod komen. Geen propaganda of verkooppraatje dus, maar een eerlijk verhaal wat ons vooruit kan helpen.
Oplossingsgerichte journalistiek gaat nog steeds over uitdagingen, maar laat daarbij zien hoe het beter wordt, of beter kan. In een perspectief wat de menselijke kracht en mogelijkheden op waarde schat. Zelf vind ik deze ontwikkeling goed nieuws. En ook dat we bij Momus hiermee gaan werken.
Zo ben ik nu een onderzoek naar dakloosheid aan het voorbereiden, en ga ik daarin kijken wat bijdraagt aan oplossingen. Een eerste ontwikkeling die ik onder de loep neem is de inzet van een nieuwe Europese telmethode (ETHOS telling) in Nederland, die een veel vollediger en inclusiever beeld geeft van dakloosheid. Wat betekent dit voor de mensen die in de oude telmethode werden uitgesloten? Wat doet het met stereotypes over dakloosheid die nu oplossingen bemoeilijken? (Hoe) kan de ETHOS telling bijdragen aan een toekomst zonder dakloosheid?
Vanuit het dossier 2100 is Tim de Jong bezig met onderzoek naar de vraag: hoe mobiliseer je mensen voor een rechtvaardige en effectieve aanpak van de klimaatcrisis? Verschillende voorbeelden van mobilisatie komen hierbij aan bod. Hoe worden deze ervaren door de doelgroep? Wat werkt wanneer en waarom? Wat zijn de beperkingen? En wat kunnen we vanuit de wetenschap leren over het mobiliseren van mensen achter een gedeeld belang?
En jij
Daar betrekken we jou graag bij. Geregeld vragen we om input en interviews in onze onderzoeken. Check bijvoorbeeld onze onderzoeksnotities bij onze lopende onderzoeken en laat ons weten wat jou opvalt, of deel jouw (persoonlijke) ervaring over een thema waar wij onderzoek naar doen. Om op de hoogte te blijven kun je ons volgen op onze socials en je inschrijven voor de nieuwsbrief. Schroom niet om ons een bericht te sturen als je nu al wat te delen of te onthullen hebt!
Ons platform krijgt na meer dan tien jaar een grondige renovatie. Een nieuwe naam (Platform Authentieke Journalistiek wordt Momus), een nieuwe website (komt binnenkort) en een nieuwe missie: naast het kritisch aankaarten van problemen onderzoeken we (even kritisch) ook de mogelijke oplossingen. Via het Momus Memos dossier houden we je op de hoogte van de laatste organisatorische ontwikkelingen.
https://momusmedia.nl/wp-content/uploads/2025/04/perugia2.png10801920Momushttps://momusmedia.nl/wp-content/uploads/2025/01/momus-wit-300x61.pngMomus2025-04-17 16:28:042025-04-17 16:32:50Momus en het nieuws van de toekomst
Beeld: The Movement Hub (i.v.m. campagne “Wir farren zusammen”)
We delen niet alleen onze grote bevindingen, maar ook tussentijdse updates over de voortgang van onze onderzoeksprojecten. Deze update is onderdeel van het dossier Mobiliseer.
Een verenigde massa is niet te verslaan. Maar in plaats van verenigd zijn we als mensen juist verdeeld op de belangrijkste thema’s van deze tijd. Daarom start 2100 met de vraag: hoe mobiliseer je mensen achter een gedeeld belang? Het belang dat de massa toch echt met elkaar deelt: een rechtvaardige en effectieve aanpak van de klimaatcrisis.
Aan het einde van dit jaar (12 december 2025) is het precies tien jaar geleden dat het klimaatakkoord van Parijs is afgesloten. In de tussentijd is de hoeveelheid broeikasgassen die we uitstotentoegenomen in plaats van afgenomen en de temperatuur van de aardealleen maar gestegen. De VN toont dan ook aan dat wetotaal niet op koers liggen om de Parijsdoelen te halen. We zijn de 1,5 graad opwarming van de aardegepasseerd en hebben daarnaast vijf andere kritieke grenzen voor een leefbare planeetoverschreden (biodiversiteit, ontbossing, waterschaarste, stikstof en te hoge uitstoot van giftige stoffen). Terwijl het alle hens aan dek is,trekt Trump de VS terug uit het klimaatakkoord van Parijs.
Zowel in de klimaatcrisis als klimaatbeleid schuilt veel onrecht. Sommige groepen Nederlanders (en sommige groepen in de wereld) worden extra hard geraakt. Waar de een de kachel amper durft aan te zetten uit angst voor de energierekening, kan de ander geld verdienen met zonnepanelen die met subsidie zijn aangeschaft.
Toch is het framen van het klimaat als elitehobby ernstig misleidend. Het is namelijk geen natuurwet dat de kosten, consequenties en voordelen van klimaatbeleid oneerlijk zijn verdeeld. Dat is een gevolg van de beleidskeuzes die worden gemaakt. De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid WRRnoemt klimaatbeleid dan ook een verdelingsvraagstuk. Klimaatbeleid kost geld en het is belangrijk om te bepalen hoe je die kosten verdeelt.
Het is geen natuurwet dat de kosten, consequenties en voordelen van klimaatbeleid oneerlijk zijn verdeeld.
De komende maanden gaan we verschillende van deze aanpakken onderzoeken. Hoe worden ze ontvangen en ervaren door hun doelgroepen? Zijn ze succesvol? Wat zijn de beperkingen en wat werkt wanneer, en waarom? En wat kunnen we vanuit de wetenschap leren over het mobiliseren van mensen achter een gedeeld belang?
Denk mee!
In de volgende update laten we weten waar we ons onderzoek mee starten. Welke initiatieven om mensen te mobiliseren voor klimaatactie springen er voor jou bovenuit? Zijn er onderzoeken die we echt mee moeten nemen? Of mensen die we sowieso moeten interviewen? We horen het graag! Laat het ons weten door te mailen.
Team 2100 groeit
Tim de Jong komt het 2100 team versterken. Tim is gedragswetenschapper en journalist en onderzocht de afgelopen jaren voor Vrij Nederland oplossingen die ons richting een duurzamere samenleving brengen.
Een verenigde massa is niet te verslaan. Maar in plaats van verenigd zijn we als mensen juist verdeeld op de belangrijkste thema’s van deze tijd. Daarom start 2100 met de vraag: hoe mobiliseer je mensen achter een gedeeld belang? Het belang dat de massa toch echt met elkaar deelt: een rechtvaardige en effectieve aanpak van de klimaatcrisis.
https://momusmedia.nl/wp-content/uploads/2025/03/photo_2024-01-14-19.01.16-3-LARGER.jpg10821554Momushttps://momusmedia.nl/wp-content/uploads/2025/01/momus-wit-300x61.pngMomus2025-03-05 12:50:362025-03-26 12:51:39Verenigd voor het doel dat iedereen raakt
Beeld: Momus (obv Wikimedia (White House, 2025), Pixabay (Pexels 2016) en Musk’s X account (24 feb 2025)
Deze update is onderdeel van het dossier Momus Memos, waarin we je op de hoogte houden over de vernieuwing van ons journalistiek platform.
‘X is al lang niet meer het virtuele forum dat het ooit was, waar duizend bloemen bloeiden. Het lijkt soms eerder een vuilnisbelt waar nog slechts enkele sprietjes standhouden.’
Het waren felle woorden van de redactie van Trouw waarmee zij afgelopen september uitlegde waarom de krant niet langer actief zal zijn op X (voorheen Twitter). Hun account blijft bestaan als archief, maar wordt niet meer geupdate.
Want de baas van X, Elon Musk, “is inmiddels ‘buitencategorie’, die zijn invloed steeds vaker inzet om bewust democratische processen te ondermijnen. Aan die macht draag je als gebruiker van X hoe dan ook bij,” aldus Trouw.
Dat klopt. Elon Musk is inmiddels een sleutelfiguur geworden binnen de regering van Donald Trump, en X is daar niet meer los van te zien. Musk sponsorde niet alleen Trumps verkiezingsoverwinning met 250 miljoen dollar, maar bekleedt inmiddels een belangrijke machtspositie binnen Trump’s regering als bestuurder van een nieuw enuiterstomstredendepartement.
Toename van desinformatie
Hoewel Twitter al voor Elon Musks overname in 2022 een grote bronvan desinformatie was, lijkt dat sinds Musk’s overname nog meer het geval. Ten eerste gebruikt Musk zijn persoonlijk X-account voor de verspreiding van antisemitische complottheorieën en desinformatie, waarbij het algoritme volgens interne bronnen ook nog eens werd aangepast om het bereik van Musks eigen berichten te vergroten. Bovendien herstelde Musk voorheen afgesloten accounts van notoire verspreiders van nepnieuws zoals Alex Jones. Niet verrassend: het bereik van omstreden accounts uit de extreemrechtse hoek nam sinds Musks overname sterk toe, volgens experts en een data-analyse uit 2023.
Musks argument is dat hij hiermee de vrijheid van meningsuiting beschermt. Dat is een groot goed, maar vereist een onpartijdig platform en een gelijk speelveld. Het idee dat X dat platform kan zijn, heeft in rap tempo (nog meer) geloofwaardigheid verloren, gezien Musks rechts-extremistische politieke profiel.
We zetten nu een kleine stap door X te verlaten, maar vragen ons vooral af: wat is nu de volgende?
Wellicht zou het daadkrachtig zijn om al deze social media platforms te verlaten. Tegelijkertijd beseffen we dat het ook waardevol is om juist betrouwbare informatie te delen op platforms waar desinformatie welig tiert, en blijven wij daarom – voor nu – nog actief op Facebook en Instagram. Ook blijven we gebruik maken van LinkedIn en YouTube.
We zetten nu een kleine stap door X te verlaten (en behouden ons account als archief), maar vragen ons vooral af: wat is nu de volgende? Wat is het eindstation? Wat zou sociale media eigenlijk moeten zijn, en hoe kunnen we als journalistieke organisatie en gebruikers daaraan bijdragen?
Op zoek naar alternatieven
We stellen die vraag natuurlijk niet als eerste. De discussie over social media groeit, en de roep om alternatieven eveneens. Campagnes als #makesocialssocialagain roepen op om over te stappen naar alternatieven, zoals BlueSky of Mastodon (alternatieven voor X).
Onze zoektocht is niet enkel naar sociale media platformen die democratisch debat stimuleren in plaats van ondermijnen. We zoeken ook alternatieve platforms die privacy hoog in het vaandel hebben, en wegschuwen van de verkoop van data van gebruikers.
Daarom gebruiken wij nu al Proton voor onze emails en opslag van bestanden. Proton beschermt je privacy automatisch, zoals te lezen in hun privacy beleid: ‘Wij geloven sterk in een internet waar privacy de standaard is.’
En nog een spoiler: binnenkort gaan we gebruik maken van Beabee om gemakkelijk en veilig in contact te komen met onze lezers, luisteraars en volgers. We kozen voor Beabee vanwege onder andere hun ‘privacy first’ aanpak. Hoe dat precies werkt, daarover binnenkort meer.
Voor nu: Stuur ons jouw ideeën. Op welke social media zou jij ons willen vinden en waarom? Stuur jouw input bijvoorbeeld via een privé-bericht op Signal (een niet-commercieel alternatief voor WhatsApp). Of laat je ideeën achter via onderstaand GoogleCryptPad formulier (een gratis, open-source, niet-commercieel en privacy-gevoelig systeem dat drijft op donaties).
Ons platform krijgt na meer dan tien jaar een grondige renovatie. Een nieuwe naam (Platform Authentieke Journalistiek wordt Momus), een nieuwe website (komt binnenkort) en een nieuwe missie: naast het kritisch aankaarten van problemen onderzoeken we (even kritisch) ook de mogelijke oplossingen. Via het Momus Memos dossier houden we je op de hoogte van de laatste organisatorische ontwikkelingen.
https://momusmedia.nl/wp-content/uploads/2025/02/Leaving-X.png10801614Momushttps://momusmedia.nl/wp-content/uploads/2025/01/momus-wit-300x61.pngMomus2025-02-24 15:25:492025-03-17 22:01:42Ook wij verlaten X, maar vragen daarbij: wat dan wél?
We delen niet alleen onze grote bevindingen, maar ook tussentijdse updates over de voortgang van onze onderzoeksprojecten. Deze update is onderdeel van het dossier Goede buren.
Dit is een update van het onderzoek naar een nieuwe selectiemethode voor sociale huur woningen: wie is een goede buur? Na het doorspitten van beleids-documenten en Woningnet-advertenties is het de hoogste tijd om de wijk in te gaan. Merel en Jeske stappen op de fiets en trappen richting Utrecht Overvecht. Over de brede wegen en vlaktes met stukjes groen torenen de hoge flats die Overvecht rijk is al uit. Sommige flats zijn nét gerenoveerd. Naast de trouwe bewoners die terugkeren, trekken er veel nieuwe gezichten de gebouwen in. Een aantal van hen is bewust uitgekozen door de woningbouwcorporaties. Zij zijn de zogenoemde ‘goede buren’: mensen die beloven zich actief in te zetten voor hun flatgebouw en de buurt. Zij kregen hun woning ‘op basis van motivatie’. MOMUS doet onderzoek naar deze nieuwe toewijzingsmethode voor sociale huurwoningen. Wat betekent het voor de geselecteerde en afgewezen woningzoekenden? Wat vinden de buren ervan? En welke invloed heeft deze praktijk op de toegankelijkheid van de sociale huursector?
Een mysterie
We bellen aan bij de bewoners van een Overvechtse flat waar de woningbouwcorporatie een deel van de woningen op ‘basis van motivatie’ toewijst. Er gaan veel deuren voor ons open, maar die ‘goede buren’ blijven nog even een mysterie. De meeste bewoners die we spreken, zeggen er niets of niet veel van af te weten. Het enige rumoer wat bekend lijkt, is dat de ‘goede buren’ in de benedenwoningen komen te wonen. “De benedenwoningen zijn het mooiste,” vertelt een bewoonster die hier al 27 jaar woont, “maar ook het duurste.” Na de renovatie keerde ze terug naar haar eigen huis. Ze voelt zich veilig en vertrouwd in het gebouw, maar merkt wel dat de sfeer is veranderd: “Er is weinig contact tussen de oude en nieuwe bewoners.”
Ik heb er een hard hoofd in dat nieuwe bewoners iets gaan doen voor de buurt.
Dat beeld beaamt een man die hier is opgegroeid en nu de deur van zijn ouderlijk huis opendoet. “Er is weinig contact tussen de buren, dat is echt anders dan vroeger. De nieuwe en oude bewoners kennen elkaar niet.” Als we hem vragen naar de ‘goede buren’ die de buurt komen versterken, klinkt hij sceptisch: “Ik heb er een hard hoofd in dat nieuwe bewoners iets gaan doen voor de buurt.” Een nieuwe bewoner van de flat weet wel van het ‘toewijzen op motivatie’ af, omdat hij en zijn vriendin ook op zo’n woning hadden gereageerd. Uiteindelijk kozen ze er niet voor, omdat ze via loting al een andere woning in het complex hadden bemachtigd. Het is toeval dat ze in dit gebouw, in deze wijk, terechtkwamen, vertelt hij. Met hun jonge leeftijd hadden ze weinig wachttijd en in veel steden mag je pas vanaf je 23e reageren op lotingwoningen. Hier kon dat al eerder. “Ik heb het idee dat alle leegstaande woningen hier via loting worden verhuurd.” Veel contact met zijn buren heeft hij nog niet: “alleen als ze een pakketje komen brengen.”
Een goede buur
Op de benedenverdieping van de flat, in een van de ‘plint woningen’, treffen we een ‘goede buur’ die nét is ingetrokken. Ze is ontzettend blij met haar woning, die ze dankzij haar beroepsvoorrang en motivatie heeft gekregen. Ze stond één jaar ingeschreven als woningzoekende op Woningnet. Als zorgmedewerker gaat het dragen van extra zorg voor haar omgeving haar natuurlijk af. En dat zag de woningbouwcorporatie ook. Wat ze concreet gaat doen? Zorgen dat het netjes is in de straat en rond de entree, een praatje maken met de buren en hen waar nodig een handje helpen. “Als je ziet dat iemand bijvoorbeeld moeizaam loopt, dat je dan zegt van ‘nou, zal ik even met je meelopen of zal ik je vuilnis overpakken’.” Over concrete taken of plannen werd tijdens de gesprekken met de woningcorporatie niet gesproken, vertelt de 27-jarige verpleegkundige. Het belangrijkste was dat je kon overbrengen dat je “gewoon een hart voor de mensen hebt.”
Het belangrijkste was dat je kon overbrengen dat je “gewoon een hart voor de mensen hebt.”
Zodra alle ‘goede buren’ zijn ingetrokken – alle ‘plint woningen’ zijn voor hen gereserveerd – zullen ze met elkaar en de woningcorporatie bij elkaar komen om te bespreken hoe ze “een steentje kunnen bijdragen aan de buurt.”
Heb jij ook ervaringen met ‘toewijzen op motivatie’? Ben je het tijdens je woning zoektocht tegengekomen? Ben of ken jij een ‘goede buur’? Of ben je vanuit de bewonerscommissie of je werk betrokken bij toewijzen op motivatie? Dan zoekt Momus jou! Stuur een berichtje naar merel@momusmedia.nl of jeske@momusmedia.nl om je ervaring te delen.
Van harde cijfers tot persoonlijke verhalen, geschiedenis en toekomst. In dit dossier duikt Momus in een van de grootste uitdagingen van deze tijd: Wat moet er gebeuren om betaalbaar en gezond wonen voor iedereen bereikbaar te maken? Hoe maken we Nederland weer woonproof?